De zot, den dronkaard en het kind

Freddy De Vadder is weer op tournee. Diep West-Vlaams, nog altijd kettingrokend , vuilbekkend, intens genietend van alcohol en hoogsteigen beschouwingen spuwend, orakelt hij als vanouds. Nieuw is het niet, Bart Vanneste (alter ego van) staat al meer dan 10 jaar lang op Vlaamse podia met zijn personage (“Noem het geen typetje”, hoorde ik nog backstage) dat van het ene verhaal vol rock-’n-roll in het andere duikt. “Freddy twijfelt” is het deze keer. Je hoeft niets te zoeken achter de titel, ’t is hoogstens de basis voor enkele straffe verhalen over de ontstaansgeschiedenis ervan.

En net dat verhalende, dat spinrag aan lijnen, gedragen door een figuur die het zich kan permitteren om het zo te vertellen, is vermakelijk. Niet hoogst fijnzinnig, daarvoor zijn Nobelprijswinnaars gemaakt, weet Freddy. Het is grappig, theatraler dan ooit en doet lachen. Comedy hoort zo te zijn, niet minder, maar ook niet desnoods meer.

Een showdecor drapeert zich over de zaal, Queen schalt door de boxen en spots verblinden de zaal. Waarop Freddy verrassend ten tonele verschijnt. Meer wil ik niet weggeven. Waarna de wondere wereld van Freddy ruim anderhalf uur lang wordt opengezet. Feit is dat je Vanneste de knepen van het podium niet meer moet leren. Hij tast zijn zaal af, lanceert wanneer nodig zijn clichés (“wuk?”, “ip zin mulle geslegen”, “machtig”) en zijn publiek lust er pap van. Maar voor alle duidelijkheid, het is meer dan dat.

De Vadder heeft het op hilarische wijze over alcoholgebruik en de gevolgen ervan en tovert een heel exposé over pillen en pijnstillers tevoorschijn. Daar waar noorderbuur Javier Guzman voorstellingen heeft gemaakt over zijn drank- en drugsverleden, zo profileert De Vadder/Vanneste zich als de Vlaamse toxicomaan die alles wel heeft geproefd, beproefd, getest en ondervonden. Er is altijd al een vage grens geweest tussen het personage en de artiest achter De Vadder.

Claus

Vanneste is niet de standupper die in een mal is gegoten, het is theatraler gemaakt, bijgeschaafd, gecoacht. Tot op zekere hoogte toch. En De Vadder kan het door zijn eigenste manier van filosoferen waarmaken om enkele dingen des levens boudweg te fileren: relaties, vrouwen, de rol van zijn manager, maar ook de nood aan goeie ideologieën. Voor de fans: laat je niet afschrikken, Freddy blijft De Vadder en doet dat op zijn eigen brute, directe, doordebakse manier. Hilarisch is bijvoorbeeld de prik in de ballon als het over de intelligentsia en de cultuuriconen gaat: Hugo Claus wordt aangepakt, net als Bob Dylan of Nelson Mandela en Bob Marley. Met respect, maar ook met pit.

Ik zag de voorstelling in een al bij al koude zaal (vreemd want nét in Brugge, in het hart van de provincie waar Vanneste zijn meeste voorstellingen brengt). Zelden gezien ook hoe zoveel mensen tijdens de voorstelling binnen en buiten liepen. Bij zowat elke comedian is dat nefast, ook hier want Vanneste bevestigde “dat zoiets je helemaal uit je ritme haalt”. Zelfs Freddy houdt van zekerheden, kijk eens aan. Maar de scherpte komt wel, comedy is bij uitstek een genre waarin een voorstelling keer na keer groeit, anders dan bij klassiek theater.

Punten van kritiek? Toch wel. Sowieso kan er gemakkelijk 20 minuten uit de show worden geknipt, het zou het geheel strakker, snediger en uitdagender maken. Af en toe hoor ik verhaallijnen die nodeloos worden gerokken. Bij momenten hoor ik grappen die teveel sissen op het einde. En af en toe heeft Vanneste een terugvalpersonage, dekt hij zich net iets te veel in met de clichés en de maniertjes van Freddy waarvan hij weet dat ze erin gaan als zoete koek.

Bère

Maar Freddy geraakt eruit (zou dat geen goeie titel zijn?), blijft grotesk raaskallen en dat is goed gebracht. Dichtbij het publiek, ver weg van de conventies. “Toch wel bère”, hoorde ik een typische West-Vlaming prevelen naast mij. Theater moet verstrooiing bieden en moet al eens een glimlach of een luide lach ontlokken, meer hoeft dat soms niet te zijn. Wie de tentakels van de uitgewerkte kunst wil voelen, kan nog altijd een boek lezen. Van Claus bijvoorbeeld. Wat ik zelfs kan aanraden.

Een gemiste kans vind ik de finale. Ik zat te wachten op een convergentie (wuk?) van de verhaallijnen, een punt aan de lijn, maar de epiloog was te dunnetjes om goed te zijn. Freddy had beter het applaus in ontvangst genomen om zich daarna in de gin-tonic te gooien. Het bisnummer (of toch zoiets) moest er niet bij. Maar nog eens, een comedyshow evolueert. Iets zegt mij dat het einde nog wel eens zou kunnen wijzigen.

Freddy De Vadder, Bart Vanneste zo je wil, het staat hoe dan ook garant voor vermaak en plezier - hopelijk schoffeer ik de gelijknamige biljartclub nu niet. Wie anderhalf uur Freddy-esk geratel wil, krijgt het. Wie de inspanning wil doen om tussen de lijnen te luisteren, ontdekt ook maatschappelijke kritiek en doorleefde ergernis. Bijna voor elk wat wils.

De waarheid

Hoe zei mijn grootmoeder het ook weer? Dat de zot, den dronkaard en het kind de waarheid zeggen. Awel ja, De Vadder incorporeert ze alle drie. De meest losgeslagen bedenkingen, gedoopt en gedept in een bad van rock-’n-roll met de directheid van de gewone man met een mening. Nog eens, niet meer, niet min. Maar grappig en bij momenten hilarisch. Velen zouden ervoor tekenen. Ook Claus. Met zijn pelsmantel. Ook comedy moet iets subversiefs hebben. Twijfel daar maar niet aan…

Ik ben nu eigenlijk wel zeer benieuwd naar “Bevergem”. Vanneste schaarde een hoop West-Vlaamse topnamen bijeen die bezig zijn met een Canvas-reeks. Van Wannes Cappelle over Wim Willaert tot Maaike Cafmeyer en Dries Heyneman, niet toevallig regisseur van “Freddy twijfelt”. Talloze verhaallijnen door elkaar gevlochten, ‘t moet uitmonden in een stoet van tragikomische figuren. Freddy is er zo ook één natuurlijk. “Eigen kweek” is misschien een eerste aanzet gebleken tot… Misschien. Afwachten maar. Ip jun mulle. Misschien.