Wachtlijsten voor Nederlandstalig onderwijs in Brussel worden steeds langer

De wachtlijsten voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel worden steeds langer. Vorige week kregen weer meer ouders te horen dat er voor hun kind geen plaats is in de kleuterschool. Ook leerplichtige kinderen krijgen soms geen school toegewezen. Het probleem wordt alsmaar groter, zegt Walentina Cools van het Lokaal Overlegplatform Brussel in "De Ochtend".

Vorig jaar waren er ongeveer 1.000 meer aanvragen dan er plaatsen zijn, dit jaar zijn dat er al 1.900. "We hebben vorige dinsdag weer aan een grote groep ouders moeten melden dat zij geen plaats hebben," aldus Cools. "Die ouders vertegenwoordigen 2800 leerlingen, een enorm grote groep, en ze zijn zelfs met meer dan zij die wel een plaats hebben. Dat is toch wel schrijnend."

Sinds vorig jaar zijn 1.200 extra plaatsen gecreëerd, maar het is niet genoeg. Het probleem wordt vooral in de kleuterklasjes groter, omdat er door de demografische groei in Brussel veel anderstalige kinderen bijkomen.

Dit jaar heeft men voor het eerst ook 200 leerlingen in het eerste leerjaar moeten weigeren. "Dat is absoluut problematisch, want daar is er leerplicht. Wat velen ook niet weten is dat scholieren in Brussel een taaltest moeten doen om te mogen beginnen in het eerste leerjaar, als ze niet voldoende dagen aanwezig zijn geweest in de derde kleuterklas. Op die manier is er een risico dat die kinderen niet door de test geraken en terugverwezen worden naar de kleuterklas, waar al geen plaats was," aldus Cools.

Het LOP wordt geconfronteerd met een groep ouders die dit jaar zich opnieuw tevergeefs probeerden aan te melden bij een school, en nu hun kinderen thuis houden. Doorgaans gaat het om anderstalige kansarme ouders, die tussen de gemeenschappen vallen. "Ook zij hebben recht op een plaats in het onderwijs, en die ouders hebben geen boodschap aan communautaire onenigheid. De twee gemeenschappen moeten samen rond de tafel zitten en naar oplossingen zoeken," zegt Cools.

"Zowel de scholen als de Vlaamse Gemeenschapscommissie doen inspanningen, daar twijfelt niemand aan, maar er moet een beleid zijn op lange termijn. Er is nu eenmaal een babyboom in Brussel, die je niet kunt toewijzen aan de Nederlandstalige of Franstalige gemeenschap. We spreken heel bewust over anderstalige ouders, die je misschien in de twee gemeenschappen een plaats moet gunnen."