Harde campagne - Carl Devos

Er was in deze kerstweek gelukkig niet veel Wetstraatpolitiek te bespeuren. Sommige toppers doken op in het lichtere genre, het obligate eindejaar amusement, maar verborgen zich in de enige grote discussie van de week: de zaak Johnny Thijs. Net voor de verstrijken van 2013 toonde die hoe de campagne in 2014 kan worden: hard.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

De makers van het relatief nonsensicaal eindejaarvertier moeten niet hoog oplopen met de gemiddelde intelligentie van hun kijkers. ‘Ontspanning’ is vaak een te gemakkelijk argument – zoals ‘elitair’ vaak een te gemakkelijke repliek is – om de inspanning te beperken tot het samenstellen van een chique gastenlijst. De gesprekjes zijn zo vluchtig en nietszeggend, daar zijn ook de politici zelf schuldig aan, dat nog voor de aftiteling enkel de joligheid ervan overeind blijft. Hier en daar valt dan wel een politiek uitspraakje, dat wegens gebrek aan ander nieuws meer dan gewoonlijk uitvergroot wordt. Wellicht zijn sommige van die programma’s al eerder opgenomen, maar ook mochten ze live gaan is de kans gering dat politici er interessante vragen krijgen over een actuele kwestie.

Dat is jammer, want er was deze week weinig gelegenheid om politici aan de tand te voelen over wat er nu precies in de federale regering gaande is. In het bijzonder politici van CD&V en Open VLD, die deze week verstoppertje speelden in het ernstige genre. Steunen zij de regering in de zaak Thijs? Hoewel nochtans zeker Open VLD zich in twitterland niet onbetuigd laat als een of andere regeringsbeslissing hen niet zint, bleef het deze week oorverdovend stil over de manier waarop minister Labille de zaak van de postbaas afhandelde.

Via allerlei off the record krantenkreetjes werd nochtans duidelijk dat de het PS-manoeuvre CD&V en Open VLD hoog zit. Kritiek vanuit de comfortabele anonimiteit kon wel, maar vanuit eigen naam de coalitiepartner rechtstreeks bekritiseren werd overgelaten aan buiten planetaire politici zoals Jean-Luc Dehaene of Karel De Gucht. Zij sloten zich aan bij de verongelijkte bedrijfsleiders die Thijs bijsprongen, en meteen ook het hele regeringsbeleid ter zake veroordeelden.

Excuus

In deze discussie werden door zowat alle partijen twee cruciale elementen te dikwijls door elkaar gegooid. Enerzijds de discussie over de hoogte van het loon van ceo’s van overheidsbedrijven, anderzijds de regels van deugdelijk bestuur die ook gelden voor beursgenoteerde overheidsbedrijven.

Uiteraard zijn ze in deze zaak verbonden, maar eigenlijk gaat het om twee discussiepunten. Kritiek op de manier waarop de regering, via de bevoegde minister, het loon van Thijs heeft aangepakt, leek vaak neer te komen op kritiek op het doel dat de regering wil bereiken: het aftoppen van die hoge lonen. Het debat ging helemaal overstag toen de minister werd verweten dat hij een ideologisch geïnspireerde aanpak hanteert, alsof tegenstanders enkel via rationele, objectieve analyse tot hun standpunt komen: de stelling dat de vrije markt het loon moet bepalen is even ideologisch – en daar is niets mis mee – als het tegenovergestelde, dat de politiek dat aan de marktwetten moet onttrekken.

De gedachte dat toplonen op andere in de markt afgestemd moeten worden, omdat het natuurlijk marktmechanisme automatisch tot maximale welvaart komt, is een redenering die ons bv. de bankencrisis opleverde. Waarna de belastingbetaler massaal mocht bijspringen om het systeem van de ondergang te redden. Maar dat is geen excuus voor politici om de regels van deugdelijk bestuur aan de kant te schuiven.

Regeerakkoord

Over het doel – de lonen van ceo’s van overheidsbedrijven moeten omlaag – bestaat (bestond?) binnen de regering ruime consensus. Het volgt ook direct uit het regeerakkoord. Voor de geïnteresseerden, lees de laatste paragraaf op p.152, waarin wordt vermeld dat de regering de nodige initiatieven zal nemen om de loonkloof in overheidsbedrijven te verminderen, zonder dat dit de concurrentiepositie van die bedrijven aantast.

De beperking van de bezoldiging van de gedelegeerde bestuurders en de leden van de directiecomités van overheidsbedrijven wordt expliciet vermeld bovenaan p.153. Interessant is dat het loonakkoord het heeft over de vermindering van de loonkloof, vanuit beleidsoogpunt een slimmere benadering dan het definiëren van een voor elke ceo geldend absoluut maximumbedrag. Waar dan uiteraard, ‘ceci est la Belgique’, nog wat over gemarchandeerd kan worden, à la tête du client. Dat het loon van, in casu, Thijs naar beneden moest is dus een politiek akkoord van deze meerderheid. In het verleden hebben ook niet-socialisten dat beleidsstreven stevige ondersteund.

Ook dienstdoende CD&V’ers, wat Dehaene nu ook zegt. Zo verklaarde bv. Vlaams Minister-President Peeters zich voorstander van de zgn. ‘Balkenendenorm’, genoemd naar de toenmalige Nederlandse regeringsleider. Die zou bepalen dat de toplonen van Vlaamse overheidsmanagers maximaal 130 procent van het loon van de regeringsleider mag zijn.

Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken Hendrik Bogaert (CD&V) wou het loon van overheidsmanagers beperken tot maximaal 400.000 per jaar, of ongeveer het dubbele van het loon van de premier. Volgens Bogaert zou dat geen belemmering zijn op het vinden van topmanagers voor de overheidsbedrijven. De Franstalige liberalen dachten er ooit aan om de lonen te plafonneren op de wedde van de premier. Het voornemen was taalgrens- en ideologie-overschrijdend. Al waren de Vlaamse liberalen inderdaad de koelste minnaars. Maar ook zij onderschreven het regeerakkoord.

Zonder overleg

Dat in de politiek dit streven ruim gedeeld werd, heeft o.a. te maken met het groot ongenoegen dat daarover bij veel van hun kiezers bestaat. Uit onderzoek n.a.v. de regionale verkiezingen van 2009 door VRT (voor het programma ‘Vlaanderen 09’), bleek dat 84% van de ondervraagden de lonen van topmanagers te hoog vindt. In het kader van het crisisbeleid werden en worden aan burgers inspanningen gevraagd, hoezeer de Belgische regeringen hun burgers daarvoor behoed hebben of hoezeer ze die beslissingen ook proberen uit te stellen.

Die burgers pikken het om begrijpelijke redenen steeds minder dat een groepje hoogverdieners bovenmenselijke bedragen innen, terwijl de rest in inspanningen ligt te spartelen. Dat sommigen, ook politici, zo fors de verdediging van de veelverdieners opnamen terwijl ze tegelijk zo streng zijn voor de onderkant van de ladder, is een vaststelling die in de kiescampagne nog terug in hun – bv. N-VA – gezicht gegooid wordt.

Het politiek rijkelijk gesteunde federale overheidsbeleid om de verschillen tussen het hoogste en laatste of gemiddelde loon te beperken, is een zeer verdedigbare ethische kwestie. Maar in de zaak Thijs heeft de regering dat eerbaar doel onverstandig, zeg maar slecht, uitgevoerd. Waardoor het doel niet gediend is, integendeel.

Dat Thijs opstapt is logisch en consequent. Ook een veelverdienende ceo verdient respect en correcte spelregels. Het ging in deze discussie niet langer om het precieze bedrag: Thijs wou voor minder werken, de regeringspartijen (blijkbaar ook socialisten) wilden voor hem een extra inspanning doen zodat het loonverlies zeer meeviel. Ook grote principes zijn buigzaam. Het ging om de manier waarop: zonder het passend overleg, omdat de PS zich in dit dossier ostentatief wou bewijzen.

Lekker Links

Een manager die van iedereen complimenten krijgt en van zijn Raad van Bestuur hoort dat hij aan hetzelfde loon verder mag blijven werken, pikt het om begrijpelijke redenen niet dat een aandeelhouder, zelfs de hoofdaandeelhouder, later die beslissing eenzijdig intrekt. De manier waarop Labille deze zaak aanpakt is in tegenspraak met de regels van corporate governance, die ook voor beursgenoteerde overheidsbedrijven moeten gelden. Dat laatste is nog altijd geen legitimatie voor de veel te hoge loonkloof, maar door de discussie tot de methode te reduceren hebben sommigen ook het doel gediscrediteerd.

Het is even duidelijk dat de PS zich eens goed in een electorale ‘operatie-LL’ liet gaan: ‘Lekker Links’. Labille mocht de felle aanvallen op de linkerflank van de PS pareren met de scalp van Thijs: kijk eens hoe de PS die veelverdieners aanpakt! Het zijn dus niet enkel de ondersten die inspanningen moeten doen. Ook de ruwe woorden waarin Tobback zich in deze zaak, met weloverwogen beeldvorming, uitsprak wijzen op zeker revanchisme en profileringsdrang: kijk eens hoe de socialisten de rijken doen betalen.

Zo gemakkelijk als de critici er zich van afmaakten, zo gemakkelijk gingen ook de kameraden te keer. Er zijn in deze hele discussie enkel verliezers. Ook CD&V en Open VLD: zij hadden niet de moed om de beslissing te verdedigen, niet de moed om ze te bekritiseren. Omdat aan beide opties nadelen zitten: in het eerste geval vrezen ze teveel kritiek van de centrumrechtse flank, in het tweede vallen ze hun eigen regering aan. Nooit goed voor de eigen populariteit.
 

Politieke greep

De zaak Thijs heeft ook het nadeel dat ze voor velen als onderdeel van een ruimer plaatje wordt gezien, waarmee dat plaatje nog eens naar boven komt. De manier waarop Di Rupo I omgaat met politieke benoemingen en overheidsbedrijven. Wie hier een typisch federale probleem in ziet vergist zich: ondertussen wordt er in de Vlaamse administratie ook stevig politiek benoemd.

Al is dat probleem federaal veel opvallender, o.a. door de benoemingssoap van de afgelopen maanden, bv. bij de NMBS. Over de federale benoemingspolitiek verschenen ook pijnlijke lijstjes: 5 CEO's, 13 voorzitters van raden van bestuur en 83 bestuurders bij 17 overheidsbedrijven moesten onder de partijen verdeeld worden. En ook onder die waterlijn hadden partijen al de grote koek versneden. Ondertussen verdienen veel van die benoemden buiten de belangstelling ook veel geld: zijn die daar allemaal nodig? Ze vormen samen vele keren de wedde van Thijs.

Nog relevanter is het voornemen van de PS om de band tussen overheidsbedrijf en politiek korter te maken. Gezien de PS weet dat ze daarvan niets meer gerealiseerd krijgt voor de verkiezingen, is dat dus een pure campagnezet. In Vlaanderen roept dat onzalige beelden uit vervlogen tijden op: een PS die haar greep op het overheidsapparaat wil vergroten. Zelfs ongevraagd wordt N-VA hier rijkelijk bediend. De Wever kan dan ook, zoals vandaag in De Tijd, de zaak Thijs in het gezicht van CD&V en Open VLD gooien en zout in de wonde strooien.

Slikken

Ondertussen zitten CD&V en Open VLD vast, terwijl sp.a zich aan grote broer PS optrekt. Ze durven hun coalitiepartner niet openlijk afvallen, want dan tonen ze de regering Di Rupo I als een verdeelde ploeg, ze durven de beslissing niet verdedigen. En zo komt op het einde van 2013 een beeld terug dat eind 2011 sterk aanwezig was, toen Di Rupo I aan de slag ging: Vlaamse partijen, vooral CD&V en Open VLD zaten gevangen in deze regering die ze niet wilden. Niet in staat om een vuist te maken.

Toen, in die beginmaanden, volgden belastingverhogingen (‘pestbelastingen’ dixit Gwendolyn Rutten) zich in hoog tempo op. Dat beeld klopt vandaag niet meer, maar het doemt wel weer op.
Vooral Open VLD zit daar met een imagoprobleem: ze hebben zeker beleid (vermeden) waarop ze trots kunnen zijn, De Croo, Turtelboom en De Block hebben hervormingen doorgevoerd of uitgevoerd die een verschil maakten.

Maar Open VLD heeft ook veel moeten slikken, zoals in het debat over de liquidatiebonussen, bedrijfswagens, hogere belasting op beleggingen, een afgezwakt begrotingsparcours, enz. En dus ook de manier waarop de regering met het overheidsapparaat (incl. overheidsbedrijven) omgaat: dat staat mijlenver van de liberale burgerdemocratie. Er is niet enkel de kritiek van N-VA, dan komt die nieuwe ster Koen Geens ook nog eens het gras voor de voeten maaien, waarop hij blijkbaar afgestopt moest worden.

Strijd tegen N-VA

Het is niet verboden om in deze gang van zaken een voorbode te zien voor de harde campagne die ons volgend jaar staat te wachten, al is niets zeker. Zoals bekend is de inzet van de wat bombastisch omschreven ‘moeder der verkiezing’ bijzonder groot. Tot indrukwekkend. De strijd zal vooral sociaal-economisch zijn, en dus komt de links-rechts tegenstelling naar boven, zelfs al wordt het bestaan ervan ontkend door politici die zich tussen de twee polen bevinden of die het liever over iets anders zien gaan.

Het gemiddeld electoraat is in Vlaanderen rechtser dan in Wallonië, het gemiddeld electoraat is in Wallonië linkser dan in Vlaanderen. Daardoor vallen sommige links-rechts-fricties ook deels samen met communautaire verschillen. In Franstalige België is centrumrechts beperkt tot de MR en delen van CDH. Die hebben dus geen last van aanvallen op hun rechterflank, zoals Open VLD en CD&V die van N-VA moeten vrezen. Dat maakt dat een fors linksere PS in centrumrechts Vlaanderen ook als Franstalige bedreiging wordt gezien, en dus de koppeling van het sociaal-economische en het communautaire zo weer gemaakt wordt.

Di Rupo had in zijn allereerste ministerraad van 6 december 2011 beloofd dat de Vlaamse meerderheidspartijen geholpen moesten worden in hun strijd tegen N-VA. Wat dat betreft was de PS deze week niet goed bezig. Het valt te verwachten dat dat niet meteen zal veranderen.
 

(De auteur is hoogleraar politieke wetenscappen in Gent.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.