Van trainer veranderen helpt niet - Peter Decroubele

Het ontslag van trainer Mario Been als trainer van KRC Genk kwam er dan toch. De barst té veel die een breuk werd. Het moest ervan komen, de thuisnederlaag tegen Waasland-Beveren deed het offerblok aanvoeren. Voorlopig zonder succes, zoals blijkt uit de nederlaag tegen het Russische Anzji.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Maar een club als Genk moet nu eenmaal Play-Off 1 halen. En met een in de nek hijgende concurrent als AA Gent moest er iets gebeuren, vonden ze daar, op de assen van de feniks.

Direct na de match al werd Been bedankt voor (absoluut) bewezen diensten. De dag daarna tekst en uitleg door manager Dirk Degraen, met een opgelegd applaus voor de afgedankte coach. Mooi, in zekere zin, cynisch ook omdat je iemand op golven van applaus laat wegdrijven naar de exit. En nooit eerder gezien ook voor de journalisten. De dag zelf nog werd de vervanger, Emilio Ferrera, ingehuldigd.

Elders, een dag later: Oud Heverlee Leuven bevestigt dat Herman Vermeulen, trainer ad interim na het ontslag van Rony Van Geneugden, ook al niet meer voldeed. Hij ruimt de baan voor Ivan Leko. Wie? Onbeslagen als trainer, maar blijkbaar als vol genoeg aanzien om de zwalpende Leuvenaars in eerste te houden.

Enkele episodes van de zogenoemde trainerswalsen of -carrousels waarmee elke sportkrant graag uitpakt. En hoe verder het seizoen is opgeschoten, hoe langer de lijst van namen. Doet telkens weer vragen rijzen. Wat is de zin of onzin van een trainerswissel? Levert het eigenlijk iets op?

Geen wetenschappelijk bewijs

Wel, er bestaan wel degelijk studies over. Ik heb er enkele doorbladerd en ze zijn van verschillend allooi. Het wetenschappelijk karakter ervan is niet altijd even eenduidig, de parameters zijn soms wat vaag, maar grosso modo kan je eruit afleiden dat er geen duidelijk determinerende invloed is van een trainerswissel. Het helpt soms een beetje, soms niet, wel integendeel.

Lijkt me nogal wiedes. Om de simpele reden dat voetbal een fantastisch spelletje is dat draait om de kwaliteit van je elftal. Lees: om het budget dat een club kan besteden aan spelers en hun kwaliteit. Een mooi stadion, een zogezegd wonderlijke trainer, een meeslepende aanhang zijn maar kleine componenten in de wonderformule. Het soortelijk gewicht van je ploeg bepaalt alles. Of toch bijna alles.

Natuurlijk, er zijn gradaties in de wondere wereld van de trainers. Je hebt nu eenmaal mindere trainers, goeie en toppers. En je hebt er die een CV vol resultaten meeslepen. Maar wees maar zeker dat zelfs die laatsten enkele lijnen in hun curriculum hebben staan die wijzen op minder succes, op tegenslag, op ontgoocheling, op ondermaatse prestaties. Allemaal, zonder enige uitzondering. Voetbal is een grillige bezigheid, waar zelfs taktische meesters geen vat op hebben.

Ferguson

Neem nu Sir Alex Ferguson. Hét toonbeeld van de standvastigheid, het prototype van de succescoach. Van 1986 tot vorig jaar trainer geweest van Manchester United. Even tellen… dat is 27 jaar lang. Langer dan veel carrières van topvoetballers. Ferguson, de bijna onverstaanbare kauwgom vretende Schot, heeft ManU tot op eenzame hoogte gebracht, met alle topprijzen die je maar kan hebben. Maar het duurde 6 jaar vooraleer hij met treffelijke resultaten kwam. Hij zou uiteindelijk 12 titels pakken en twee keer de Champions League. Faut le faire, behoorlijk indrukwekkend, maar Ferguson mag bij zijn dat Sir Matt Busby, zijn voorganger bij ManU, hem bleef steunen inde eerste moeilijke jaren. Of hij was onherroepelijk bij het huisvuil gezet. Wat aantoont dat je een trainer zijn tijd moet geven, zijn stempel moet laten vormen én drukken. En als je een topper in huis hebt, loont dat wel.

En net dat is wat clubs tegenwoordig niet meer doen. Of eigenlijk al decennia lang niet meer doen. Trainers moeten opleveren, liever nu dan morgen. Er is geen tijd voor gepamper, voor langzaamaan investeren. Het is direct of nooit. Typerend voor het ongeduld van clubs, wat is ingegeven door externe druk.

Spiraal en sfeer

Clubs worden niet meer geregeerd door een voetbalvisie. Maar zijn -wellicht mee ingegeven door de draai des tijds- het slachtoffer van variatiezucht. Voelen ook de druk en het geknijp van de aandeelhouders én van sponsors die een snelle “return on investment” willen. Clubs worden geprikkeld door media die heel snel ergens een probleemsituatie zien of vermoeden. Al constateren die vooral, merken ze op en zeggen ze wat giert en zwiert in de bestuurskamers. En bovenal is er de vaak immense druk van de supporters en de abonnees die ook totaal verleerd zijn dat Rome ook niet in één dag is gebouwd. Zeker AS Roma ook niet.

En voor je het weet zit je in een spiraal van prestatiedruk, in een sfeer van misplaatst ongenoegen (bijvoorbeeld de kasseisteen die Genk-manager Degraen in zijn huiselijke ruit kreeg omdat het allemaal niet goed genoeg was, verwerpelijk), in een snelkookpan waar de druk zo snel mogelijk moet worden afgelaten. Een trainer krijgt niet meer de tijd om te bouwen en te breien, neen, succes moet er zijn. Hic et nunc. Kijk naar Anderlecht. Vorig seizoen kampioen geworden onder John Van den Brom, nu een moeilijker jaar, en van de weeromstuit moet Van den Brom al wijken. Enfin, hij zit nog in zijn dug-out, maar iedereen weet dat paars-wit al uitkijkt naar een andere coach. Geen geduld, noem ik dat. Idem gebeurd bij Club Brugge (waar Garrido best wat punten pakte maar niet speelde wat de supporters wilden), idem bij AA Gent waar de intern geliefde Fernandez niet snel genoeg een reeks neerzette… En had Luzon bij Standard de eerste weken gesukkeld, dan was hij ook al weg.

Idem in het buitenland waar je zelfs met het predikaat van absolute topper moet presteren, subito presto. Villas-Boas, ooit de mirakelmaker van Porto, maar daarna verguisd bij Chelsea en Tottenham, dat in goed anderhalf jaar tijd. Tijd nemen? Tijd gunnen? Lekker niet! Of noem Mourinho. Zelfverklaard genie, maar toch ook lichtjes naar de uitgang geduwd bij Chelsea, richting Real Madrid, waar ze hem ook op korte tijd beu waren gezien. Terug dan maar naar Chelsea. Of Louis Van Gaal, kampioen met AZ, Ajax, Barcelona én Bayern, euh, amai. Maar toch hier en daar uitgespogen. Ietwat onbegrijpelijk.

Materiaal en vertrouwen

Het weze wel gezegd, tegenwoordig blijft een trainer al iets langer. Been ten bewijze, velen hadden zijn vertrek veel vroeger verwacht. Trainers beseffen meer dan ooit dat ze passanten zijn, dat ze bij de ondertekening van hun contract ook hun ontslagregeling bepalen. En dat durft al eens (veel) geld kosten. En de crisis heeft ook toegeslagen in het voetbal, o jawel. Zo is een lichte trendmerkbaar waarbij trainers al eens iets langer mogen blijven zitten. Op hoop van zegen, op hoop van beterschap. Maar toch, een bijl heb je zo snel vast.

Ik herinner me het ontslag van Ariel Jacobs bij Lokeren. We schrijven 2006. Ik stond als nieuwsgierige radioreporter klaar met de microfoon in de aanslag. Jacobs kwam van de trappen naar beneden, wou niets zeggen, maar knikte veelbetekenend. Het was over en voorbij. Voorzitter Roger Lambrecht orakelde even daarna dat Jacobs “een gentleman was, een toptrainer, maar ja, geen resultaten”. Jacobs zou daarna nog gloriemomenten opleveren bij Anderlecht, Lokeren zou nog een waslijst trainers zien passeren. Quod erat demonstrandum.

Je doet het met je spelersmateriaal. Met de steun en het geloof van het bestuur. Met het geduld van de supporters. Maar bovenal met de het kwaliteitsniveau van je spelers. Zie ene Marc Wilmots. Nooit eerder geschiedenis geschreven als coach, maar met zo’n spelersgroep als die van de Rode Duivels kan je toch niet anders dan resultaten boeken?

Harde wetten

Been is vervangen om een schokgolf te veroorzaken in Genk. Want dat is wel bewezen. De inbreng van een nieuwe trainer zorgt heel vaak voor effect op korte termijn. Korte, niet middellange en zeker niet lange termijn. Ik wens Mario Been een nieuwe topclub toe want hij is zeer goed. Dat zeggen zijn gewezen broodheren toch, vreemd genoeg moest hij wel weg. Als Ferrera ooit weg moet bij Genk, en het zal ooit zo zijn, dan komt Been weer in beeld! (Mijn kop eraf!).

Voetbal is een raar beest. Een beest vol ongeduld, dat direct een prooi wil. Terwijl even wachten en beredeneren je op lange termijn misschien wel veel sappigere prijzen oplevert. Maar wachten is nu eenmaal geen optie bij topvoetbal. Scoren moet je. Snel, direct. En veel. En lukt dat niet, dan zit de bank vol gretige invallers. De voetbalwet is hard, beenhard.

(De auteur is VRT-journalist en werkte op de sportredactie.)