Identiteitskaarten vanaf 1 maart 10 jaar geldig

De ministerraad heeft vrijdag twee koninklijke besluiten goedgekeurd die de geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaart aanpassen. Een eerste bepaalt dat de identiteitskaarten die vanaf 1 maart uitgereikt worden door de gemeenten een geldigheidsduur van tien jaar hebben, tegenover vijf jaar vandaag. Het tweede voorziet dat kinderen die de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt een identiteitskaart krijgen die zes in plaats van tien jaar geldig is omwille van de uiterlijke wijzigingen. De identiteitskaart van mensen ouder dan 75 jaar blijft dan weer dertig jaar geldig.

De verlenging van de geldigheidsduur van identiteitskaarten werd reeds begin 2012 in een wet vastgelegd, maar het was wachten op een koninklijk besluit voor de inwerkingtreding. Na de uitvoering van alle technische ontwikkelingen die nodig waren om de betrouwbaarheid en veiligheid van de nieuwe kaarten te verzekeren, werd beslist om vanaf 1 maart de geldigheidsduur van de kaarten op te trekken tot tien jaar.

Dat betekent dat de burger zich nu nog om de tien jaar naar het gemeentehuis moet begeven voor een nieuwe identiteitskaart en dat hij ook maar om de tien jaar de aanmaakkosten zal moeten betalen. Voor de gemeenten betekent dit een vermindering van de werklast, stelt minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet.

Hoewel de identiteitskaarten voor 75-plussers dertig jaar geldig blijven, dienen de certificaten van deze elektronische identiteitskaarten wel nog na tien jaar vernieuwd te worden om geldig te blijven, zo merkt de minister nog op.