Syrische rebellen, Afghanistan aan de Middellandse Zee?

Als u vandaag nieuws over Syrië leest, gaat dat wellicht over gevechten tussen de rebellengroepen onderling en minder over de opstand tegen de dictatuur van Assad. Het Syrische conflict wordt dan ook een alsmaar ingewikkelder kluwen.
AP2012

Eerst was het simpel: in maart 2011 kwamen de Syriërs op straat om politieke en sociale hervormingen te eisen. Traditiegetrouw sloeg het regime van Assad dat protest bloedig de kop in en in augustus van dat jaar werd de rebellengroep Vrije Syrische Leger (FSA) opgericht. Die bestond uit overgelopen officieren en soldaten die zich niet langer achter het regime wilden scharen.

Dat FSA was een tijdje "het verzet" bij uitstek tegen Assad en kreeg vrij snel de goedkeuring van het Westen omdat die groep zei te strijden voor een seculier en democratisch Syrië in de geest van de "Arabische Lente". In de praktijk bestond het FSA echter uit tal van onafhankelijk werkende groepen in verschillende delen van het land en had de politiek-militaire leiding in ballingschap in Turkije daar weinig controle over, al is dat nadien wel meer gestructureerd.

Dat het Vrije Syrische Leger ook seculier is, heeft vooral te maken met het feit dat er erg veel ex-militairen inzitten en dan vooral veel mensen uit de minderheden: druzen, christenen en vooral alawieten. Dat laatste is de sjiitische groep die Syrië sinds het Baath-regime van de Assads in de jaren 60 domineerde.

Meer dan 70% van de Syriërs zijn echter soennitische moslims en die lieten ook al snel na het begin van de oorlog hun stem horen. 

AP2012

Wordt seculiere opstand een soennitische opstand?

Het Vrije Syrische Leger (FSA) en zijn Supreme Military Council (SMC) heeft ongeveer 35.000 mensen in de rangen, verdeeld over vijf fronten over geheel Syrië. Een aantal daarvan staan niet rechtstreeks onder het SMC-commando, maar operen in een alliantie. Het gaat dan om de Noordelijke Stormbrigade vlakbij de strategisch belangrijke grens met Turkije (die eerder VS-senator John McCain op bezoek kreeg), Ahrar Suriya (Vrije mannen van Syrië rond Rastan) en de "Martelaren van Syrië Brigade" die rond Idlib in het noorden actief is.

Los daarvan de FSA-SMC is in november vorig jaar het Islamitisch Front opgericht dat 45.000 mensen onder de wapens heeft. Dat front is een fusie van zeven islamitische groepen, waarvan de Harakat Ahrar al-Sham al-Islamiyya (Islamitische Beweging van de Vrije Mannen van de Levant) de belangrijkste is. Die groepen krijgen vooral steun vanuit conservatieve soennitische staten zoals Saudi-Arabië en de andere Golfstaten.

Dat Islamitische Front windt er geen doekjes om: het wil het Assad-regime omvergooien en vervangen door een "islamitische staat" met de sharia (of hun versie daarvan) als leidraad. Alhoewel het Islamitische Front niet echt één monoliet vormt, is het toch uitgegroeid tot een van de belangrijkste verzetsgroepen in Syrië en ligt het vaak overhoop met het Vrije Syrische Leger.

Daarnaast is er een Syrisch Islamitisch Bevrijdingsfront (SILF), een los samenspel van orthodoxe of gematigde islamisten, dat echter wel samenwerkt met het Vrije Leger FSA. Los daarvan zijn er nog kleinere islamistische groepen die veelal regionaal actief zijn.

Een belangrijke speler in het noordoosten van Syrië is de Koerdische Volksbeschermingseenheid (YPG) dat 10.000 tot 15.000 strijders omvat. Die YPG ijvert voor een grote autonomie van de Koerden in Noordoost-Syrië heeft contacten met de Turks-Koerdische PKK en de Iraakse Koerden die al zo'n autonomie hebben.

2012 AP

De extreme jihadisten

De meest gevreesde rebellengroepen -ook door de Syriërs- zijn evenwel de jihadistische of extreme moslimgroepen die nauw verbonden zijn met het terreurnetwerk Al Qaeda.

Sinds begin 2012 voert het Jabhat al-Nusrat (Reddingsfront) bomaanslagen uit, maar daarna ook militaire offensieven, vooral in het noorden en het oosten van Syrië. De groep telt 5.000 tot 7.000 strijders, maar die worden wel beschouwd als erg efficiënt. Door de nauwe banden met al-Qaeda wordt al-Nusrat door de VS beschouwd als een terroristische groepering.

In april vorig jaar kondigde de leider van al-Nusrat de fusie aan met "al-Qaeda in Irak", dat sindsdien omgedoopt is tot "Islamitische Staat in Irak en de Levant" (ISIL). Een groot deel van al-Nusrat volgde die fusie niet en zegt rechtstreeks en buiten Irak om te rapporteren aan Ayman al-Zawahiri, de leider van al-Qaeda. ISIL telt ongeveer 5.000 strijders en velen daarvan zijn Irakezen of buitenlanders. Tenslotte is er ook nog een kleinere groep die vooral moslimextremisten uit de Kaukasus zoals Tsjetsjenen groepeert.

Die groepen schuwen het brute geweld niet tegen andersdenkende Syriërs en minderheden in de gebieden onder hun controle, waar een echt terreurregime "à la taliban" is geïnstalleerd. Mede daardoor hebben zowel het FSA als islamitische rebellengroepen recent de strijd aangebonden met het ISIL dat als buitenlands wordt beschouwd. Ze maken daarbij gebruik dat het ISIL in het westen van Irak een aantal steden heeft ingenomen en daarvoor strijders heeft moeten wegtrekken uit Syrië. 

De sjiieten steunen dan weer Assad

Aan de andere kant van het front krijgt het regime-Assad nu ook militaire steun van de bondgenoten. Het regime kan nog altijd rekenen op een harde kern van een goed uitgerust leger met een stevige basis aan alawieten, druzen en christenen en ook soennieten, gesteund door een myriade van politie en andere veiligheidsdiensten.

Buitenlands heeft de Libanese sjiitische militie Hezbollah enkele duizenden strijders naar Syrië gestuurd om Assad te helpen bij de herovering van de stad Qusayr. Die zouden nu ook actief zijn nabij Aleppo.

Een brigade van Iraakse sjiitische vrijwilligers vecht in en rond Damascus zij aan zij met de troepen van Assad. Elders in het land zijn eenheden van de Iraanse revolutionaire gardes actief die Assad ondersteunen. Aantallen daarvan zijn moeilijk te achterhalen.

Hoe dan ook wordt de oorlog in Syrië alsmaar een onderdeel van het bredere conflict tussen soennieten en sjiieten dat al meer dan duizend jaar de islamwereld verdeelt.

Afghanistan aan de Middellandse Zee?

Toen ik dit bericht zat te schrijven, moest ik denken aan de tijd in de jaren 90 en na 9/11 toen ik vechtende groepen in Afghanistan zat op te lijsten voor de redactie. 

Ook toen was er een gelijkaardig kluwen van elkaar bevechtende groeperingen met veelal sectarisch, religieus of etnisch motief en wisselende coalities. In dat soort "janboel" komen meestal de meest gewelddadige en onverdraagzame groepen bovendrijven.

Erger nog: dat soort situaties vormt een broedgebied voor extremisten die hun "heilige oorlog" of wat daar moet doorgaan in de vorm van terrorisme graag willen exporteren naar de rest van de wereld. Dat mensen met de Europese nationaliteit meevechten in Syrië en later als een potentieel gevaar zullen terugkeren, is geen geruststelling. Tegelijk is Syrië geen "ver van mijn bed show", maar ligt het land vlak naast EU-lidstaat Cyprus en de NAVO. Het geweld en de oorlog kan ook in mum van tijd overslaan naar de buurlanden Libanon (wat al bezig is) en Irak, waar het ISIL-front nu een soennitische opstand wil organiseren tegen de sjiitische meerderheid.

Een reden voor de Westerse terughoudendheid in Syrië is dan ook dat de val van het onsympathieke en brutale Assad-regime de deur voor een regionale chaos zou openzetten.

AP2013