Vanaf vandaag ritsen of een boete van 55 euro

Net zoals elke maand, zijn er ook vanaf begin maart enkele veranderingen. Zo zijn er een aantal grondige wijzigingen inzake verkeer: er moet voortaan beurtelings ingevoegd worden en naast prioritaire voertuigen mogen ook begrafenisondernemers, takelwagens en parketmagistraten in bepaalde gevallen gebruikmaken van de pechstrook. Een overzicht:

Ritsen in het verkeer, waarbij om de beurt wordt ingevoegd bij bijvoorbeeld wegwerkzaamheden, wordt vanaf 1 maart verplicht. Wie niet ritst, begaat een overtreding van de eerste graad en riskeert een boete van 55 euro. "De bestuurders die, bij sterk vertraagd verkeer, rijden op een rijstrook die ophoudt of waarop het verder rijden wordt verhinderd, mogen slechts vlak voor de versmalling invoegen in de aangrenzende vrije rijstrook", luidt het in het Staatsblad.

"De bestuurders die rijden op die vrije rijstrook moeten vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder; in geval het rijden in zowel de linker- als in de rechterrijstrook wordt verhinderd, moet eerst voorrang worden verleend aan één bestuurder op de rechterrijstrook en daarna aan één bestuurder op de linkerrijstrook."

Begrafenisondernemers op de pechstrook

Niet alleen prioritaire voertuigen, maar ook begrafenisondernemers, takelwagens, deskundigen en parketmagistraten zullen vanaf 1 maart gebruik kunnen maken van de pechstrook bij ongevallen op autosnelwegen. Voorwaarde is dat de politie of parket hen oproept en dat ze een oranje knipperlicht gebruiken.

De maatregel past in het ongevallenmanagement. "Hoe sneller alles ontruimd is, hoe sneller ook door het ongeval veroorzaakte files opgelost geraken", legt Isabel Casteleyn uit, woordvoerster van staatssecretaris voor Mobiliteit Melchior Wathelet (CDH). "Belangrijk is wel dat zij niet op eigen initiatief gebruik mogen maken van de pechstrook."

Bij zware ongevallen met dodelijke afloop moeten behalve een takelwagen ook een verkeersdeskundige en een begrafenisondernemer ter plaatse komen. Die rijden zich vaak vast in de files die ontstaan zijn door het ongeval.

Statutaire ambtenaren mogen ook na hun 65e werken

Statutaire ambtenaren die vast zijn aangesteld bij gemeenten, OCMW's en provincies mogen vanaf 1 maart ook na hun 65 jaar blijven werken. Dat is het gevolg van een besluit dat op 6 februari 2014 in het Staatsblad werd gepubliceerd. De mogelijkheid bestond al voor de statutaire ambtenaren die voor de Vlaamse overheid werken.

De verlenging van het statutaire dienstverband na 65 jaar, die geen algemeen recht maar een gunst is, kan gebeuren op verzoek van de aanstellende overheid of op verzoek van het vast aangestelde statutaire personeelslid.

Indien de overheid het dienstverband wenst te verlengen, kan dit enkel na uitdrukkelijke instemming van het betrokken personeelslid, en vice versa. De duur van de verlengingen is bepaald op maximaal een jaar, maar kan wel verlengd worden.

Eén centraal punt voor jeugdhulpverlening

De jeugdhulpverlening in Vlaanderen wordt op 1 maart grondig hervormd. Er komt één centrale toegangspoort die de jongeren moet doorverwijzen naar de verschillende zorgcentra, zodat alle vormen van hulpverlening op elkaar kunnen worden afgestemd.

De bedoeling van de hervorming is dat de muren tussen de verschillende sectoren gesloopt worden en dat elke jongere de hulp krijgt die hij op dat moment nodig heeft. Momenteel is de sector van de jeugdhulp in Vlaanderen namelijk nog erg versnipperd, met honderden organisaties van onder meer Kind en Gezin en Algemeen Welzijnswerk die zorg aanbieden. Het gevolg is dat gezinnen vaak niet weten waar ze terecht moeten en dat jongeren bijgevolg door de mazen van het net glippen.

Vanaf 1 maart wordt de werking van alle diensten op elkaar afgestemd. Van de hulpverleners wordt verwacht dat ze in eerste instantie de mogelijkheden van de jongere en zijn gezin aanspreken. Opname in een zorginstelling moet het laatste redmiddel zijn. Om meer eenheid te scheppen in het landschap van ingrijpende jeugdhulp wordt een intersectorale toegangspoort opgericht. Die beslist welke vorm van hulp het meest geschikt is voor de jongere en kan ook een combinatie samenstellen van verschillende soorten hulp.

Dopingcontroles voor Wereldbeker in Brazilië

De Rode Duivels, en de 31 andere voetbalploegen die zich voor de Wereldbeker in Brazilië geplaatst hebben, mogen zich vanaf 1 maart aan dopingcontroles verwachten. "Vanaf 1 maart gaan we urine- en bloedstalen afnemen en een biologisch paspoort opmaken", zei Jiri Dvorak, medisch directeur van de FIFA, midden februari tijdens een persconferentie in Sao Paulo.

Toen al klonk het dat de FIFA logistiek klaar is voor die controles. "Goed 2.000 spelers die selecteerbaar zijn, zullen gecontroleerd worden. Het biologisch paspoort moet ervoor zogen dat we een vijfde dopingvrije Wereldbeker op rij krijgen."

De laatste voetballer die tijdens een Wereldbeker positief testte was Diego Maradona (foto). Op de Wereldbeker van 1994, in de Verenigde Staten, werd de Argentijnse stervoetballer betrapt op het gebruik van cocaïne.

vide

Tarieven Raad van State naar omhoog

De tarieven om naar de Raad van State te trekken worden op 1 maart verhoogd. Nieuw is ook dat die kosten op voorhand betaald zullen moeten worden. Een zaak voorleggen aan de Raad van State zal 200 in plaats van 175 euro kosten. Dat laatste tarief is sinds 2002 van kracht, en werd niet meer geïndexeerd. De stijging is kleiner dan de som van de indexeringen.

Wie als belanghebbende wil tussenkomen in een zaak zal ook meer moeten betalen: die kosten stijgen van 125 naar 150 euro. Wie gelijk krijgt voor de Raad van State, krijgt de kosten wel terugbetaald.

Ook zal, in de loop van de maand maart, degene die in het gelijk is gesteld - hetzij de verzoekende partij, hetzij de verwerende partij - de "verhaalbaarheid" van een deel van de honoraria van zijn advocaat kunnen eisen van de in het ongelijk gestelde partij. Concreet betreft het doorgaans een bedrag van 700 euro, maar dat kan variëren tussen minimaal 140 en maximaal 1.400 euro, naargelang de complexiteit van de zaak, de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, enzovoort. Wanneer het gaat om openbare aanbestedingen, kan het maximale bedrag oplopen tot 2.800 euro.