De beurzen zijn weer zenuwachtig - Steven Rombaut

labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Dinsdag ging de Japanse beurs met een verlies van 4 procent zwaar onderuit. Een dag eerder zakte de S&P 500, de index van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven, met 2,3 procent, het grootste verlies sinds juni. De rechtstreekse aanleiding voor de verkoopgolf in Amerika waren slechte cijfers over de industrie. Maar de beurzen hebben sinds de start van het nieuwe jaar nog geen potten gebroken. De belangrijkste Europese beursindexen, zoals die van Parijs, Frankfurt en Amsterdam, hebben bijna 5 procent van hun waarde verloren. De BEL20 beperkt de schade met een verlies van 2,8 procent.

Hoogtevrees

Uiteraard is een kleine correctie niet ongewoon. De aandelenmarkten zijn al aan het klimmen sinds de zomer van 2012. En dat leidt tot hoogtevrees. Maar misschien is er wel meer aan de hand. Al enkele maanden is duidelijk dat de huidige waarderingen op de beurzen alleen gerechtvaardigd zijn als de bedrijfsresultaten volgen. Het resultatenseizoen komt op dreef en kan snel duidelijkheid brengen.

Tegelijk blijven er twijfels over de fundamenten van het economisch herstel. De Belgische economie bijvoorbeeld is het voorbije kwartaal met 0,4 procent gegroeid. Dat is het hoogste groeitempo sinds begin 2011. Maar tegelijk is het ook een heel beperkte groei, waardoor het bij de minste tegenslag weer snel de andere kant kan uitgaan.

Groeipijnen in de groeilanden

Een groot deel van de nervositeit is te zoeken bij de groeilanden. Landen als Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika, Indonesië, Turkije en Argentinië. De voorbije jaren werden deze landen overspoeld met Amerikaanse dollars. De lage rente in Amerika bracht veel beleggers ertoe om aandelen en obligaties van bedrijven in groeilanden te kopen want daar viel er tenminste nog wat rendement te halen. De geldstroom was ook een meevaller voor de groeilanden zelf: ze voeren minder uit dan dat ze invoeren en ze hebben krediet nodig om dat gat te kunnen dichtrijden.

Maar nu de Amerikaanse economie het beter doet, de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, minder geld in de economie pompt, en de rente stijgt, keren veel van die beleggers de opkomende economieën de rug toe. De gevolgen blijven niet uit. Sinds begin dit jaar nemen de Argentijnse peso, de Turkse lira en Indonesische roepia een duikvlucht.

Enkele centrale banken, zoals die van Turkije en India, hebben hun rente al fors opgetrokken: het maakt de lokale munt aantrekkelijker en dat kan buitenlandse investeerders aan boord houden. Maar een hogere rente heeft natuurlijk ook nadelen: lenen wordt duurder, gezinnen zien de maandelijkse afbetaling voor hun hypotheeklening stijgen en dat weegt op de economie.

Bovendien baart ook China de groeilanden zorgen. Veel van die landen, zoals Zuid-Afrika, zijn belangrijke leveranciers van grondstoffenvreter China. Maar twijfels over de houdbaarheid van de Chinese groei nemen toe. En als China minder grondstoffen nodig heeft, doet dat ook de andere groeilanden pijn.

Dat Europa de opkomende economieën angstvallig in de gaten houdt, hoeft niet te verbazen. We gaan ervan uit dat de komende 15 jaar 90 procent van de wereldwijde economische groei buiten Europa tot stand zal komen en dat we daarop moeten inspelen. Maar als het daar niet loopt zoals verwacht, moeten we mee op de blaren zitten.

Vrees voor deflatie

De inflatie, de stijging van de levensduurte, zakte in de eurozone in januari naar 0,7 procent. Dat is een pak lager dan de inflatiedoelstelling van 'dicht bij, maar minder dan 2 procent' van de Europese Centrale Bank. Een dergelijke inflatie wordt gezien als smeerolie voor de economie. Want als producten en diensten duurder worden, loont het om die eerder vandaag dan morgen te kopen.

Maar nu de inflatie amper 0,7 procent bedraagt, loert het omgekeerde om de hoek: omgekeerde inflatie of deflatie. Als de prijzen dalen, dan zijn gezinnen geneigd om grote aankopen uit te stellen omdat ze ervan uitgaan dat ze die later goedkoper op te kop kunnen tikken. Dat uitstelgedrag kan tot gevolg hebben dat bedrijven minder moeten produceren en dat kan het broze herstel van de economie fnuiken.

De vrees voor deflatie verhoogt de druk voor de ECB om op te treden. Vorige maand zei voorzitter Mario Draghi al dat de ECB klaarstaat om in te grijpen. Mogelijk valt er donderdag al een beslissing.

De auteur is VRT-journalist en gespecialiseerd in economie.