"Systeem leercontracten bedreigd"

Almaar minder jongeren kiezen voor het leercontract, een alternatieve opleiding waarbij ze een dag les volgen en vier dagen in de week meedraaien in een onderneming. Tien jaar geleden kozen nog meer dan 7.000 leerlingen voor de alternatieve opleiding, nu zijn het er nog amper 3.000. Het systeem wordt financieel onhoudbaar, stelt CD&V-Kamerlid Robrecht Bothuyne. Hij pleit voor een betere samenwerking met het beroepssecundair onderwijs.

Bij de leertijd of het leercontract volgen jongeren vanaf 15 jaar nog een dag per week les, de andere vier dagen werken ze in een onderneming en leren daar in de praktijk de knepen van een vak. De opleiding wordt georganiseerd door Syntra.

Het probleem is dat steeds minder jongeren voor het systeem kiezen, waardoor er meer beschikbare werkgevers zijn dan jongeren. Momenteel wachten er zo'n 1.500 werkgevers op een jongere.

De reden voor die dalende populariteit is het systeem zelf, valt te horen bij Syntra. "Wie in de leertijd zit, werkt tegen een lage vergoeding en soms ook tijdens de vakanties. Wat de jeugd duidelijk tegenstaat", zegt Luc Neyens van Syntra in De Standaard.

Doordat er zo weinig jongeren zijn, valt het systeem ook almaar moeilijker te organiseren. De klassen worden te klein. "Dat is erg jammer", stelt Robrecht Bothuyne (kleine foto), "want de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt zijn heel hoog na het volgen van de leertijd. 85 procent heeft na een jaar werk gevonden. Dat is een hoger cijfer dan met eender welke andere opleiding." Na vijf jaar is niet minder dan veertig procent als zelfstandige aan de slag.

BELGA/VAN ASSCHE

"Voeg de twee systemen samen"

Het tekort aan jongeren maakt dat het systeem van leertijd stilaan onbetaalbaar wordt. Volgens Bothuyne hoeft men de oplossing niet ver te zoeken.

"Er zijn momenteel twee systemen van deeltijds onderwijs in Vlaanderen. Enerzijds het leercontract, anderzijds het DBSO, het deeltijds beroepssecundair onderwijs. In dat laatste systeem volgen jongeren twee dagen per week les en gaan ze drie dagen per week werken."

"Het probleem met het DBSO is dat er een nijpend tekort is aan werkervaringsplaatsen. Daardoor zitten de jongeren in de praktijk drie dagen per week thuis. Die mensen zijn een vogel voor de kat. De VDAB moet achteraf veel tijd en energie in hen steken om hen alsnog aan het werk te helpen", zegt Bothuyne die een oproep doet naar Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A).

"Er moet een betere samenwerking komen tussen de beide systemen, zodat jongeren vanuit het onderwijs kunnen doorstromen naar de leertijd."