Het groeipotentieel van een dwerg, de megalomanie van William Boeva

Vier jaar heeft William Boeva erover gedaan om een volavondshow te maken. Vanop de kleinste podia is hij langzaamaan opgeschoven naar de grote speelvlakken. Heeft zijn tijd genomen, is geestdriftig en leergierig begonnen, geprobeerd, geoefend, geschrapt en gespeeld om dan tot “Megalomaan” te komen. In première gegaan nu, na vier jaar zoeken. En wachten. En inhouden. Met resultaat. Een goede tot zeer goede voorstelling is het. William Boeva heeft iets knaps neergezet én heeft nog heel wat groeimarge (pun intended).

Boeva dook goed vier jaar geleden op in “het circuit”. Opvallend, sowieso, want de man is een dwerg. Een achondroplast, al noemt hij zichzelf een pseudodwerg. Daarmee is ook de mens Boeva geschetst. Grappig, zelfrelativerend, scherp en een klein brutaaltje. Boeva bekwaamde zich snel in het vak, won enkele comedywedstrijden (waaronder zijn absolute doorbraak, HUMO’s Comedy Cup) en voor hij er erg in had, was ie vooruit aan het schieten, ja zelfs omhoog aan het groeien (pun alweer intended). Gekneed door Han Coucke (ex-Gino Sancti en tegenwoordig ook bekend als Han Solo) ging Boeva zijn weg, trad veel op en ontpopte zich zo stilaan tot een standupper met métier.

Maar de stap naar het theater is toch nog iets anders. Maar is geslaagd. Heel leuk decor (van de hand van Pieter De Poortere, de man achter “Boerke”), mét visuals én een leuke scenografie. Niet overladen, maar verzorgd en functioneel. En direct grijpt Boeva je naar de keel. Bijzonder strakke eerste tien minuten zijn het. Met moppen die al een hele tijd meegaan, die dus doorleefd en ingespeeld zijn, maar je wordt als toeschouwer direct meegesleurd in het Boeva-universum.

Dwergperspectief

En dat is er eentje van dwerg-zijn én de vreemde blik, de rare kijk en de aparte focus van de mensen errond. Boeva neemt je mee in zijn wereld, bekeken van heel wat lager dan anderhalve meter. Eerst een salvo aan jokes, daarna verschanst hij zich in zijn mengeling van spreekgestoelte en zitbank. Om daar mails voor te lezen die hij kreeg. Van fans, collega-dwergen, televisieproductiehuizen… Hilarische teksten als je ze beluistert, meer nog, Boeva vertelde me dat ze helemaal echt zijn en voor geen letter verzonnen. Nog hilarischer dan.

En tussenin krijgen we nog wat sneren over hoe hij zichzelf bekeken voelt door anderen, over de liefde, over hoe een mens soms zo vreemd met andere mensen kan omgaan, over stijlloosheid en over foutparkeerders. Alles kort en snedig, met een goed gevonden overgang tussen elk deel, noem het zelfs bedrijf. En bij momenten krijgt hij met twee woorden de zaal ook stil, hij heeft me zelfs beroerd. Dan raak je mensen ,dan speel je integer, dan sta je niet te liegen. En wie echt is, krijgt punten van mij.

Doet Boeva niet waarvoor gevreesd? Namelijk té veel dwergenmoppen maken? Een beetje wel misschien. Zijn thematiek is wat eenzijdig, maar het valt te vergeven: omdat dit zijn eerste show is, het eerste ei van een jonkie (Boeva is nog maar 24), de eerste afdruk van zijn kunnen. Bij een volgende show moet Boeva hoe dan ook uit een ander vaatje tappen en dan ben ik wel eens benieuwd waar hij zijn mosterd zal halen en zijn inspiratie zal zoeken. De moeilijke tweede plaat, het moeilijke tweede boek, de aartsmoeilijke tweede voorstelling, het wacht hem.

Vlieguren

Maar dat het zal lukken, die kans is groot. Want Boeva etaleert een grote podiumpersoonlijkheid (oké, hij staat wat dichter bij het aardoppervlak dan de meeste mensen, maar hij kleeft echt wel op het podium), is sympathiek, nooit gratuit grof, koddig en schattig (ja, dat ook, ja) en verdomd intelligent. Nog iets: Boeva verveelt me amper een seconde, het is dan ook niet slecht van hem om er bij zijn eerste worp geen marathonzitting van te maken. In één uur en 20 minuten was het zaakje verteld. Liever zo dan je ergens onderweg moet geeuwen of knikkebollen. In de beperking toont zich de meester. De beperking, hmm.

Boeva is in de voetsporen getreden van enkele van zijn helden en heeft op zijn beurt enkele van zijn helden meegetrokken: Han Coucke regisseert hem, Alex Agnew is een notoire fan en Philippe Geubels steekt zijn bewondering ook niet onder stoelen of banken. De jongeman is gelanceerd voor wat een heel divers en breed parcours kan worden, maar hij moet vooral nog vlieguren laten optekenen in zijn boekje. Schrijven en schrappen. Bijleren. Breed gaan. Bevestigen. Doorduwen. Platspelen. Niet te snel gaan, maar stapje bij beetje opklimmen. Boeva kan een grote worden, zonder al te veel groeipijnen (pun toch wel weer intended zeker!).

Megalomaan? Zo klinkt de titel, maar de voorstelling is het niet. Ze is correct gedoseerd, met de juiste snit, de juiste proporties en het juiste formaat. Kortom, van een zeer degelijke kwaliteit. Al benieuwd naar de volgende voorstelling eigenlijk…