Achter de rug van Elio Di Rupo - Karl van den Broeck

België heeft vorige week de internationale pers gehaald. Met de panda's en met... de blote rug van Elio Di Rupo. Het beeld van onze premier die op een bloedhete zomerdag snel een ander hemd aantrekt, kwam uit een portret van hem op VIER. Het sierde ook de cover van Humo. Het échte nieuws in dat portret was niet het beeld, maar wel het woord.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Di Rupo blikt uitgebreid terug op de zaak-Trusgnach. In 1996 werd de (toen nog) vicepremier ervan beschuldigd een pedofiel te zijn. De hele zaak bleek op los zand gebouwd, maar Di Rupo merkt wel op dat er blijkbaar “een aantal mensen bij politie en gerecht waren die niet aan de verleiding konden weerstaan om de nummer twee van de regering op de knieën te krijgen.”

Di Rupo vraagt zich af waarom er nooit een onderzoek is gevoerd naar de herkomst van dat verhaal.

Wel de rug, complot (?) onder de radar

De zaak-Trusgnach is een schoolvoorbeeld voor elke cursus mediakritiek. Het was een krant die de onbevestigde geruchten over Di Rupo wereldkundig maakte. Het was een andere krant die, na een korte maar intense speurtocht, Olivier Trusgnach ontmaskerde als een praatjesmaker en een charlatan, waardoor Di Rupo vrijuit ging. Volgens de premier heeft zijn broer op dat moment zijn leven gered. Hij zou, in die donkere uren, zelfs met zelfmoord hebben gespeeld.
Is het overdreven te zeggen dat Di Rupo zonder onderzoeksjournalistiek vandaag geen politicus meer zou zijn? Of erger...

Onderzoeksjournalistiek staat sterk onder druk. De crisis in de media neemt enorme proporties aan en zet druk op alle redacties. Het businessmodel van kranten en weekbladen is aan diggelen geslagen: internetadvertenties leveren maar een tiende van de inkomsten op van printadvertenties. Lezers zijn steeds minder bereid om te betalen voor nieuws.

De reacties van de uitgevers zijn voorspelbaar: fusies, kostenbesparingen, ontslagen. De jacht op de lezer en de adverteerder leidt tot journalistiek die sensatie belangrijker vindt dan maatschappelijke relevantie. En zo wordt de rug van Di Rupo wél internationaal nieuws en blijft een complot (?) om een vicepremier ten val te brengen onder de radar. De onderzoeksjournalistiek mag Di Rupo dan al gered hebben, hoeveel journalisten hebben zich na 1996 nog met de zaak-Trusgnach beziggehouden? Sterker nog? Hoeveel journalisten, die nu nog voltijds aan de slag zijn, herinneren zich die zaak überhaupt nog?

Harde kern van de pers

Het belang van onderzoeksjournalistiek is de voorbije jaren alsmaar duidelijker geworden. In Groot-Brittannië werden de wanpraktijken van News of the World (hacken van gsm van beroemdheden) door onderzoeksjournalisten onthuld. De enorme hoeveelheid Big Data die door Wikileaks en door klokkenluider Snowden werden geopenbaard, kon enkel tot relevante nieuwsverhalen worden gekneed door ervaren onderzoeksjournalisten.

Hoe zou België eruitzien zonder onderzoeksjournalistiek. Zonder de onthullingen na de zaak-Dutroux zou de politie nooit een eenheidspolitie geworden zijn zou Child Focus nu niet bestaan. We zouden geen Voedselagentschap hebben en Verhofstadt zou nooit premier zijn geworden als de pers het dioxineschandaal niet had uitgebracht. Zonder onderzoeksjournalistiek was de moord op André Cools nooit opgelost geraakt, was de wet op de partijfinanciering nooit goedgekeurd (nasleep van Agusta). Zouden asbestslachtoffers schadevergoeding gekregen hebben als dappere journalisten het asbestdossier niet tot op het bod hadden uitgespit? Zouden slachtoffers van mensenhandel de huidige wettelijke bescherming genieten als een journalist niet tot op het uiterste was gegaan? De politieke carrière van heel wat politici (Eyskens, Sauwens, Delcroix, Chevalier,...) zou er anders hebben uitgezien, als onderzoeksjournalistiek hun misstappen niet aan het licht had gebracht. En Vanden Boeynants zou nu wellicht een standbeeld op de Grote Markt en een barontitel hebben gehad, als de pers destijds een oogje had dichtgeknepen.

Onderzoeksjournalistiek is de harde kern van de journalistiek. Schaf de columns, de interviews, de verslagen van persconferenties, de reportages af. Vergeet de tweets en de selfies; zolang de onderzoeksjournalistiek overeind blijft kan de pers zichzelf de Vierde Macht noemen. Wie niet langer investeert in journalisten die onafhankelijk, professioneel en beschermd tegen intimidatie hun werk kunnen doen, raakt aan de fundamenten van de vrije pers. De pers is – om in een actuele metafoor te blijven - de hogedrukreiniger van de democratie.

Inzetten op vakmanschap

Het aantal onderzoeksjournalisten op onze redacties wordt alsmaar kleiner. Vaak moeten ze zich ook met andere dingen bezighouden dan met onderzoek. Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van NRC Handelsblad sprak duidelijke taal in zijn nieuwjaarstoespraak: “Waar ik me zorgen over maak is een andere aspect van de journalistiek. Niet over de meningsvorming en niet over duiding. Wel over onderzoeksjournalistiek. Er wordt, ook in dit land veel gepraat over onderzoeksjournalistiek. Maar de mate waarin er over gepraat wordt is omgekeerd evenredig met de mate waarin er aan wordt gedaan.”

Het grote nieuws op de Staten-Generaal van de Media was niet de ridicule uitspraak van Rik De Nolf dat het internet een “hype” is, maar wel de ontboezeming van Leo Hellemans (VRT): “Er is minder ruimte voor onderzoek of voorbereiding door journalisten dan tien jaar geleden. Eigenlijk is de maat vol: wij willen terug meer inzetten op vakmanschap,” zei hij. Zelfs de openbare omroep, die vooral leeft van overheidsgeld, laat onderzoeksjournalistiek dus links liggen. Nog niet zo lang geleden de BRT/BRT(N)/VRT op de eerste rij op dit domein (Agusta, zaak-Khaled, dioxinecrisis). Nu moeten VRT-journalisten hun onderzoek na hun uren doen en spelen ze hun primeurs door aan hun collega's bij de geschreven pers omdat ze er in hun eigen programma's niets mee kunnen/mogen doen.

Gerichte overheidssteun

De hele samenleving is gebaat met meer en betere onderzoeksjournalistiek. Uit een studie van de Europese commissie bleek dat onderzoeksjournalistiek een belangrijke rol kan spelen in het ontraden van fraude met EU-fondsen. “De rol van onderzoeksjournalistiek als afschrikmiddel voor fraude met EU-fondsen kan op een niveau worden gebracht waar het 'slachtofferloze' misdrijf van fraude en corruptie echt kan worden aangepakt. (…) Degelijke onderzoeksjournalistiek die zich bezighoudt met alle vormen van EU-uitgaven kan de burgers helpen om de toegevoegde waarde van deze uitgaven te begrijpen. Ze kan verborgen gevallen van verkeerde aanwending van de fondsen helpen openbaren en kan een preventie effect hebben op sommige vormen van verkeerde aanwending en fraude.” (‘Deterrence of fraud with EU funds through investigative journalism' – 2012). Een beetje kort door de bocht, maar misschien een titel die in deze tijdsgeest wél de aandacht trekt: 'Onderzoeksjournalistiek leidt tot lagere belastingen'.

Volgens de OESO, de organisatie die aanbevelingen doet om de westerse markteconomie gezond te houden, moet de overheid de media ter hulp snellen. Al in 2009 pleitte de OESO voor gerichte overheidssteun voor de pers ('The Evolution of News and the Internet'). De organisatie vraagt zich af “of en hoe de productie van kwaliteitsvol en pluralistische nieuwsinhouden overgelaten kan worden aan marktwerking alleen.” Met andere woorden: de markt is niet langer in staat om de pluralistische en kwaliteitsvolle pers (de vierde macht, zeg maar) in stand te houden.

Perssteun kan veel (slechte) vormen aannemen en (hoofd)redacteurs zijn terecht beducht op inmenging in de redactionele onafhankelijkheid. Dat die onafhankelijkheid ook (een vooral) onder druk staat door de beroerde economische omgeving waarbinnen ze moeten werken, zou hen echter meer tot nadenken moeten stemmen.

Een vraag aan Di Rupo

De overheid moet vooral indirecte steun verlenen: giften fiscaal aftrekbaar maken, btw-tarieven verminderen (of afschaffen), distributie ondersteunen, loonlasten verlagen, auteursrechten beschermen, opleiding financieren en subsidies geven aan stichtingen die speciale journalistieke projecten en onderzoeksjournalistiek ondersteunen. Ook de uitgevers moeten hun duit in het zakje doen. Perssteun moet dan ook gekoppeld worden aan respect voor collectieve arbeidsovereenkomsten (nu al twintig jaar onbestaande), permanente vorming en degelijke redactiestatuten.

Dat indirecte steun werkt, blijkt uit het succes van het Fonds Pascal Decroos. Sinds dat fonds, in 1999, begon met het ondersteunen van onderzoeksjournalistiek, zien we weer meer waardevolle dossiers verschijnen, zij het dan meestal in boekvorm. De uitgevers van non-fictie lijken zo de rol van de hoofdredacteurs van kranten, weekbladen en journaals overgenomen te hebben.

Misschien kunnen we een deal sluiten met Elio Di Rupo: neem – in overleg met de gemeenschappen én met de mediasector – een masterplan voor de pers op in uw volgende regeerakkoord en wij, (onderzoeks)journalisten, zullen eindelijk eens werk maken van een onderzoek naar de zaak-Trusgnach. Akkoord? Of toont u ons opnieuw uw rug?

(Karl van den Broeck, hoofdredacteur van Apache.be – nieuwssite voor onderzoeksjournalistiek.)

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.