Het afvallabyrint - Luc Pauwels

U neemt uw zak huishoudelijk restafval. U legt de inhoud te drogen op een rooster. U haalt er metaal, porselein en nog wat stenen uit. En dan heeft u niet langer meer huisvuilafval, maar industrieel afval. De ovens die uw gesorteerd en gedroogd huishoudelijk afval verbranden zijn dan geen huisvuilverbrandingsovens meer, maar hoogcalorische verbrandingsovens. En aangezien het geen huisvuilverbrandingsovens zijn, mogen ze dan ook lukraak naast om het even welke huisvuilverbrandingsoven worden ingeplant.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Dat is de reden waarom de Biostoomcentrale van het vroegere Electrawinds in 2009 op amper een paar kilometer van een al bestaande huisvuilverbrandingsoven werd gebouwd. In Oostende. Maar wel op 166 kilometer afstand van Geel. Waar het huishoudelijke afval vanuit de regio Kempen en Mechelen wordt gedroogd en gesorteerd.

Maar het mag dus: de Vlaamse decreten laten dat toe. Want de ovens die gesorteerd en gedroogd huishoudelijk afval verbranden, leveren een pak meer energie dan de klassieke afvalverbrandingsinstallaties. Zo veel meer dat een miljoen kilometer extra vrachtwagenverkeer om de hele handel gedroogd en gesorteerd huishoudelijk afval te vervoeren, er eigenlijk niet meer toe doet.

Zoals gezegd: decretaal kan het. Hoewel die benadering voor de hoogcalorische ovens compleet haaks staat op een aantal andere principes uit het Vlaamse afvalstoffenbeleid. En dat zijn er drie:

1. probeer zo veel mogelijk te recycleren (vandaar dat de naam afvalstoffendecreet door Vlaams minister Joke Schauvliege is veranderd in materialendecreet: de Vlaamse overheid wil zo veel mogelijk materiaal terugwinnen, want dat is echt duurzaam beleid)

2. als je dan toch moet verbranden: plaats je afvalverbrandingsoven zo dicht mogelijk bij de bron van je afval: zo vermijd je onnodige afvaltransporten

3. als je dan toch moet verbranden: plaats je afvalverbrandingsoven zeker niet in gebieden waar er al een overcapaciteit aan afvalverbrandingsinstallaties is: zo vermijd je alweer onnodige afvaltransporten omdat er in je regio gewoon niks meer te vinden is, en je je afval veel te ver moet gaan zoeken

1 miljoen kilometer = 300.000 liter diesel

Een hoogcalorische oven in Oostende bouwen (die zijn energie dus ook haalt uit het resthuisvuil dat u op uw stoep zet), in een regio waar er afvaltekort is, (omdat er dus al drie gewone afvalverbrandingsovens staan) en op meer dan honderd kilometer van het afval dat hij uiteindelijk verbrandt, druist lijnrecht in tegen die twee laatste principes.

Maar toch is het dus gebeurd. Met het bekende resultaat: per jaar meer dan een miljoen kilometer extra vrachtwagentransporten op onze Vlaamse wegen. Goed voor ruim 300.000 liter diesel. Niet goed voor de fijnstofuitstoot en de volksgezondheid. Niet goed voor de verkeersstrop waar we ons elke dag meer in vastrijden. Niet goed voor de veiligheid en voor alle geluidsoverlast.

Maar wel goed voor de exploitanten, die een stevige stuiver aan hun ovens verdienen. Want de “hoogcalorische” brandstof die hen geleverd wordt, het gedroogde en gesorteerde huisvuilafval, daar betalen die exploitanten niet voor. Neen. Ze worden betaald om dat te verbranden. Via onze belastingen op het restafval. Want dit is dus afval. En dat opruimen en verbranden, is een dienst voor de gemeenschap. De gemeenschap die daarvoor logischerwijze moet betalen.

Ovens willekeurig verspreid over Vlaanderen

Vanop de zijlijn lijkt het toch merkwaardig: als we diesel, gas of benzine willen verstoken, dan moeten we die energiebron betalen. Zon en wind zijn als energiebron gratis. Maar verrijkt huisvuil als energiebron verstoken… daar krijg je geld bovenop. En voor de elektriciteit die je met het verstookte afval maakt en verkoopt, krijg je nog eens geld.

En omdat dat huisvuilafval een groene brandstof is, krijg je er nog wat centen bovenop: subsidies in de vorm van groenestroomcertificaten voor zowat 47% van de geproduceerde elektriciteit. Want het is inderdaad zo dat de restfractie biologische en groene resten bevat. De Vlaamse overheid schat dat op 47%. Veel te weinig zeggen ze bij de hoogcalorische ovens. Veel te veel zegt de groene beweging, want die ovens verbranden vooral plastics en daar zien ze niet veel groens meer aan.

Maar goed, de ovens zijn er nu: een tiental klassieke “huisvuilverbrandingsovens”: tot dertig jaar oud en compleet willekeurig verspreid over Vlaanderen. Oude erfstukken, maar wel erfstukken die voortdurend gemoderniseerd en opgepoetst zijn om te voldoen aan de steeds scherpere emissie-eisen van de Vlaamse overheid. En die allemaal al jarenlang ook elektriciteit maken.

En nog drie hoogcalorische. Supermodern, die dus wat meer elektriciteit maken. Maar waarvan er 2 ook uit de ruif van het huishoudelijke restafval komen eten. Voor een deel. Want ze verbranden ook nog een bepaalde klasse van onschadelijk industrieel afval. Net zoals de oudere ovens overigens. Niet toevallig plaatst OVAM die 13 installaties onder éénzelfde noemer in haar jaarlijks tarieven- en capaciteitsoverzicht voor storten en verbranden. Omdat ze dus als één van hun grondstoffen ook de huishoudelijke restafvalfractie hebben.

Waarom niet in Geel?

De spreiding van die ovens is merkwaardig te noemen. Er zijn dus de tien willekeurig ingeplante uit het verleden: 5 in West-Vlaanderen, 3 in Oost-Vlaanderen, 1 in Antwerpen, 1 in Limburg en 0 in Vlaams-Brabant. En dan komen er drie nieuwe bij: 1 in West-Vlaandern (eindscore: 6), 2 in Oost-Vlaanderen (eindscore: 5) . En geen in Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant, die dus respectievelijk op 1, 1 en 0 ovens blijven.

Waarom komt de Biostoomcentrale dan niet in Geel (Antwerpen) vlak bij de bron van een belangrijk deel van haar afval? Of waarom niet in Vlaams-Brabant, waar ze mooi centraal gelegen is én in één klap haar vrachtwagenkilometers met de helft kan reduceren?

Gewoon: omdat de inplanting van dergelijke installaties lokaal en provinciaal worden bepaald. En als een openbare of privé-initaitiefnemer een heel welwillend lokaal en provinciaal bestuur vindt voor zijn plannen, raakt hij al heel ver. Maar ligt dat lokale of provinciale bestuur helemaal dwars, omdat er klachten zijn van omwonenden bijvoorbeeld, dan kan hij het wel schudden. Eindeloze procedureslagen en afgevoerde plannen zijn dan dikwijls het eindresultaat.

Vandaar: 6 ovens in West-Vlaanderen. 0 in Vlaams-Brabant. Want in Vlaams-Brabant willen ze helemaal niet weten van afvalverbrandingsovens.

Blijven proberen, toch, neen?

Op Vlaams niveau kan de OVAM, als bewaker van het materialendecreet, tegen één en ander wel in beroep gaan. En dat doet ze ook. Als er te veel ovens zouden bijkomen, bijvoorbeeld. Of als een installatie de milieutechnische vereisten niet respecteert. Of te veel overlast veroorzaakt.

Maar meer dan een miljoen kilometer vrachtwagens per jaar, dat weegt voor zo’n hoogcalorische oven niet zwaar genoeg. OVAM kan zelfs niet verplichten die vrachtwagens van de weg te halen en alles via schepen te vervoeren. Terwijl de Biostoominstallatie wel aan een kanaal ligt. En verschillende van zijn leveranciers ook (die in Geel heeft een kade én een proefproject én spoorwegen, en dat hebben ze ook nog in Oostende!). Maar … te duur allemaal zegt Biostoom. Dus het gaat niet door.

(Luc Pauwels is energiespecialist bij VRT Nieuws)