Planden nazi's aanvallen met malariamuggen?

Er is nieuw bewijs opgedoken dat nazi's aanvallen planden met malariamuggen. In een rapport van de Duitse bioloog Klaus Reinhardt wordt gesuggereerd dat er in een laboratorium onderzocht werd welke insecten het meest effectief zijn voor executies.

Biologische oorlogsvoering, het loslaten van ziektedragende levende organismen, bestaat al eeuwenlang. Ook van de Duitsers wordt al langer vermoed dat ze in WO II plannen hadden om op die manier slachtoffers te maken.

In een rapport van de Duitse bioloog Klaus Reinhardt worden nieuwe bewijzen aangehaald die erop kunnen wijzen dat nazi-Duitsland wel degelijk een biologische oorlog plande.

In het concentratiekamp in Dachau werd op bevel van SS-hoofd Heinrich Himmler een laboratorium opgericht waar insecten bestudeerd konden worden. In het onderzoeksrapport van Reinhardt zijn nu fragmenten te lezen waarin Eduard May, hoofd van het labo, de malariamug het meest effectief noemt voor executies.

"Een uitdaging voor de toekomst"

Toch geeft Reinhardt toe dat het moeilijk wordt om zwart op wit te bewijzen dat nazi-Duitsland plannen had om een biologische oorlog te voeren. "Na de oorlog begonnen de VS een soortgelijk onderzoek, met medewerking van de nazi-onderzoekers. Elk bewijs dat nu overblijft is dan ook weinig belastend."

Waarom had de SS anders een labo voor insecten nodig? Het antwoord is: luizen. De tyfusdragers zouden een gevaar kunnen zijn voor de gedeporteerden die voor de nazi's nog als slaaf moesten kunnen dienen.

Het grootste deel van het onderzoek was dus bedoeld om ziekten te bestrijden, maar volgens Reinhardt was een deel ook oorlogsgerelateerd. Eric Toner van het UPMC Centrum voor Gezondheidsverzekering zegt dat het onderzoek degelijk bewijs heeft geleverd, "maar uitzoeken of de research echt met destructieve bedoelingen gebeurde, moet een uitdaging worden voor de toekomst".