West-Duitse bedrijven profiteerden van dwangarbeid in de DDR

Tientallen West-Duitse bedrijven hebben destijds producten verkocht die in de DDR gemaakt werden door dwangarbeiders. Dat blijkt uit een onderzoek van het ARD-magazine "Report Mainz".

Eind 2012 gaf de Zweedse meubelgigant Ikea toe dat hij meer dan 20 jaar geleden samenwerkte met Oost-Duitse toeleveranciers die politieke en andere gevangenen gedwongen tewerkstelden. Ikea had eerst ontkend dat de toenmalige directie weet had van de feiten, maar moest dat na een onderzoek toch toegeven.

Uit de reportage van "Report Mainz" blijkt nu dat tientallen andere bedrijven hun voordeel hebben gedaan met goedkope producten uit de DDR, die mee door dwangarbeiders werden gemaakt. Het gaat onder meer om winkels als Aldi en Karstadt, maar ook om bedrijven uit de staal- en auto-industrie zoals Volkswagen.

Aldi kocht onder meer broekkousen die in de beruchtste vrouwengevangenis van de DDR, Hohenheck, werden gemaakt. In een reactie veroordeelt de directie van Aldi het gebruik van dwangarbeid, maar ze zegt daarvan niet op de hoogte geweest te zijn. Ook de directie van Volkswagen zegt niet op de hoogte geweest te zijn dat dwangarbeiders meegewerkt zouden hebben aan de levering van onderdelen uit de DDR.

De historicus Tobias Wunschik, die het onderzoek naar de banden tussen de Oost- en West-Duitse bedrijven gevoerd heeft, vindt dat de directies van de West-Duitse bedrijven er zich wat te gemakkelijk van afmaken. "De DDR zat destijds zo om buitenlandse deviezen verlegen, dat de West-Duitse bedrijven die er actief waren een zekere macht konden hebben. Ze hadden de arbeidsomstandigheden in de DDR-bedrijven kunnen onderzoeken, maar ze waren daar niet echt in geïnteresseerd", zegt Wunschik.

De verantwoordelijke voor het Stasi-archief, Roland Jahn, vindt dat er meer onderzoek moet gebeuren naar de praktijken van destijds en roept de bedrijven op daaraan mee te werken, zodat de slachtoffers van destijds een vergoeding zouden kunnen krijgen.