Dokter aan het doodsbed - Jan Van Duppen

Met het verglijden der jaren kom je vaker tot condoleren want je wordt van ver of nabij meer met de dood geconfronteerd. Als huisarts krijg je er nog veel overlijdens bovenop en dat is zeker in het begin van je carrière geen sinecure

Pornografisch

De artsenopleiding en permanente nascholing stoomt dokters klaar om alle mogelijk lijden - zelfs psychisch - te herkennen, te verklaren en te behandelen. Over stervensbegeleiding wordt doorgaans oorverdovend gezwegen. Terwijl dood gaan toch de enige absolute zekerheid is in het artsenvak. En het leven.
Sterven lijkt binnen de branche van genezers iets pornografisch waarnaar iedereen kijkt, maar even zedig over zwijgt. Het is voor dokters een vreemde vijandige wereld, heel nabij maar liefst zo ver mogelijk weg. Al te vaak beleefd als een blijk van het eigen falen.

Condoleren heet je medeleven betuigen, maar dan wel door mee te lijden met de nabestaanden. Samen de pijn dragen van het verscheiden maakt deze misschien wat lichter. Het is bedoeld als een uiting van betrokkenheid.
Je probeert je voor te stellen hoe zo’n dood in je eigen omgeving aanvoelt. En dat wordt troostend geacht voor de wie de aflijvige nabij was.

Engelen

In de loop der jaren word je als huisarts wel vaker uitgenodigd tot reflectie over wat de dood van een geliefde met om- en nabestaanden doet.
Dat inspireerde niet alleen mij tot de troost van het voortbestaan in de herinneringen van de nablijvers.
Sommige mensen praten met die herinneringen aan hun geliefden als waren het engelen die hen vanuit een andere wereld onder hun hoede nemen. Sommigen worstelen met nachtmerries van onopgeloste angst en weerkerende dilemma’s van spijt en woede.

’Een mensenleven lijkt dan een golfbeweging op een spiegelend watervlak.
Ze begint aarzelend, bereikt een hoogtepunt en deint langzaam uit.
Onderweg ontmoeten wij andere mensen, andere golven ontmoeten de onze. Wanneer ze niet in fase zijn, dempen we mekaar uit.
Wanneer we echter gelijkgestemd zijn, kunnen we mekaar versterken. Wanneer onze eigen golfbeweging is uitgestorven, dragen de golven van wie wij ontmoet hebben, ook een deel van onze energie verder naar nieuwe golven, nieuwe mensen.
Uiteindelijk wordt wat wij van wie voor ons kwam, doorgegeven aan wie na ons komen.

Voor ons is dit een troostende gedachte. Wij hopen dat jullie uit die mooie herinneringen kracht kunnen putten bij de moeilijke en pijnlijke momenten die komen.'

Steunen op de tijd

Op die manier probeer ik hen en mijzelf een steunpunt te bieden door op een spitsvondige manier de dood als het einde te ontkennen of toch minstens voor ons uit te schuiven in de tijd. Je bent pas dood als niemand je nog herinnert, toch?
Met de jaren verschuift echter ook je eigen steunen op de tijd:
’We beginnen ons leven met de idee dat de wereld van ons is.
Naarmate we volwassen worden, groeit het besef dat wij van die wereld zijn.
Oud wordend lopen we achterwaarts onze toekomst tegemoet in de groeiende zekerheid dat we niet meer van deze wereld zijn.
Eenieder gaat dood op een manier die ons past.
Sommigen sterven in stilte, sommigen woest in woede.
Anderen doven het licht omdat de dageraad aanbreekt voor wie na hen komen. Zij helpen ons bewust te worden van onze sterfelijkheid,
waardoor ons leven intenser aan betekenis wint.
Hoe zwaar het afscheid ook kan wegen, de herinnering aan zo’n leven en sterven maakt de dode voor wie hem lief was:
‘... als een die in de nacht op weg is
met op zijn rug een lamp die hem niet baat,
maar wel het inzicht schenkt aan wie hem volgen.

(Dante Alighieri, Divina Comedia)
 

Humaan afsluiten

De euthanasie van de 95-jarige atleet Emiel Pauwels waaraan in de media veel aandacht werd besteed, droeg deze lamp van het inzicht. De euthanasie in 2008 van de 78-jarige prins der Nederlandse Letteren, Hugo Claus, was hem voorafgegaan en werd door sommigen evenzeer verguisd. Ook Mario Verstraete (40) die in 2002 als eerste binnen het wettelijk kader in België euthanasie kreeg - waarover in 2012 de film ’Tot later’ verscheen - droeg die lamp.

Hun voorbeeld in de media zou mensen wijdverbreid te licht aanzetten tot makkelijke navolging. Waren ze wel vrij in hun beslissing? Hadden ze wel genoeg achting voor het hen geschonken leven? En was er voldoende dankbaarheid voor de schenker, de nabestaanden?

Precies omdat wij als mensen geneigd zijn onze gevoelens op de ander te projecteren worden we misleid bij onze inschatting van de wensen van stervenden. We voelen in hun lijden vooral onze eigen pijn van het zijn die we graag ver voor ons uit schuiven. We lopen mekaar mis in het dovemans-gesprek. Met veel woorden die weinig zeggen, willen we elkaar bij het naderende afscheid sparen. En finaal blijft de onuitgesproken angst lang wegen. Wie in die luidruchtige stilte een opening vindt, kan later zelf ook veel verdragen.

'Ik wijs u hierbij graag op een van de meest weldadige bijwerkingen van een humaan sterfbed: het maakt de omstanders minder bevreesd voor hun eigen dood’.
Bert Keizer, Tumult bij de uitgang. Lijden, lachen en denken rond het graf.

(De auteur is huisarts in Rotterdam en voormalig parlementslid voor de SP.A.)
 

lees ook