Hoogmis van het oordeel - Jürgen Mettepenningen

“Ik stem niet op die zak”! Met een zekere emotie smeet iemand de woorden afgelopen week in het gezelschap. Sommigen knikten, anderen keken wat beduusd. Ik keek op mijn horloge. De tijd van oordelen was aangebroken.

25 mei: Dag des oordeels

De koorts stijgt. Verkiezingen zijn het grootste verplichte oordeel op hetzelfde moment over hetzelfde onderwerp in dit land. We worden niet opgeroepen om te oordelen, maar ertoe verplicht. Paradoxaal genoeg meer een oordeel over de toekomst dan over het verleden. Zo gaat dat, ook al slaat de ‘zak’ op het verleden…

Het oordeel als hoeksteen

Het valt me op met hoeveel oordelen ik geconfronteerd word, iedere dag. Het begint ’s morgens met de jongste dochter, Julie, die “boos” is op mij: niet ik maar mama had haar uit bed moeten nemen. Wanneer ik bedremmeld met de papfles aan kom draven, ben ik plots “lieve papa”. Hoe flexibel kan men zijn met oordelen? De flexibiliteit deemstert weg per levensjaar… Op de duur bepalen de oordelen met wie ik omga en hoe ik met die mensen omga, hoe ik achter hun rug over hen spreek, wat ik hen aan krediet geef. In feite is dat de rode draad in de interviews die relatietherapeut Alfons Vansteenwegen afgelopen week gaf. Hoe oordelen we over elkaar in onze meest intieme relatie, die met onze partner? En wat brengt zo’n oordeel met zich mee aan ongemakken, tot zelfs een scheiding toe in heel wat gevallen?

Iets anders: wanneer ik tussen mijn werk door de opiniepagina open van verschillende nieuwssites, treffen me altijd weer de harde oordelen die er geveld worden op de reactiefora. Samen met het opiniestuk de auteur op de slachtbank. Er zijn zelfs mensen nodig die toezien op wat als reactie wordt ingediend om te oordelen of betreffende reactie niet de grenzen van het fatsoen overschrijdt. Het zal met reacties op deze blog wellicht niet anders zijn…

Reductionitis

Veel oordelen vertonen inderdaad symptomen van ‘reductionitis’: men ziet het breder plaatje niet meer, noch is er enige empathie door zich eens even in het standpunt van de ander te verplaatsen. Ook nuances zijn soms een brug te ver voor velen. En nu dreig ik te veralgemenen en te oordelen. Aha, op heterdaad betrapt op een reflex! Ook al is een oordeel vaak in eerste instantie een vorm van reflex, het komt er op aan om met die opborrelende oordelen gezond om te gaan. Zijn de grote geesten van deze aarde niet precies degenen die zich die kunst op een positieve wijze hebben eigengemaakt? Positief naar de andere en naar zichzelf toe, bedoel ik dan.

Benoemen om bij te sturen

Alle oordelen dan maar overboord gooien? Neen, oordelen zijn nodig. Ze vormen bijvoorbeeld de aanleiding en het fundament om zaken te benoemen die dienen te veranderen. Wanneer mijn vrouw zegt dat ik een workaholic ben, wat minder met mijn iPhone moet bezig zijn en wat meer met de kinderen, dan is dat een hard oordeel. Confronterend. Ze kropt de zaken niet op en praat er niet alleen over met anderen, maar deelt ze ook met mij, bron van haar ergernis. Ik waardeer haar daarvoor en ze had gelijk, althans in deze.

Ook paus Franciscus benoemt de zaken om het centraal kerkbestuur bij te sturen, al leid ik uit de harde woorden die hij aan zijn directe omgeving uitspreekt af dat hij minder eenvoudig gelijk krijgt als mijn vrouw.

Op zijn beurt vindt Alfons Vansteenwegen dat in partnerrelaties de zaken benoemd moeten worden. Terecht: anders kan men de zaken die ergernis wekken niet van elkaar kennen en samen aanpakken. Dialoog, empathie en ‘niet het grote gelijk willen halen’ blijken cruciale recepten te zijn, beproefd tot en met, soms zo moeilijk tot en met. Relatietherapeuten dienen als bemiddelaars om zaken te helpen benoemen en dan, in de ene of de andere richting, te doen aanpakken.

Onderscheiden waar het op aankomt

Soms denk ik dat ik niet het recht heb om te oordelen omdat ik zelf in verschillende opzichten tekortschiet. En omdat ikzelf soms ook al te scherp heb geoordeeld, ik besef het. Dat besef stemt tot nederigheid en de vraag om vergeving. En tot onderscheidingsvermogen en voorzichtigheid.

Onderscheiden wat goed en waar is, of waar het op aankomt en wat me te doen staat, het heeft allemaal niet zozeer te maken met intelligentie, dan wel met wijsheid. Voorzichtigheid is dan weer een zogeheten ‘kardinale deugd’ zegt mijn kennis van de christelijke geloofstraditie. Los van dat christelijk kader: voorzichtigheid is een vorm van wijsheid. Geen voorzichtigheid uit angst evenwel, maar uit menslievendheid: ik wil de ander niet opsluiten in mijn oordeel. Als ik dat zou doen, reduceer ik hem/haar tot mijn oordeel. En dat is verre van nederig, dat zou pure hoogmoed zijn! Mijn gedachten als hoogste cenakel van het laatste oordeel… Neen, dat wil ik niet. Dergelijk oordeel is immers een gesloten oordeel, terwijl ik er naar streef om ‘open oordelen’ te vellen: ik wil met mijn oordeel niet iemand opsluiten in het verleden of in zijn zwakke kanten, maar integendeel de toekomst van iemand helpen ontsluiten. En toch is het – sorry – soms moeilijk om niet mee te roddelen over degene die als eerste de vergadering heeft verlaten. Vaak is zwijgen een teken van wijsheid. Maar het kan ook een vlucht zijn, bijvoorbeeld een vlucht van de roepstem om het geroddel luidop aan te klagen. Veel kans dat ze me de volgende keer niet uitnodigen voor een vergadering, los van het feit dat dit soms een zegen kan zijn.

25 mei bis

“Oordeel niet of je zult zelf geoordeeld worden”, zo klinkt het in de Bijbel. Ik heb het hier over verschillende vormen van ‘oordelen’ gehad en heb slechts enkele facetten aangeraakt. Terug naar de kieskoorts nu. Op zondag 25 mei kan ik niet anders dan te oordelen. Gelukkig wordt me rustig de tijd gegund om dat oordeel voor te bereiden. Misschien dat daarom verkiezingen steeds op een zondag doorgaan, ooit synoniem voor rustdag. Er is dus nog wat tijd om het onderscheidingsvermogen te oefenen, zelfs op de dag zelf… De zondag als dag des oordeels, want op het vlak van oordelen wordt ons eigenlijk geen rust gegund.


(De auteur is theoloog)

 

lees ook