De sperperiode: wat mogen partijen nog, wat niet?

Vandaag, exact drie maanden voor de verkiezingen, gaat de sperperiode van start. Politieke partijen en kandidaten moeten zich aan striktere regels houden dan voorheen het geval was. De uitgaven voor de campagne worden ook geplafonneerd en bepaalde campagnemiddelen zijn niet toegestaan. We lijsten even op.

De campagne voor de verkiezingen van 25 mei gaat met de start van de sperperiode een fase in waarin de regels omtrent de communicatie van politici strenger worden. Ook de overheden moeten zich aan bepaalde regelgeving houden. Het achterliggende idee is vermijden dat overheidscommunicatie gebruikt wordt om het imago van een politicus of een partij te beïnvloeden.

Er gelden vanaf nu strikte(re) regels voor de financiering. Elke partij heeft een maximumbedrag gekregen. Het plafond voor elke partij is anders, afhankelijk van hoeveel parlementsleden ze heeft en hoe groot de kieskringen zijn waarin ze campagne voert.

Volgens een studie van politicoloog Bart Maddens, waarover De Tijd vandaag bericht, mag CD&V 5,2 miljoen euro uitgeven. De N-VA mag 4,9 miljoen uitgeven, voor Open VLD, Vlaams Belang en de SP.A liggen de limieten op 4,6 tot 4,7 miljoen. Groen en LDD moeten het met heel wat minder stellen.

Ook per kandidaat geldt een maximumbudget van wat hij of zij mag spenderen aan verkiezingspropaganda. De verdeling per kandidaat is een vrij ingewikkeld systeem. Er is een maximumbedrag per partij en per kieskring voorgesteld. Dat bedrag is door de partijen te verdelen, onder meer op basis van de eerstgeplaatste kandidaten, naargelang van het aantal verkozenen bij de vorige verkiezingen.

De exacte bedragen, per partij en per kandidaat, werden eind oktober 2013 gepubliceerd in het Staatsblad.

Geen gadgets, geen reclamespots, geen mega-affiches

Als het geld verdeeld is, rest de vraag waar partijen en kandidaten dat geld dan nog mogen uitgeven in de drie maanden voorafgaand aan de verkiezingen. Ook dat is in de sperperiode aan strikte regels onderworpen.

Wat mogen partijen, lijsten, kandidaten en derden die voor hen campagne voeren, vanaf vandaag niet meer?

  • geschenken of gadgets verkopen of verspreiden
  • commerciële campagnes voeren via telefoon, fax, mms of sms
  • reclamespots uitzenden op radio, televisie of in de bioscoop
  • commerciële reclameborden of affiches gebruiken
  • niet-commerciële reclameborden of affiches groter dan 4m² gebruiken
  • in de meeste gevallen is affichering op openbaar domein verboden. In sommige gevallen staat de overheid het wel toe als de kandidaat de nodige vergunningen heeft of als de gemeente zelf voorziet in de nodige dragers.

 

Wat mag nog wel?

  • brieven en verkiezingsdrukwerk
  • advertenties in kranten

 

Partijen en kandidaten mogen vrij kiezen aan welke middelen ze hun verkiezingsbudget besteden. Onder meer op de verkiezingswebsite van de federale overheid kunnen kandidaten terecht voor meer informatie over de te volgen regels.

En wat met internet?

Enkel betalende boodschappen op internet zijn verboden. Alles wat gratis is, is wél toegestaan: mails, Facebook, Twitter, YouTube... Dat leidt tot dubbelzinnige situaties: advertenties mogen bijvoorbeeld in kranten, maar niet op internet. Voor de gedrukte krant dus geen probleem, voor de digitale krant dan weer wel.

"De Raad van State heeft hier ook problemen mee", zegt politicoloog Bart Maddens in "De ochtend" op Radio 1. "De wetgever verantwoordt niet waarom het ene wel mag en het andere niet. Het is een dubbelzinnige situatie."

Vanaf 2015 zijn betalende boodschappen op het internet trouwens wel toegelaten.

lees ook