Ierland vervolgt bankdirecteuren voor kredietcrisis

Wiens schuld was de kredietcrisis? En als bankdirecteuren verantwoordelijk waren voor institutioneel falen, waarom worden ze niet gerechtelijk vervolgd, behalve dan in IJsland? Sinds vanochtend is dat ook in Ierland het geval. In het regionale gerechtshof in Dublin staan drie bankbestuurders terecht die ervan worden beschuldigd de Ierse economie naar de rand van faillissement getrokken te hebben.

Het zal een van de meest ingewikkelde processen worden in de geschiedenis van financiële misdaad in de EU en een van de langstdurende. Ruim 100 getuigen worden gehoord en 24 miljoen documenten bekeken. Terecht staan drie topdirecteurs van de inmiddels opgedoekte Anglo Irish Bank (AIB). Sean FitzPatrick, Pat Whelan en William McAteer zijn ieder zestien beschuldigingen ten laste gelegd. Ze zouden illegaal financiële bijstand verleend hebben aan derden zodat die in 2008 aandelen in AIB konden kopen. De drie, nationale haatfiguren in de Ierse Republiek, ontkennen de aantijgingen.

De Ierse banken zaten in 2008 in zwaar water. Ze hadden jarenlang een vastgoedbubbel opgestookt door agressief leningen en hypotheken te verkopen. "Te groot om te falen", kon Dublin niet anders dan bijspringen om de banken te redden. Bijna 30 miljard euro aan Iers belastinggeld was nodig om AIB en andere Ierse banken drijvende te houden. De EU en het IMF schreven noodleningen uit voor 85 miljard euro. Door pijnlijke bezuinigingen door te voeren, belastingen op te trekken en salarissen te verlagen kon Ierland in december 2013 weer op eigen benen staan. Maar de bankgaranties en de overname van de banken hadden de Ierse economie bijna geruïneerd.

Een van de hoofdgetuigen in het proces is Sean Quinn, ooit de rijkste man in Ierland. Quinn leende miljarden van de bank voor zijn internationaal vastgoedbedrijf in de periode dat Ierland, vanwege zijn economische topprestaties, furore maakte als de Keltische Tijger. Toen wereldwijd de huizenmarkt instortte, had Quinn bij de vroegere AIB een schuld van 2.8 miljard euro en werd zijn bedrijf failliet verklaard. Vijf andere leden van de familie Quinn zullen worden verhoord, waaronder Sean junior. De laatste zat in 2012 een gevangenisstraf uit voor minachting van de rechtbank, nadat hij geprobeerd had onroerend goed ter waarde van 500 miljoen euro te verbergen voor de bank.