Steentjes gooien is om liefde schooien bij kapucijnapen

De vrouwtjes van een groep kapucijnapen in het Serra da Capivara National Park in Brazilië hebben een wel heel bijzondere flirttechniek ontwikkeld: ze gooien steentjes naar de mannetjes om aan te geven dat ze willen paren. Het ongewone gedrag is vastgesteld door een doctorandus die de dieren 2 jaar heeft bestudeerd.

Het Serra da Capivara National Park is een natuurpark in het hart van Brazilië. Het is de thuishaven van een groep bebaarde kapucijnaapjes, een ondersoort van de bruine kapucijnapen. Ter voorbereiding van haar doctoraalscriptie bestudeerde Camila Galheigo Coelho van de universiteit van Durham de dieren gedurende twee jaar.

Het resultaat van haar onderzoek is in het onlinetijdschrift PLoS ONE verschenen. Met de wetenschappelijke naam Sapajus libidinosus hoeft het niet te verwonderen dat Galheigo Coelho vooral het paringsgedrag van de soort opviel.

In tegenstelling tot andere apen, hebben de vrouwtjes van de bebaarde kapucijnaap geen fysieke indicatoren die de mannetjes duidelijk maken dat ze willen paren. Zo ontwikkelen ze geen gezwollen geslachtsdelen wanneer ze vruchtbaar zijn. Ook kenmerkende lichaamsgeuren blijven achterwege.

Kinderlijk plaaggedrag

De vrouwtjes moeten hun intenties daarom op een andere manier duidelijk zien te maken. Dat doen ze merkwaardig genoeg door kinderlijk plaaggedrag te vertonen. Ze slaken huilerige kreten, trekken malle gezichten en tikken de mannetjes aan waarna ze snel wegrennen. Het meest opvallend is evenwel het feit dat ze de partner van hun voorkeur met steentjes bekogelen.

De mannetjes ervaren de aanvallen niet als een daad van agressie, maar wel als een compliment. Bovenal maakt het hen duidelijk dat het vrouwtje in kwestie met hen wil paren.

Dit gedragspatroon is voorlopig alleen bij de kapucijnen in het Serra da Capivara National Park vastgesteld. Volgens Galheigo Coelho hoeft dit niet te verwonderen, omdat vrouwtjes hun hele leven in dezelfde kolonie doorbrengen. Het zijn de mannetjes die naar andere groepen migreren.