"Leefgebied orang-oetan niet vernielen voor verzorgingsproducten"

De milieu-organisatie Greenpeace wil dat Proctor & Gamble voor de productie van verzorgingsproducten niet langer palmolie gebruikt van leveranciers die het leefgebied vernielen van de orang-oetan in Centraal Kalimantan, het Indonesische deel van het eiland Borneo.

Vorige week engageerde Delhaize zich, als eerste supermarktketen wereldwijd, om palmolie gelinkt aan ontbossing uit producten te weren. Palmolie is een basisingrediënt voor detergenten, shampoo, cosmetica en andere verzorgingsproducten die P&G maakt. "De producent moet stoppen om via onze douches regenwouden te ontbossen", zegt Greenpeace, dat een jaar lang onderzoek voerde naar de leveranciers van palmolie en hun concessies.

Daaruit bleek dat die op grote schaal ontbossen en in sommige gevallen het leefgebied van de Borneose orang-oetan vernielen. Bovendien werden verschillende resten van gedode orang-oetans gevonden. Ook kwam aan het licht dat in de bevoorradingsketen ook palmolie gebruikt wordt van plantages uit ontboste gebieden waar de Sumatraanse tijger leefde.

Greenpeace wil nu dat P&G het voorbeeld volgt van Unilever, Nestlé en L'Oréal, die enkel nog met propere leveranciers samenwerken. In Indonesië verdwijnt elke minuut een oppervlakte bos die overeenkomt met negen Olympische zwembaden.

Greenpeace voert sinds enkele maanden druk op producenten om een nulontbossingsbeleid te ontwikkelen in hun bevoorradingsketen. In het kader van de "Tiger Challenge" besliste Delhaize vorige week om tegen 2018 palmolie gelinkt aan ontbossing uit haar producten te weren. Tegen eind 2015 zal Delhaize alleen nog traceerbare palmolie gebruiken. Greenpeace spreekt in dat verband over een belangrijk precedent.

Ook de voedingsgroep Vandemoortele beloofde deze maand dat het eraan werkt om enkel nog traceerbare palmolie te gebruiken die niet met ontbossing of uitbuiting in verband kan worden gebracht.