Meest recent

    Terug van weggeweest in 2013: chemische wapens

    Een van de meest schokkende gebeurtenissen van dit jaar vond plaats op 21 augustus in twee buitenwijken van de Syrische hoofdstad Damascus. Daar zijn toen 1.429 mensen gedood door gifgas.
    AP2013

    Er waren al langer vermoedens over het gebruik van gifgas in de Syrische oorlog, maar na de aanval van 21 augustus in het oosten van Damascus konden internationale inspecteurs bevestigen dat er daar wel degelijk raketten met saringas waren terechtgekomen. Hun mandaat stond hen echter niet toe om de schuld te leggen bij het regime van de Syrische leider Assad, al is dat erg waarschijnlijk.

    Beelden van mensen met vernauwde pupillen, ademhalingsproblemen en brandwonden zijn altijd gruwelijk, maar ze hebben er wel toe geleid dat het Syrische regime onder internationale druk beloofde om de chemische wapens te laten opruimen, want nu ook gebeurt.

    Dat staat in schril contrast met de tegenwerking van Saddam Hoessein in Irak in de jaren 90, iets wat ook het excuus werd voor de Amerikaans-Britse invasie van dat land tien jaar geleden. Chemische of biologische wapens werden toen niet gevonden, maar die zijn er in Irak wel geweest. Tijdens de Eerste Golfoorlog (1980-1988) gebruikte Irak mosterdgas tegen Iran. Naar schatting raakten toen 100.000 Iraniërs gewond en daarvan zijn er 20.000 gedood. 

    Op het einde van die oorlog in 1988 liet Saddam het opstandige Iraaks-Koerdische stadje Halabja bestoken met mosterdgas en sarin. Daar zijn toen 5.000 mannen, vrouwen en kinderen gedood. De videobeelden van die slachting gingen de wereld rond. Dat zette vaart achter Conventie tegen Chemische Wapens, een internationaal verbod dat in 1993 door zowat alle landen ondertekend werd. Syrië tekende niet, net als Noord-Korea, Angola, Egypte en Zuid-Soedan. Israël en Myanmar hebben de conventie nog niet geratificeerd. 

    Chemische tijdbom in Syrië

    Sindsdien heeft Syrië een van de grootste arsenalen aan chemische wapens opgebouwd, met zowat 1.000 ton mosterd- en chloorgas, maar ook zenuwgassen zoals sarin en tabun. Tot voor kort werden die dus niet gebruikt -onder meer omdat VS-president Barack Obama gedreigd had met militair ingrijpen als dat wel zou gebeuren.

    Na de gifgasaanval in Damascus in augustus leek een Amerikaans-Franse interventie dan ook niet meer te vermijden tot Assad eieren voor zijn geld koos en zijn chemisch arsenaal opgaf. Nu had Obama niet veel zin om te gaan vechten, maar de inzet was erg hoog.

    Dat een dergelijk grote voorraad chemische wapens in handen is van een van de wreedste dictaturen ter wereld, is op zich al erg genoeg, maar er was meer. Zo was niet uitgesloten dat de in het nauw gedreven Assad dat soort wapens zou overdragen aan zijn bondgenoten, de extremistische sjiitische militie Hezbollah in Libanon; een "casus belli" had Israël eerder gewaarschuwd.

    Er was nog een erger scenario: dat waarbij de chemische wapens van Assad zouden worden buitgemaakt door soennietische moslimrebellen die ze dan zouden doorsluizen aan terreurgroepen zoals Al Qaeda. Wat de gevolgen daarvan kunnen zijn, bleek toen in 1995 een religieuze sekte 13 doden en duizenden gewonden maakte bij een aanslag met saringas in de metro van de Japanse hoofdstad Tokio. 

    Een oud zeer en altijd verafschuwd

    Nu zijn chemische wapens al heel oud. Zo zouden de Spartanen in de 5e eeuw voor Christus al giftige gassen gebruikt hebben tegen de Atheners. In de 3e eeuw na C. vergasten de Perzische Sassaniden Romeinse troepen tijdens het beleg van de stad Dura Europos, in Syrië vlakbij de grens met Irak.

    De afkeer tegen dat soort aanvallen was erg groot en zelfs geharde krijgers die elkaar met bijlen en zwaarden afmaakten, stonden in de geschiedenis erg afwijzend tegenover dat soort "oneerlijke" wapens. Zo beloofden de Oostenrijkse Habsburgers en Frankrijk elkaar in 1675 in het Akkoord van Straatsburg om geen giftige kogels te gebruiken.

    Nooit hebben chemische wapens echter meer leed veroorzaakt dan tijdens de Eerste Wereldoorlog, het eerste gebruik op industriële schaal. Op 22 april 1915 lieten Duitse troepen nabij Ieper giftig chloorgas ontsnappen over de geallieerde linies. Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog waren aan beide kanten 90.000 soldaten gedood en vielen er een miljoen gewonden door het beruchte mosterdgas of yperiet. Een van hen was mijn overgrootvader die nooit zou genezen.

    Het trauma van mosterdgas leidde na de oorlog tot het Protocol van Genève in 1925, waarbij de westerse grootmachten beloofden om geen chemische wapens meer te gebruiken. Toch werden die in de jaren 20 en 30 nog gebruikt door de Fransen in Marokko, de Italianen in Ethiopië en de Japanners in China. In de jaren 60 zouden chemische wapens ook gebruikt zijn in de burgeroorlog in Noord-Jemen. Sommigen beschouwen ook het Amerikaanse ontbladeringsmiddel "Agent Orange" dat in Zuid-Vietnam de vegetatie moest vernietigen, als een chemische wapen.

    "Gas!"

    Toen er nog dienstplicht was, kreeg elke "milicien" steevast een NBC-opleiding (nucleair, biologisch en chemisch). Je leerde in fracties van seconden een gasmasker opzetten of een groen en onhandig NBC-beschermingspak met handschoenen aantrekken.

    Zo leerden we ook iets over chloorgas, fosgeen en mosterdgas of yperiet die ogen en luchtwegen aantasten en konden leiden tot blindheid of de dood. Die gassen uit de Eerste Wereldoorlog zijn nog altijd berucht en gevaarlijk.

    Daarnaast is er de categorie zenuwgassen zoals sarin, tabun en VX. Die tasten de relatie tussen zenuwen en spiercellen aan waardoor een verkrampende verlamming ontstaat. Die gassen of vloeistoffen kunnen ook via de huid het lichaam binnenkomen. C-wapens moeten ook niet enkel doden; een NBC-pak met gasmasker beperkt de bewegingsvrijheid en de inzetbaarheid van een strijder.