Turkse regering versterkt met wet haar greep op het internet

Het Turkse parlement heeft gisteravond een wet goedgekeurd die de overheid grote bevoegdheden geeft om het internet te controleren. Voortaan kunnen in Turkije websites geblokkeerd worden zonder dat daarvoor een juridische uitspraak nodig is. In de praktijk betekent dit dat de voorzitter van het Directoraat van Telecommunicatie –een door de regering gecontroleerd orgaan- op korte termijn (4 uur) kan overgaan tot het afsluiten van een website.
Tegen de internetrestricties werd in januari nog geprotesteerd.

Een ander gevolg is dat internetproviders vanaf nu de activiteiten van hun klanten moeten registreren en verplicht zijn die informatie op aanvraag met de autoriteiten te delen. Wie welke websites bezoekt, wat die persoon daar precies bekijkt of doet, welke boodschappen die uitwisselt en met wie, behoort daarmee niet langer tot het privé-domein.

Met name onafhankelijke nieuwsmedia, burgerjournalisten en bloggers voelen zich door het nieuwe wettelijke kader in Turkije geviseerd.

Een hefboom voor censuur

Turkije heeft sowieso geen al te beste reputatie wat betreft vrije meningsuiting en persvrijheid, ook niet wat betreft onlinemedia. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde in een vonnis in december 2012 dat het wettelijke kader rond onlinemedia in Turkije een hefboom voor censuur is.

Sinds 2007 werden in Turkije rond de 40.000 websites geblokkeerd. De nieuwe internetwet zoals die door het parlement gestemd werd, zal die kwalijke reputatie alleen maar versterken. In een interview met Eurasianet.org stelt Yaman Akdeniz (professor rechten aan de Bilgi Universiteit in Istanbul) dat benadering van onlinemedia door de Turkse overheid niet afwijkt van die van landen als China, Iran en Syrië.

Sinds de massale straatprotesten van afgelopen zomer werd duidelijk dat de regering Erdogan werkte aan een legaal kader om greep te krijgen op het onlinegedrag van haar burgers. Die protesten vonden grote weerklank op sociale media. De premier omschreef Twitter en Facebook toen als een "maatschappelijke kwaal", maar tegelijk nam zijn partij honderden mensen in dienst in een poging de beeldvorming op sociale media over de regering naar haar hand te zetten.

Ook het uitbreken van een omvangrijk corruptieschandaal midden december waarbij enkele minister in opspraak kwamen en zakenmensen die er nauwe contacten met de Turkse regering op nahielden in nauwe schoentjes bracht, maakte dat het parlement haast maakte met de nieuwe internetwet.

Turkije nummer 1 in het opsluiten van journalisten

Recent, en ook nog deze week, werden op het internet audio-opnamen gepubliceerd die premier Erdogan in een ongunstig daglicht plaatsten. Op 1 van die opnamen is te horen hoe de premier een hoofdredacteur van een tv-zender aanmaant zijn berichtgeving over de straatonrusten van afgelopen zomer aan te passen.

Enkele dagen geleden werd een parlementslid van de oppositie gelast een parlementaire vraag over de aankoop van een mediagroep door regeringsgezinde zakenlui van zijn website te verwijderen. Volgens de oppositie probeert de regering met de nieuwe wet dat soort onthullingen te voorkomen.

De onlinemedia gaan daarmee de weg op van de klassieke media in Turkije, waarvan allang duidelijk is dat ze te lijden hebben onder een klimaat van censuur en zelfcensuur. Honderden journalisten verloren de afgelopen jaren hun baan of belandden in de gevangenis, wat maakt dat Turkije volgens het Committee to Protect Journalists wereldwijd nummer 1 is in het opsluiten van journalisten (link: https://www.cpj.org/blog/2013/12/turkey--worlds-top-press-jailer-once-more.php) . In de Press Freedom Index 2013 van Reporters Without Borders noteert Turkije op plaats 154 op 179 landen (link: http://en.rsf.org/press-freedom-index-2013,1054.html)

De oppositie spreekt van censuur op grote schaal, de regering ontkent en stelt dat de nieuwe wet bedoeld is om de privacy te beschermen. Zaterdag wordt in Istanbul betoogt tegen het invoeren van de wet.