Meest recent

    Het vieze luchtje rond het woord minderheid - Kolet Janssen

    Vroeger was het leven overzichtelijk. Je had jongens en meisjes, gelovigen en ongelovigen, Belgen en buitenlanders, hetero’s en homo’s, vleeseters en vegetariërs, werkenden en gepensioneerden. Tussen de verschillende groepen liepen scherpe scheidingslijnen die je niet straffeloos overschreed. In veel gevallen was er een duidelijke meerderheid en een minderheid die daarvan afweek. Je wist met andere woorden waar je je aan te houden had als je geen moeilijkheden wilde.
    opinie
    Opinie

    Het einde van de mainstream

    In onze tijd is het leven veel complexer. Crossing over is iets wat je al lang niet alleen meer met drukke straten doet. We wippen met gemak van de ene in de andere status, al naargelang onze levensfase of humeur. Daarvoor vonden we woorden uit als ‘bi’, ‘flexi’ of ‘ietsist’. Elke grootfamilie telt intussen bijna wel een ‘buitenlander’onder haar leden en dat maakt van de kleinkinderen een bonte mengeling.

    Haast niemand volgt nog identiek dezelfde indelingen als zijn of haar grootouders op alle onderdelen van het leven. We werken en studeren deeltijds, zoeken een nieuwe invulling van ons relatieleven, spreken met onze kinderen soms meerdere talen, geven een eigen draai aan ons geloof en zijn tevreden met onze hoogst persoonlijke identiteit. We zijn niet mainstream en daar stellen we ook geen prijs op. Het is juist cool om minstens voor enkele levensdomeinen tot een minderheid te behoren.

    Weg met het vieze luchtje

    Daarom wordt het tijd dat we de term ‘minderheid’ van zijn vieze luchtje ontdoen. Een minderheid is niet langer een groep die je discreet moet tolereren, waar je niet naar mag staren en die je angstvallig dezelfde rechten toekent als de rest. Minderheden zijn de laatste decennia als paddenstoelen uit de grond geschoten en ze floreren als diezelfde paddenstoelen in een natte herfstwei. Je kunt het zo gek niet verzinnen of er bestaat wel een minderheid voor: herintreders, studerende oma’s en opa’s, wereldreizende jongeren, mensen met meer dan één thuistaal, ontelbaar veel gradaties van (on)geloof, niet-vleeseters met de meest diverse motieven, en noem maar op.

    Toen we onlangs in onze kennissenkring op zoek gingen naar een ‘doorsnee’ gezin, bleek het aartsmoeilijk om dat te vinden: het ene gezin was nieuw samengesteld, een ander had pleegkinderen, nog een ander was bewust kinderloos, of het gezin bestond uit een weduwe en een gescheiden man met respectievelijke kinderen. Onze levenslopen worden steeds minder voorspelbaar en we slagen er wonderwel in dat allemaal onder controle te houden/

    Leve de minderheid!

    Wie voor zichzelf de oefening maakt, zal al snel merken dat ongeveer iedereen op één of ander gebied tot een minderheid behoort, maar daarom niet minder gelukkig is. Vanuit onze minderheidspositie kunnen we zonder problemen andere minderheden ontmoeten. Leven in een minderheidspositie maakt je gevoeliger voor andere standpunten en houdingen. Het ‘grote gelijk’ kan makkelijker tussen haakjes worden gezet of gerelativeerd. Als zowat iedereen tot één of meerdere minderheden behoort, wordt discriminatie vanzelf een leeg begrip. Dus: leve de minderheid!

    (Kolet Janssen is jeugdauteur, oud-lerares, pleegmoeder, moeder tout court en oma.)