De messias en de muilentrekker - Van Dievel Consulting

Spinnend van tevredenheid zaten de beide voormannen van het Vlaams-nationalisme vanuit hun comfortabele Chesterfield naar de vlammen in de haard te kijken. Buiten waaiden de eekhoorntjes uit de bomen. Een vliegtuig van de CIA trok giftige condenssporen in het zwerk. Op het dak van onze modeste villa wapperde de VDC-banier, afbeeldende een kabouter die zijn blote derrière aan het volk toont, hét beeldmerk van Van Dievel Consulting. Net had ik voor onze opdrachtgever een uitermate gunstige evaluatie van het voorbije N-VA-congres gemaakt. De vraag was: wat nu? Hoe konden we de positieve flow van het congres doortrekken naar verkiezingsdag? Dat was nog lang, dat was nog ver. 'Bart, Urbanus', zei ik na lang nadenken, 'ik zie twee grote thema's uit het congres die we de komende weken verder kunnen ontwikkelen.'

Het geheim van het succes

Rewind, want u bent niet mee, zie ik. Wat heeft het N-VA-congres tot een daverend succes gemaakt? De massale aanwezigheid? Toe maar. Het debat? Kom, kom. De amendementenslag? Allemaal in scène gezet. De quiz met Siegfried Bracke? Serieus blijven. Het V-teken? Laat me niet lachen. Als het N-VA-congres later in de geschiedenisboeken zal herinnerd worden, zal het zijn omwille van a) het optreden van de komiek Urbanus Servranckx (oud-huis van Anus) en b) de messiaanse toespraak van Bart De Wever, halfgod in het congrescentrum.

Overigens was Urbanus een dag later nog steeds de vedette. In het Rode Programma Terzake waste hij de vooringenomen presentator moeiteloos de oren met slaande argumenten, fijnzinnige humor vol dubbele bodems en diepzinnige bedenkingen. Men zou ze van een komiek, zogezegd op zijn retour, niet verwachten. Maar ter zake. Urbanus dus, niet Karel Van Eetvelt, Marc Descheemaecker of Johnny Thijs. Urbanus dus, hét witte konijn aan wie geen enkele Wetstraatwatcher had gedacht. Urbanus dus, die hoegenaamd geen partijlid is, maar bij de N-VA zijn ze soepel in die dingen.

'Het congres heeft ons geleerd', hernam ik na deze korte flashback, 'dat de kiescampagne helemaal moet worden omgegooid.'
'Ze zullen u graag zien komen op ons partijhoofdkwartier’, merkte Bart De Wever op. De ironie in zijn stem was onmiskenbaar.
'Denken, durven, doen', herinnerde ik hem aan de baseline van de N-VA.

Urbanus zei niets, maar zijn oogjes flitsten vief van Bart De Wever naar mij en terug, en ook naar het decolleté van onze trainee Dinska Bronska, die erbij was komen zitten. Brabançonne was uithuizig, die deed in Brussel aan crisiscommunicatie over de lastenverlaging van CD&V.
 

Een totaalspektakel

'Wat de partij nodig heeft', vervolgde ik, 'is een totaalspektakel, een roadshow, waarmee de N-VA tot in het kleinste gehucht van het Vlaamse land kan doordringen.
'Dat hebben we al gehad', interrumpeerde de voorzitter mij met een wegwerpgebaar, 'met Siegfried Bracke en zijn cafépraat. Ik ben één keer gaan kijken, ik werd gewoon mottig van plaatsvervangende schaamte, zo slecht, mannekes toch.'

'Het zal anders zijn, en vooral beter', zei ik toen De Wever zijn bezwaren (dewelke wij hier inkorten) had geformuleerd, 'en wel vooral omdat uzelve de grote vedette van het totaalspektakel zult zijn, tezamen met de grote Vlaamse bard Urbanus, alhier aanwezig.'
'Aha!'. Bij het horen van zijn naam scheurde Urbanus niet zonder moeite zijn blik los van de Dinska Bronska's inborst.

'Urbanus', vleide ik hem, 'die weliswaar geen honderdduizenden voorkeurstemmen achter zijn naam heeft staan, maar die in het collectieve geheugen van de Vlaming gebrand staat. Die op zijn eentje het Sportpaleis in Antwerpen meerdere keren heeft gevuld, wat van de subsidiezuigende culturo's niet gezegd kan worden.'
'Gij zijt mijne man!', prees Urbanus mij onder het toedienen van een ferme klap op mijn schouders.

Rikke tikke tik, wie benne kik?

'Beeld u in', sprak ik met wat overacting, 'een stampvolle circustent of zaal. Een donderend applaus weerklinkt wanneer Urbanus op het podium of in de ring verschijnt, met het komieke mutske en broekske dat we allemaal kennen.
Muisstil wordt het wanneer hij één keer 'ploing' doet op zijn gitaar. Spontaan gelach stijgt uit duizenden kelen op wanneer hij de eerste regel van zijn eerste lied aanheft:


'Ik moet niet hebben van Di Rupo met zijn strikske, Di Rupo met zijn strikske is gemeen, tegen die Rupo met zijn strikske zeg ik neen.'


Goedkeurend gestamp met de voeten weerklinkt wanneer de ovatie naar uitsterven neigt en het tweede lied wordt ingezet:


'Er zit ne socialist aan mijnen otto gedomme, er zit ne socialist aan mijnen otto gedomme,...'


Daar is weinig uitleg bij nodig, nietwaar?'
Urbanus keek mij met glanzende ogen aan, de voorzitter knikte appreciërend.
'En zo', zei ik, 'kunnen wij alle grote successen van Urbanus naar de actualiteit vertalen en tegelijk de boodschap van de N-VA vertolken.


'Quand les Arco chantent dans le bois', zong Urbanus nu zelf.
'Liesje stoei, Liesje stoei', klonk het liefdevol uit de geoliede stembanden van Bart De Wever. Over welke Liesbeth het gaat, hoeft hier geen betoog.
'Schitterend!', loofde ik de kopman, 'de politieke boog moet niet altijd gespannen staan.'

'1-2-3 Rikke tikke tik, wie benne kik?' hief Urbanus aan.
Het ACW! antwoordde De Wever.
De koning! deed ik mee.
Maggie De Block!
Een criminele illegaal!
Een hangmatsocialist!
Een belastingregering!
Een postjesjager!
Een Antwerpse bouwmeester!
Een linkse journalist!
Een dopper aan een infuus!

Bakske vol met...

'En wanneer speel ik de hoofdrol in dit stuk?' wilde Bart De Wever weten, toen we uit geïmproviseerd waren. 'Het is hier al Urbanus wat de klok slaat!'
'Zo meteen', verzekerde ik hem, 'er volgt nog één lied waarmee de link naar uw glansrol wordt gelegd.'
En ik fluisterde 'zwzwzwzw' in de oren van Urbanus.
'Maar dat rijmt toch niet?', protesteerde de Vlaamse bard.
'Wel als ge het wat aanpast, 't is voor de goede zaak.'
Waarna Urbanus uit volle borst het volgende zong:


'Bartje is geboren, halleluja failliet,
Bartje is geboren in een bakske vol met friet!!

De messiaanse messias

'Na deze kleine knipoog naar uw verleden, heer De Wever, is het tijd voor de politiek. Daarvoor plukken wij ongegeneerd uit het Oude en het Nieuwe Testament, want ook al is de N-VA een partij zonder geloof, de Bijbel is een plezant boek vol originele vondsten, cliffhangers en onverwachte wendingen.
U bent de messias, dat spreekt vanzelf.

U verjaagt de Farizeeërs uit de tempel, lees: u jaagt de belgicisten, socialisten en slechte Vlamingen (voor zover geen synoniem) uit het Vlaamse en het federale parlement, dank zij een gigantische verkiezingsoverwinning.
U controleert of al uw volgelingen wel besneden zijn, vrij vertaald,  u checkt of zij wel op de eretitel Vlaming aanspraak kunnen maken door afstamming en verkavelingsaccent. De anderen jaagt u de woestijn in, lees: over de landsgrenzen.
Uw voeten worden gewassen door Maria Magdalena, de zondares die tot inkeer komt. Een rol die op het lijfje van Annick De Ridder is geschreven.
U geneest zieken en gebrekkelijken via handoplegging van hun kwaal, lees: u bekeert Vlaams Belangers en neemt ze liefdevol op in uw kring.

U draagt uw kruis naar de berg Golgotha, onderwijl beschimpt en getreiterd door CD&V, Open VLD en vooral SP.A. Maar gesterkt door uw trouwe volgelingen werpt u het kruis van u af, uitleg overbodig.
In plaats daarvan worden Beke, Tobback en Rutten aan het kruis genageld. Om het niet al te bloederig te maken, zingen zij zoals in The Life of Brian van Monthy Python: "Always look on the bright side of life.'
U neemt tot slot plaats op de troon van de verjaagde koning Herodes (die een rood strikje draagt) en heerst voortaan over het soevereine volk. Notabelen komen zich aan u onderwerpen en tegelijk komen enkele van uw volgelingen smeken om een ministerpost.

En om het totaalspektakel op een vrolijke noot te doen eindigen laat u Lazarus uit de doden opstaan.'
'En wie is Lazarus?' wilde Bart De Wever weten.
'Pol Van den Driessche misschien?', opperde ik, want die is precies een beetje naast de lijstvorming gevallen.’
'Wie is Pol Van den Driessche?' vroeg De Wever met een stalen gezicht, ‘die naam zegt mij niets.’
Waarop er ergens een haan kraaide.
 

 

(Louis van Dievel is journalist bij VRT Nieuws en auteur.)

lees ook