Om stil van te worden - Jürgen Mettepenningen

Het nieuwsfeit van 2013? Velen zeggen in studio’s en magazines dat het de wissel is aan de top van de rooms-katholieke kerk. Als kerkhistoricus kan ik uiteraard alleen maar onderstrepen dat dit van groot belang was. Maar is dat het belangrijkste nieuwsfeit? Anderen verwijzen naar de dood van Mandela, of naar meer actieve daden van de groten der aarde. Nogmaals: zijn dat de grootste nieuwsfeiten van het afgelopen jaar? Zonder het belang van paus Franciscus, Nelson Mandela en andere personaliteiten te negeren of te minimaliseren – hoegenaamd niet – bestaat het nieuwsfeit er voor mij in dat op zoveel plaatsen ter wereld mensen lijden en te weinig worden geholpen.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Er was en is veel lijden, van besneeuwde tentenkampen in het Midden-Oosten, over de rouw van ouders om hun verongelukt kind, tot de eenzaamheid van armen die niet uit de spiraal geraken waartoe ze worden gereduceerd. Het is de paradox van nieuwsfeiten die in dermate veel varianten plaatsvinden, dat ze nog slechts enkele keren per maand het journaal halen...

Mijn excuses dat ik in deze periode van lichtjes dit stuk zo donker aanvat. Is alles dan negatief? Neen. Integendeel! En hier verwijs ik wél naar Franciscus en Mandela, want zij mogen het dan wel gemaakt hebben, zoals men dat zegt, maar zijn van eenvoudige komaf en zijn in zichzelf eenvoudig gebleven. Bovenal weten ze wat lijden, armoede en eenzaamheid zijn. Maar ook wat de waarde van stilte, solidariteit en spiritualiteit is. Volgens mij tonen ze vanuit dat laatste drieluik dat ze mensen van hoop zijn die anderen/ons inspireren en de hoop voeden (en er handen aan geven).

Stiltezoekers

In bussen en treinen ontmoet ik mensen met heel wat elektronische bedrading. Ze lijken er wel door aangestuurd. Permanent moet er een luisterdop in het oor zitten en een microfoon aan een draadje rond de hals. Het lijken wel baxters. Stel je eens voor dat we onbereikbaar zouden zijn! Of dat het eens stil wordt bij ons, rondom ons, in ons? Probeer bovendien maar eens een openbare plaats te vinden waar je in volledige stilte kunt telefoneren. En ook, u kent dat wel, in de bus: mensen zetten zich neer op een bank waar nog niemand zat, en wanneer het risico er is dat te veel banken bezet zijn en er wel eens iemand naast mij zou kunnen komen te zitten, activeert men de bedrading. Oordopjes als muur. Fortenbouw in Vlaanderen anno 2013-14.

En toch… Deze ruwe veralgemening wordt doorbroken door een schare van stiltezoekers. Zij trekken zich graag eens terug om over ‘het leven’ na te denken, zichzelf te overdenken, de batterijen op te laden ook. Gastenverblijven van abdijen zitten tegenwoordig aardig vol. En ‘Bond Zonder Naam’ heeft onlangs een heuse ‘stiltehoeve’ geopend. De veiligheid van de buitenkant en het machogedrag van mannen en vrouwen omtrent de buitenkant van het leven, geeft blijkbaar geen antwoord op wat mensen ten diepste verlangen. Het is te weinig. Het geeft comfort, maar geen betekenis. En mensen willen iets betekenen, voor zichzelf en voor anderen.

Stilte als ruimte

Betekenis is een relationele term, met vriendschap en liefde als hoogste kwaliteit. Betekenis kan niet zonder stilte, zonder de ruimte van het verlangen, het wachten, het gemis, de afstand, zelfs wanneer vrienden bij elkaar zijn. Wie de stilte niet respecteert, kan geen woorden waarderen. En begrijpt niets van wat betekenis is. Stilte is immers de ruimte waar de metafoor wordt geboren, waar symbolen zich als een vis in het water voelen, handen elkaar kunnen raken en lichamen zich in elkaar kunnen verstrengelen.

Daar zijn geen draden voor nodig. Die hebben, zoals alles, nut, maar wie zichzelf verstrengelt met draden, sluit zichzelf vaak af van anderen. En van onverwachte ontmoetingen. Voor wie meent niet gemist te kunnen worden en zich daarom ‘bedraadt’, hangt betekenis aan een zijden draadje… Sorry als ik wat te hard ben, maar het zal niet de laatste keer zijn.

In de stilte kunnen we ons bewust worden van de noden van onszelf en van anderen. Beelden van verkleumde en hongerige kinderen en moeders die zelf niets kunnen doen aan hun situatie, doen mij stil worden. In die stilte van de verontwaardiging weet ik me geroepen om niet stil te blijven zitten: ik word geappelleerd om me te bewegen, om zaken in beweging te zetten. Om solidair te zijn.

319 euro

“Er is hoop voor de arme”, zo lees ik in het boek Job. Niet bepaald een citaat en een Bijbelboek voor de Kersttijd, maar ook de werkelijkheid is veelal niet compatibel met Kerstmis. Hoeveel Maria’s zitten er immers niet in stalletjes, of tenten, in Syrië, in de Filippijnen, in zoveel andere plaatsen ter wereld? En in ons eigen land! Wat dat laatste betreft: 319 euro geeft de gemiddelde Belg uit aan Kerstmis: het eten en de cadeautjes. Maar de gemiddelde Belg bestaat niet. Wanneer 1 op de 8 personen onder de armoedegrens leeft, dan zijn er heel wat arme mensen in ons land. Voor ieder van hen telt elke euro, zeker in deze periode van het jaar, waar warm eten, dikke kledij en een verwarmd huis van levensbelang zijn.

Solidariteit bestaat er niet in de eerste plaats in dat ik mijn 319 euro laat schieten. Maar hoe solidair zou het niet zijn om voor elk van die 319 euromunten evenveel munten te besteden aan mensen die zich geen feestmaaltijd en kerstcadeaus kunnen permitteren? Niet om ook hen zo’n feestdis en cadeaus te kunnen laten aanschaffen, wel om mee te helpen voorzien in het noodzakelijke om waardig te leven. Uiteindelijk is het in de meeste gevallen toch zo dat we cadeaus kopen voor mensen die reeds alles hebben.

Is het dan zo’n utopie om die cadeaus bescheidener te maken en de betekenis ervan te beklemtonen in plaats van het prijskaartje (de ander mag heus denken dat je meer om hem geeft dan wat je voor hem op dat moment uitgeeft). Zo kunnen we meer middelen geven aan wie de elementaire levenszaken van doen heeft.
 

De ramp met de bankkaart

Wanneer ik afgelopen maandagavond op het televisiejournaal hoor dat de bankkaarten gedurende enkele uren niet gebruikt konden worden en mensen het woord ‘dramatisch’ en ‘ramp’ in de mond nemen, dan word ik stil en krijg ik afgrijzen. Het is niet omdat iets niet volgens plan verloopt, dat het al meteen een ramp is. Hoe omschrijft men dan op de duur nog een echte ramp?

Begint niet alles met onderscheidingsvermogen en empathie: wat is belangrijk, de betrokkenheid op de ander, kijken vanuit het perspectief van de ander, wat dienen we eerst te doen om elkaars welzijn te dienen? Daarvoor is bezinning nodig, en tijd daarvoor. We hebben zelfs het voorrecht over een speciale dag te beschikken waarop we eens stil kunnen staan om te overdenken waar het op aankomt...
 

Een pleidooi voor meer zondag

Ik hoop dat u genoten hebt van wat misschien de laatste Kerstmis is geweest waarop u en ik verlof hadden. Er verandert immers zoveel in onze jachtige tijden. Niet alleen mogen de Kortrijkzanen onder u op zondag hun gras afrijden, binnenkort kunnen zij nadien de trein nemen naar Antwerpen voor een gezellige dag shoppen. Het leven kan ‘leuk’ zijn, zoals dat dan tegenwoordig hoort te klinken.

Maar botst het niet veeleer in plaats van klinken? En dan doel ik niet vooreerst op het vrije groeirecht van gras op zondag dat geschonden is, maar wel – ernstiger – op het rustrecht op zondag. Of scherper gesteld met ietwat grote woorden: ik vind het een stap terug in onze beschaving dat de zondagsrust geannexeerd wordt door de toelating om winkels uit te baten.

Hoe arm zijn we niet geworden dat een algemene verworvenheid wordt teruggeschroefd tot een beslissing die kan verschillen van stadsbestuur tot stadsbestuur, van gemeentebestuur tot gemeentebestuur? Verdient onze zondag niet beter? Vandaar mijn pleidooi voor de zondag als geïnstitutionaliseerde vorm van reflectie, bezinning en ontspanning. In tijden die meer dan ooit jachtig, meerduidig en veeleisend zijn, is er meer dan ooit nood aan de zondag! Kortom, ik houd hier een pleidooi voor ‘meer zondag’, niet ‘minder zondag’.

De zondag is niet nutteloos

De zondag dient om adem te kunnen inhalen midden twee weken van lucht uitademen. Vandaag zijn velen kortademig geworden… Dat is uiteraard een beeld en bijna een oneliner, maar de zondag mag gelden als ‘verademing’ in het ritme van zoveel strevingen om te voldoen aan de verwachtingen op het vlak van gezin, werk, communicatie, ontspanning, enzovoort. De zondag dient gevrijwaard te worden van nog meer stress, van ‘nog meer van dat’.

We zijn immers bezig met het kader te creëren waarbinnen straks iedereen op elke dag van de week – ook de zondag – ten volle bereikbaar moet zijn, inzetbaar moet zijn, stress-baar moet zijn… O wee degene die zijn mails niet checkt op zondag! Voor zo’n samenleving pas ik: ze is misschien de natte droom van het neoliberalisme, voor wie de zondag een nutteloze dag is die veel meer winst kan opleveren, maar niet mijn natte droom. De markt moet ook draaien op zondag? Een dikke vette neen!

De zondag is niet nutteloos, nog minder zinloos. Die dag geldt immers als ruimte van rust, uitrusten, onthaasten, tot zichzelf komen. Een tikkeltje ontwennen van de week mag er zelfs bij zijn. Misschien zelfs wat verveling, waarom niet? Het is een ‘halte’ in de rit van het leven: geen passieve halte, maar een actieve. Waar gaat het heen wanneer we ook op zaterdagavond onze wekker dienen te zetten om ook op zondag actief te zijn als winkeluitbater of als shopper? Een samenleving die de ‘luxe’ van zijn rustdag opgeeft om ook op die dag geld te verdienen en uit te geven, is een samenleving die niet met zijn luxe weet om te gaan, nog minder weet waartoe die luxe kan dienen. Verwende nesten die zich kunnen permitteren om een rustdag om te vormen tot een ritsdag: zo zijn we altijd op de rits. Voor een tweede maal sorry als ik te hard ben.

Kerkelijke agenda?

Is de achterliggende agenda van mij een kerkelijke? Met name de zondag als de dag des Heren, de dag dat mensen beter naar de kerk gaan in plaats van naar de winkel? Neen, die agenda heb ik niet. Als ik tot nu in deze paragraaf niet één keer de kerk heb aangehaald, dan mag dit wel duidelijk zijn.

En toch steek ik niet weg dat ikzelf geniet van de zondag als dag des Heren. Het is mijn manier van ‘op adem komen’, van tijd te maken om Gods adem te mogen voelen. Het geeft mij kracht. Een zondag zonder eucharistie is daarom een onvolledige zondag voor mij. En ik respecteer dat voor een anders-, amper- of niet-gelovige de zondag volledig kan zijn zonder die mis, absoluut. Waar het op aankomt is dat de zondag de ruimte is waar eenieder volgens eigen mogelijkheden, levensbeschouwing en context, even mag stilvallen om daarna versterkt verder te trekken.

Alle grote dingen beginnen klein

Met te zeggen dat velen zichzelf verarmen door te weinig ruimte te geven aan het driespan van stilte, bezinning en solidaire betrokkenheid op anderen, is meteen de sleutel aangereikt om onszelf en anderen te rijker te maken. En het is goed om te beseffen: alle grote dingen beginnen klein. Kijk maar naar de voederbak, waarin een kindje ligt waarvan christenen geloven dat in hem God zich ten volle heeft getoond zoals Hij is.

Of kijk naar paus Franciscus of Nelson Mandela. Zonder hen te willen vergoddelijken: het zijn twee mensen die het gemaakt hebben, onder meer omdat ze durfden/durven stil te zijn, solidair te zijn en van de ruimte gebruik maakten/maken om te reflecteren hoe ze hoop kunnen creëren voor anderen en zichzelf. En hoop is heel eenvoudig lichtpuntjes creëren voor mensen, wetend dat we daarmee vaak onszelf wat overstijgen. Iets om stil van te worden… Een mooi 2014 gewenst!

(Jürgen Mettepenningen is theoloog aan de KULeuven en
directeur Identiteit binnen het vicariaat Onderwijs van het aartsbisdom.)

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.