De Vlaamse film is hip! – Jan Verheyen

Goed hé, die Oscarnominatie voor ‘The broken circle breakdown’ ! En helemaal terecht, wat mij betreft. Het is alsof de Vlaamse film tegenwoordig baadt in een warm bad van liefde, en dat is ooit anders geweest. Zelf ben ik begonnen ‘in het vak’ in de jaren ’80, toen de verschijning van een Vlaamse film in de zalen meer iets had van een UFO dan wel vanzelfsprekend werd bevonden. So what happened ? Een poging tot verklaring van het succes van de Vlaamse film.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

De Vlaamse film rules, de afgelopen week stonden liefst vier Vlaamse titels in de bioscoop Top Tien (‘K3 Dierenhotel’, ‘De behandeling’, ‘F.C. De Kampioenen’, en ‘Marina’). Dit alles bevestigt nogmaals een heel merkwaardige en voor de Vlaamse film ongeziene marktsituatie: het is, zelfs bij de notoir moeilijke doelgroep van tieners – traditioneel grote afnemers van de populaire Amerikaanse entertainment cinema - zowaar ‘bon ton’ om naar Vlaamse films te gaan kijken. ‘Vlaams’ is een kwaliteitsmerk geworden, het simpele gegeven dat een film ‘van bij ons’ is geeft een automatische, vanzelfsprekende voorsprong op het peloton. Dat is dus ooit anders geweest.

Voor die mentaliteitswijziging zijn een paar verklaringen mogelijk, hoewel het natuurlijk moeilijk is en blijft de wispelturige smaak van het grote publiek te duiden.

Tevreden klanten

Om een slogan van een bekend warenhuis even over te nemen : ‘twee miljoen klanten, dat moet je verdiénen’. Mensen zijn m.a.w. tevreden over wat ze te zien krijgen. Of het nu de grote publieksfilms zijn, de op kinderen gerichte films van Studio 100, of af en toe een ambitieuze auteursfilm (met ‘De helaasheid der dingen’ en ‘The broken circle breakdown’ van Felix Van Groeningen en ‘Rundskop’ van Michael Roskam als schitterendste voorbeelden), mensen beklagen zich niet dat ze er 8 euro voor hebben neergeteld.

Dat resulteert in een warme, positieve word-of-mouth en alleen zo scoor je cijfers van 100 000 bezoekers en meer. Of om het in de ietwat cynische marketing-termen van de distributeur te zeggen : je kan je eerste week kopen (met een dure, agressieve, alomtegenwoordige reclamecampagne) maar als de mensen het niet goed vinden, is het afgelopen na het derde weekend. Of nog, om de vroegere superior van mijn geliefde Sint-Jozef-Klein-Seminarie te citeren : ge kunt van ne stront geen pateeke maken.

Het is in die zin opvallend dat Vlaamse films gemiddeld langer op de affiche van de bioscopen blijven dan andere films : de pakweg 500 films die bij ons werden uitgebracht, wat tussen haakjes belachelijk veel is, bleven gemiddeld net geen 3 weken op de affiche, terwijl voor de Vlaamse films het gemiddelde boven de 7 weken zit, dubbel zo lang dus.

Ontsnappen uit het peloton

Je bent net zo sterk als de concurrentie zwak is : door het bizarre overaanbod aan films ziet de consument door de bomen het bos niet meer. Er zijn weken dat er 4 tot 7 zelfs interessante, valabele Amerikaanse of Franse films uitkomen en het is dus erg moeilijk geworden, om niet te zeggen onmogelijk, om een film nog uit dat peloton te laten ontsnappen.

Het wordt één grote, grijze brij met eigenlijk maar twee uitzonderingen : enerzijds de absolute mega-evenementfilms, de films die in de hele wereld in de jaarlijkse Top Tien opduiken en waar het budget voor beschikbaar is om een verbrande aarde-strategie mee toe te passen. Die films zijn niet zelden sequels, en dus ook qua titel en concept al ‘voorverkocht’.

En anderzijds, jawel, Vlaamse films. Want onze regisseurs en acteurs zijn, in tegenstelling tot bv. Brad Pitt of George Clooney, wél beschikbaar om in ‘Café Corsari’ of ‘En nu serieus’ te gaan zitten ouwehoeren, alle cultuurprogramma’s op Radio 1 te doen, en aanwezig te zijn in kranten en tijdschriften. Ze zijn m.a.w. zichtbaar, ze ontsnappen uit het peloton.

Ambitieus

De hele sfeer rond de Vlaamse film is op een of andere manier positiever geworden. Als Vlaamse regisseurs op de televisie komen is het niet langer om te zeuren en te zeiken over subsidies of de filmcommissie of hun collega’s, er hangt niet langer dat zurige sfeertje van ‘losers’ over de hele Vlaamse film.

Meer : er zijn zowaar ondertussen regisseurs die dankzij hun televisie-bijverdiensten populaire vedetten zijn geworden. Door het aanhoudende succes van Vlaamse films wordt ook in de populaire pers meer aandacht besteedt aan die Vlaamse films ; succes is besmettelijk, en zoals vaak gebeurt zijn de media volgers eerder dan trendsetters. Kortom, de perceptie van de Vlaamse film is nu zelfs positiever dan de realiteit.

Opwaartse trend

De Vlaamse film is ambitieuzer geworden. De sector is professioneler geworden, er is meer continuïteit. De pioniers in de jaren ’70 en de vroege jaren ’80 leefden van film tot film, nu zijn er productiehuizen die naam waardig die investeren in ontwikkeling en nu al weten welke films en/of series ze in 2015 en 2016 willen maken.

De films zien er ook goed uit : ambitieuze publieksfilms als ‘Loft’, ‘Windkracht 10’, ‘Het vonnis’, ‘Hasta la vista’ kunnen de concurrentie aan met zelfs grote Amerikaanse producties. Veel van die films zijn ook thematisch interessant, kijken verder dan het dorpsplein, en blijven ook ver van het narcistische miserabilisme van een groot deel van de klassieke Europese art-house films. Ze zijn fris, ze vallen op, en krijgen dus de aandacht van buitenlandse festivals en, oneindig veel belangrijker, buitenlandse distributeurs. Dat is allemaal weliswaar vrij bescheiden, maar : het is een duidelijk opwaartse trend.

Internationale trend

Ik moet ook toegeven dat de Vlaamse film eigenlijk en eindelijk gewoon aansluiting heeft gemaakt met wellicht de meest opvallende internationale trend van het laatste decennium, nl. de opkomst van sterke nationale filmindustrieën, hoewel ik in onze context de term ‘filmindustrie’ toch nog met enige reserve en bescheidenheid wil gebruiken.

Zowel in Azië, Zuid-Amerika als Europa zie je immers hetzelfde fenomeen : in de box-office top tien van het jaar staan weliswaar overal dezelfde voornamelijk Amerikaanse films maar overal zie je ook minstens één, maar soms ook twee of drie lokale films opduiken. En niet alleen in de grote filmlanden die traditioneel altijd een sterke nationale filmindustrie hebben gehad – in Europa heb ik het dan voornamelijk over Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje – maar ook meer en meer in de ‘kleinere’ filmlanden.

Zurige critici hebben geen impact meer

Het minst belangrijke aspect van de zes, maar ik raak het toch even aan omdat ik er zelf groot genoegen in schep : de verminderende, ondertussen quasi onbestaande invloed van de filmkritiek, de recensenten. Tot 10 jaar geleden was een recensie in de kranten, in ‘Humo’ en ‘Knack’ en op de radio best wel belangrijk, vooral omdat er ook niets anders was. Er was bv. geen ‘showbizz-verslaggeving’, toch zeker niet in de ‘serieuze’ pers.

Vandaag verdrinken de paar recensies die nog verschijnen in de tsunami aan meningen op tientallen internetsites en de doorgaans veel minder kritische interviews met acteurs en regisseur in zowat alle media. Het verslag van de première zie je in de televisiejournaals en op de verschillende digitale –en internetzenders die de laatste jaren als paddestoelen uit de grond schieten. Er wordt badinerend gepraat over de film in ‘Café Corsari’ of ‘Reyers Laat’ en in actualiteitsprogramma’s op radio en televisie. De paar verzetshaarden van zurige critici die nog overblijven, hebben geen enkele impact meer. Het zijn roependen in een steeds groter wordende woestijn.

Talent

En dan ben ik eigenlijk nog het belangrijkste, meest evidente vergeten : al die films zijn natuurlijk gemaakt door gedreven, getalenteerde mensen, voor en achter de camera, die nu de (relatieve) luxe hebben te kunnen werken in een omgeving waar de echte pioniers – Robbe De Hert, Harry Kümel, Roland Verhavert, Guido Henderickx, Patrick Lebon, de voorvechters van de intelligente publiekscinema van de jaren ’70 en ’80 – alleen maar van konden dromen, maar die zij wel mee mogelijk hebben gemaakt.

Kortom : the future’s so bright, we have to wear shades.

 

(De auteur is filmregisseur, presentator en mediafiguur.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.