Is het mysterieuze Voynichmanuscript Mexicaans?

Het Voynichmanuscript stelt geleerden al jaren voor een raadsel: het is geschreven in een onbekende taal en er is nog geen woord van vertaald. Volgens sommigen is het dan ook een ingenieuze grap, volgens anderen staat het vol koeterwaals. Een nieuwe studie zegt nu dat het manuscript in een oud-Mexicaanse taal geschreven is en zeker geen grap is.

Het Voynichmanuscript wordt gedateerd in de 15e of 16e eeuw, en het staat vol met tekeningen van planten, dieren, mineralen, astronomische en astrologische figuren en ook naakte menselijke figuren. Het boek van meer dan 200 bladzijden werd op het einde van de 16e eeuw gekocht door keizer Rudolf II van Duitsland voor 600 gouddukaten, en verdween dan uit het zicht tot het in 1912 door de Pools-Amerikaanse boekhandelaar Wilfried Voynich gekocht werd. Het bevindt zich nu in de Yale-universiteit in Amerika. 

De auteurs van de nieuwe studie zijn twee plantkundigen, Athur Tucker van de Delaware State University en zijn collega Rexford Talbert. Toen ze de illustraties in het manuscript bekeken, werden ze getroffen door de gelijkenis van de "xiuhamolli" of "zeepplant" uit de Codex Cruz-Badianus, een tekst van de Azteken over planten uit 1552, en een bepaalde plant uit het Voynichmanuscript.

"De beide afbeeldingen tonen een grote, brede, grijs-witte houtachtige stam met een geribbelde schors en gebroken, groffe wortels die lijken op teennagels", zo schrijven ze in hun studie in het tijdschrift van de American Botanical Council. "De afbeeldingen van deze beide Midden-Amerikaanse soorten gelijken zo erg op elkaar, dat ze getekend kunnen zijn door dezelfde kunstenaar of dezelfde school van kunstenaars."

Driekleurig viooltje

Tot nu toe gingen de meeste onderzoekers er van uit dat het manuscript een Europese oorsprong had, maar Tucker en Talbert stellen nu dus voor dat het uit Mexico kan stammen. Een plant die tot nu toe geïdentificeerd werd als het driekleurig viooltje (Viola tricolor, kleine foto), dat in Europa en Azië voorkomt, is volgens de plantkundigen het tweekleurig viooltje (Viola bicolor) uit Amerika.

In totaal hebben de onderzoekers 37 van de 303 planten uit het Voynichmanuscript, zes dieren en een mineraal gekoppeld aan de geografische regio die loopt van Texas tot Californië in het westen en Nicaragua in het zuiden. Volgens Tucker en Talbert houdt het manuscript verband met een botanische tuin in het centrum van Mexico.

De plantkundigen zeggen dat de stijl van de tekeningen gelijkaardig is aan die van de 16e eeuwse codices uit Mexico, en ze zeggen dat de tekst van het document volgens hen opgesteld is "in een uitgestorven dialect van het Nahuatl uit Centraal-Mexico, mogelijk Morelos of Puebla". Daarnaast zijn volgens hen een aantal planten- en dierennamen leenwoorden uit het Spaans, uit het klassieke Nahuatl, de taal van de Azteken, uit het Taino, een taal uit de Caraïben, en uit het Mixteeks, een taal uit Mexico. 

Grap

De studie van de plantkundigen is niet overal even enthousiast onthaald. Gordon Rugg van de Keele University, die in 2004 al gezegd had dat het er naar uitzag dat het manuscript een vervalsing was, een uitgewerkte, doorgedreven grap, zei nu aan de New Scientist dat de planten uit het manuscript niets meer kunnen zijn dan de verzinsels van een vervalser. "Als ik software die willekeurig planten genereert, opdracht geef om 50 volkomen fictieve planten te creëren, ben ik er vrij zeker van dat ik 20 echte planten kan vinden die er uitzien als 20 van de fictieve planten", zei hij.

Maar Arthur Tucker zegt dat de identificatie van het tweekleurig viooltje cruciaal is: volgens hem is het onderscheid tussen het drie- en tweekleurig viooltje pas in de 20e eeuw duidelijk geworden, en de Codex Cruz-Badianus werd pas ontdekt in de archieven van het Vaticaan na 1912. "Als iemand dit als een grap vervaardigd heeft voor 1912, dan had hij een botanische kennis die pas gepubliceerd werd na 1912", zei hij in de Guardian. "Als het een grap is, dan moeten we Jules Verne en zijn tijdmachine inroepen."

Tucker zei dat zijn studie voornamelijk geschreven was om een nieuw model voor te stellen, "aangezien meer dan 100 jaar van geklungel nog geen enkel woord heeft kunnen ontcijferen dat overeenkomt met een van de planten". Bovendien lijden de planten die door anderen geïdentificeerd zijn, onder de a priori aanname dat het om Europese planten ging, zo zei hij. Volgens Tucker is er nog veel werk aan de winkel en moeten de taalkundigen nu het manuscript eens vanuit een andere hoek bekijken.