Liefde en winterspelen - Peter Decroubele

De XXIIe Olympische Winterspelen staan klaar om uit de sneeuw op te rijzen. De Spelen in Sotsji, het zijn de meest gecontesteerde uit de geschiedenis van de Winterspelen. En daar heeft Vladimir Poetin veel, zo niet alles mee te maken. Maar je kan evenzeer richting het Internationaal Olympisch Comité kijken want de beslissingen én de agenda van de organisatie zijn ondoorgrondelijk. Veel wordt met de mantel der liefde bedekt.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Eerst maar het politieke verhaal. Poetin ziet in deze Spelen dé mogelijkheid om te floreren en te gloriëren. Ze moeten aantonen hoe Rusland een organisatie van wereldformaat aan kan. En hoe aantrekkelijk zijn land is. Zijn Rusland. Zijn systeem. Zijn genialiteit. Zijn triomf. Hij heeft meer dan zes jaar geleden alles uit de kast gehaald om op het cruciale IOC-congres de neuzen van de bobo’s richting Rusland te doen draaien. Wat nipt is gelukt, want ei zo na was Pyeongchang, uit Zuid-Korea, de winnaar. Niet getreurd, die stad is over vier jaar aan de beurt.

Voor Poetins olympische droom moest alles wijken. Tegenstanders, natuur, principes, ethiek en kritiek, als een sneeuwruimer is hij tekeergegaan. Voor je (al dan niet heilige) zaak gaan, is ook een gave, dat wel, maar onderweg zijn te veel glazen deuren ingestampt. Alles speelt zich af in de Kaukasus, een politiek beladen streek. Daar waar Tsjetsjeense vrijheidsstrijders zich in menig conflict wilden afscheiden van de grote Russische meester, iets wat Poetin met hand en tand en veel wapengekletter is tegengegaan. Noem het een kruitvat, een broeihaard of een explosieve situatie, feit is dat Poetin daar aan de Zwarte Zee heel wat vijanden heeft gekweekt. Die maar al te graag lik op stuk willen. En dan is de terreurdreiging de voorbije maanden nooit ver weg geweest. Denken we maar aan de recente aanslag in Volgograd, niet eens zo heel ver van Sotsji.

Corruptie en megalomanie

De Sotsji-regio kenmerkt zich door armoede, werkloosheid, banditisme en lokale overheden die met de onderwereld samenwerken. Een voedingsbodem ook voor radicalisme. En dan kon een Poetin maar beter een verregaande vorm van autonomie hebben toegestaan. Heeft hij niet gedaan, integendeel, hij heeft de regio met geweld bestreden, zeker ook om zijn Spelen er in zijn harnas door te krijgen. Dan kweek je wel verzet en continue terreur, waarvan slechts af en toe iets doorsijpelt tot bij ons. Je kan maar hopen dat er geen geweld aan te pas komt tijdens de Spelen. Je kan ook maar denken dat de veiligheidsmaatregelen draconisch zijn, maar toch.

Wat ook velen een doorn in het oog is, is de megalomanie van heel het project. Duizenden Russen werden tijdens de bouw van de olympische installaties uit hun huizen gedreven, arbeiders werden onderbetaald, het gonst van geruchten over corruptie bij lokale ambtenaren en heel de organisatie zou om en bij de 38 miljard euro kosten. Ter vergelijking: Vancouver, de vorige gaststad, had 5 miljard euro nodig. En dan is er nog de overdaad aan ecologische schade die aan de regio is toegebracht. Transport, de bouwwoede én het bijna volledig nieuw aangelegde skioord kliefden de regio kapot.

Maar Poetin wou tonen dat deze regio ook toeristisch is, je kan maar hopen dat de toeristen blijven komen en gaan nadien. Er zijn al genoeg olympische installaties, stadions en dorpen die braakliggend terrein zijn geworden. En het is zelfs nu al een beetje zo: het journalistengild dat in Sotsji is, klaagt steen en been over de gebrekkige hotelinfrastructuur, gebrek aan water en voorzieningen die niet af zijn. Het is al hommeles en het moet nog allemaal beginnen.

Geen homo’s!

En dan is er nog de fameuze antihomowetgeving. Poetin schiep een half jaar geleden een wet die elke vorm van homopropaganda verbiedt. Niet meer van deze tijd, een terugkeer naar oude tijden. En net die wet jaagde menig politiek leider de gordijnen in. Onder meer Barack Obama, de Franse president Hollande, de Britse premier Cameron en (de openlijk homoseksuele) Elio Di Rupo toonden onbegrip en willen zich niet laten zien. Ze sturen dan maar een delegatie. Obama stuurde zelfs ex-tennisster Billie Jean King mee, notoir lesbienne, al moet ze nu in extremis afhaken. Vreemd genoeg stuurt Nederland (nochtans de voorbije jaren niet de beste maatjes met de Russen) een volle delegatie, maar de banden van de koning met het IOC zullen er niet vreemd aan zijn. Het IOC, daar zeg je iets. Hier en daar wel wat schroomvallig kritiek geuit op Rusland, maar in se in gebreke gebleven want “the show must go on”.

Het IOC (tegenwoordig onder het bewind van de doordravende Duitser Thomas Bach) wil politiek en sport altijd uit elkaar halen. Het olympisch gedachtegoed is gestoeld op een vredesidee en wil sport over alle partijen en ideologieën tillen. Maar het is naïef, politiek en sport zijn met elkaar vermengd, altijd al geweest en dat ontkennen is een vorm van struisvogelpolitiek. Iets wat het IOC eerder al vaker toepaste. En dat is te betreuren. Poetin zal wel al enkele keren in zijn vuist gelachen hebben.

Een Belgische medaille?

O ja, er is ook nog sport gepland een goeie twee weken lang. Met heel wat nieuwe sporten en nooit tevoren waren er zoveel disciplines. Ook daarin “citius, altius, fortius”. Meer en nog meer. Enkele grote namen moesten afzeggen (zo bijvoorbeeld de geblesseerde Amerikaanse skivedette Lindsey Vonn), maar je kan er donder op zeggen dat het televisiepubliek zal willen smullen van de Spelen. Telegenieke sporten als skiën, snowboard, schaatsen en ijshockey zullen velen beroeren en daar moet het toch allemaal over gaan.

Of wij Belgen iets kunnen betekenen? Misschien. Zeven landgenoten doen mee in Sotsji en snowboarder Seppe Smits en schaatser Bart Swings mikken zelfs op eremetaal. Het zou mooi zijn want je moet al teruggaan tot 1948 voor een medaille. Tenzij in 1998, ja, juist. Bart Veldkamp in Nagano. Maar met alle respect, Veldkamp was Belg geworden omdat de concurrentie in Nederland te groot was.

Of het leeft en zal leven bij ons is maar de vraag. Dat zie je al aan de beperkte atletendelegatie, aan de beperkte groep verslaggevers en aan de geringe “fuzz” rond de Spelen. Natuurlijk, één succesje kan al genoeg zijn om de vlam in de pijp te jagen, al zijn wij geen winterland, geen sneeuwnatie en geen poel van olympisch talent. Het zal bij ons veeleer proeven worden van de Spelen, een beetje nippen, met een half oog kijken, veel meer wellicht niet.

Dopingdemon

Enkele demonen waren rond in de Kaukasus, ook doping hoort daarbij. Topsport gaat over winnen en prestige. En geld. En daarvoor doen sommigen alles. Dus moet je ook doping gaan bestrijden. Met zowaar de Belgische professor Peter Van Eenoo (UGent) aan het hoofd van het dopinglab. Die van de week gaf te kennen dat hij ergens tussen de 5 en 10 positieve dopingtests verwacht. Al bij al weinig is dat, misschien is de beslissing om de urinestalen nu 10 jaar te bewaren (om eventueel retroactief te analyseren) wel een hele goede. Bedriegers zijn er altijd geweest en zullen er nu ook zijn. Maar het is een jacht op een dier dat veel sneller loopt dan de jager, dan schiet je al eens te kort.

Kasparov en de anderen

Je kan maar hopen op mooie prestaties tijdens de Spelen, op spektakel en vermaak. En dan moet je wel de ogen toeknijpen voor de schade die is berokkend op heel wat vlakken. En dan moet je je ook afvragen waarom het IOC een kleerkast vol mantels der liefde heeft en vaak zo weinig uitgesproken is. Eeuwige diplomatie is bij mijn weten geen olympische discipline.

Garry Kasparov, gewezen schaakkampioen en notoir opposant van Poetin tweette: “I hope the journalists in Sochi complaining about a lack of doorknobs & wifi pay as much attention to the lack of free speech & elections". Of nog beter: “In two weeks Games will be over & journos will go home with funny stories. Russians will be left with mess, debt, & the same crooks & thugs.” Ik vrees dat hij overschot van gelijk heeft. En dat is geen pessimisme, wel realisme.

De auteur is VRT-journalist.