Op de vlucht voor geweld in Centraal-Afrikaanse Republiek

Honderden burgers, vooral Tsjadische moslims, slaan op de vlucht voor het aanhoudende geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek. De voorbije week zijn al 2.743 Tsjadiërs geëvacueerd uit het land. De islamitische immigranten voelen zich geviseerd door de christenen, die hen ervan beschuldigen de Seleka-strijders te steunen, die aan de basis liggen van de huidige crisis.
MIGUEL MEDINA

Sinds de machtsovername door Seleka, in maart, is het helemaal bergaf gegaan met de Centraal-Afrikaanse Republiek. De nieuwe machthebbers zijn er niet in geslaagd hun hoofdzakelijk islamitische strijders onder controle te houden, waarop die geleidelijk aan de bevolking zijn gaan terroriseren. Dat heeft dan weer tot represailles door christelijke milities geleid.

De Afrikaanse Unie heeft nu een vredesmacht van bijna 4.000 manschappen ter plaatsen. Frankrijk, de vroegere kolonisator, heeft 1.600 soldaten in de hoofdstad Bangui. Maar de vredessoldaten lijken nu op hun beurt in het etnisch-religieus conflict te worden meegesleurd.

Nogal wat christelijken verdenken de Tsjadische vredessoldaten ervan de Seleka-strijders te steunen, terwijl veel moslims niet bepaald ingenomen zijn met de Franse vredestroepen, die het volgens hen te veel op moslims gemunt hebben. Vorige woensdag zijn zes Tsjadische vredessoldaten gedood tijdens een gevecht met een christelijke militie.

In de Centraal-Afrikaanse Republiek leven naar schatting Tsjadische immigranten. Velen van hen nemen nu het zekere voor het onzekere en keren naar hun land terug.