Ode aan Frits Spits

Sommige momenten blijven een leven lang bij. Zo herinner ik me bijna fysiek mijn verbazing en teleurstelling toen ik op het feest voor m’n plechtige communie twee radio’s cadeau kreeg. Eén was mooi en elegant, de tweede lomp en robuust.

De eerste ben ik in de loop der jaren vergeten op te halen bij een hersteller die inmiddels failliet is. De tweede heeft het bijzonder lang uitgezongen, tot voor kort deed ie trouw dienst in de badkamer. Als communicant zag ik er geen vingerwijzing in dat ik ooit voor de radio zou werken. Journalist of radiomaker waren voor mij zoiets als astronaut of uitvinder: je weet dat er mensen zijn die het doen, maar het komt zelfs niet bij je op om dit te overwegen.

Slimme pin-up

Toch fascineerde radio mij, vooral tijdens die zeldzame ogenblikken dat een programma je helemaal kon meenemen in een denkbeeldige setting of sfeer. Zo luisterde ik als studente tussen de middag vaak naar “Het vermoeden” met Betty Mellaerts, de slimme pin-up op wie alle intellectuelen in de jaren 80 verliefd waren. Op vrijdagmiddag was er een tijdlang “Inpakken en westwezen”, één groot luisterspel waarin Bob De Groof en Jessie De Caluwe op wonderbaarlijke wijze de wereld van Oostendse vissers wisten op te roepen. Door hen verdwaalde ik geregeld op zee, terwijl ik had moeten blokken natuurlijk.

Jaren daarvoor wist Frits Spits me al in een gelijkaardige staat van vervoering te brengen. De eerste keer moet op een zaterdag zijn geweest. Mijn meisjeskamer stond nog vol spulletjes van Snoopy en Holly Hobbie, maar ik kon Radio 2 niet meer verdragen. Best grappig als je bedenkt dat ik daar later ben gaan werken. Maar in die tijd zonden zij op de late zaterdagmiddag het slechtste radioprogramma allertijden uit. Een soort compilatie van katholieke boekbesprekingen, het laatste wat een jonge tiener wil horen. Dus begon ik op goed geluk te draaien aan de radioknop en bleef hangen op een zender die achteraf Hilversum 3 moet zijn geweest. Ene Frits Spits maakte er de legendarische "Avondspits".

Blauwe luchten

Dit moest de ideale man zijn want zijn mooie stem had het allemaal. Hij klonk enthousiast én beschaafd, jong én ervaren, speels én wijs. Hij liet zich nooit zien en was dagelijks present: diep als het moest, oppervlakkig als het kon. Frits Spits maakte slimme taalgrapjes en draaide goeie, toegankelijke muziek. Fleetwood Mac, Hall and Oates, the Eagles: ik leerde ze allemaal kennen dankzij hem.

Frits Spits bezorgde mij mooie avonden. Het leven lag nog wijd open, lichaam en geest waren nog ongeschonden. In m’n herinnering waren de luchten altijd blauw, populieren ruisten zacht door het open raam. Mijn enige zorg was het volgende examen wiskunde. Maar eigenlijk was het ook raar: een meisje dat in het diepe West-Vlaanderen tijdens haar huiswerk naar de files in de randstad zit te luisteren. Maar het had iets exotisch, het was mijn évasion en ik sluit niet uit dat het een van de mysterieuze elementen was die me later naar het noorden zou drijven.

Ik stond trouwens verre van alleen in mijn bewondering. Frits Spits bleek een van de grootste Nederlandse radio-iconen. Onomstreden, pure klasse. Op het Mediapark in Hilversum is een lelijke weg naar hem genoemd, en dan heb je het gemaakt in de Nederlandse omroepwereld.

Sterk verlangen

Vorig jaar heb ik Frits Spits kort ontmoet. Hij maakte een rechtstreekse uitzending tijdens een evenement waar ik voor het werk naartoe moest. Ik weet nog dat ik twijfelde. Wellicht was het beter van veraf te bewonderen, dat is meestal zo. Maar het verlangen was te sterk natuurlijk. Met een microfoon in mijn hand durf ik ondertussen iedereen aanspreken, dus we gingen erop af.

Hij was oud geworden, oogde zelfs wat kwetsbaar. Maar verder was hij zachtaardig en vriendelijk, zoals ik verwacht had. Hij was bezig aan de laatste uitzendingen voor z’n pensionering bij Radio 2. Een afscheid dat hem zwaar viel en emotioneel maakte, dat was ook mooi te zien in het programma dat de Nederlandse televisie maakte over z’n afscheid.

Maar Frits Spits zit nog altijd een beetje op de Nederlandse radio. Nu heeft ie op zaterdagmiddag een taalprogramma op Radio 1. Vreemd genoeg luister ik daar zelden naar. Ik moet op zaterdag al minstens drie vuistdikke weekendkranten doorploegen, dan kan er nog weinig woord bij. Maar het is geruststellend dat hij er is, dat ik nog naar hem kan luisteren als ik dat wil. Hij klinkt nog altijd enthousiast. En toch hoor ik in z’n stem dat inmiddels meer dan 30 jaar zijn voorbijgevlogen.

Frits Spits: