Helft van tieners wordt gepest, één op de vijf pest zelf

De helft van de tieners wordt gepest en één op de vijf tieners zegt zelf een pester te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek op vraag van Yeti, het tienerblad van Klasse.

In spelvorm werd naar het pestgedrag van 1.200 leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar gepeild. Daaruit blijkt dat 50 procent van de leerlingen toegeeft af en toe gepest te worden en dat 22 procent zichzelf een pester noemt. "Pesters hebben de neiging om hun daden te minimaliseren", zegt pestdeskundige Gie Deboutte. "Ze merken pesterijen op bij anderen, maar beseffen niet dat ook hun eigen gedrag kwetsend is. Omgekeerd zien we dat slachtoffers veel minder relativeren. Het is dus belangrijk dat er op school ondubbelzinnige definities bestaan voor ruzie, plagen en pesten. De leraar moet kinderen dat inzicht bijbrengen."

Opmerkelijk is ook dat pesters vaak niet weten waarom ze pesten en dat 15 procent van de leerlingen zowel pester als slachtoffer is. "Zij vragen een specifieke aanpak. Vaak zit in het pestgedrag een manier om frustraties te uiten. Bovendien krijgen pester-slachtoffers heel wat te incasseren van hun eigen pesters", verduidelijkt psychologe Marjan Gerarts.

Uit het onderzoek blijkt ook nog dat 30 procent van de leerlingen wil dat de school meer onderneemt tegen pesten en dat gepeste kinderen liever met hun knuffel of huisdier praten dan met hun ouders of leraren. "Kinderen willen heel graag praten over pesten. Toch zit de vrees er nog te sterk in dat leraren hen niet geloven of boven hun hoofd gaan handelen", zegt Gerarts.