IJsland wil geen lid van de EU worden - Dirk Van Zundert

“Dit is hoe democratie werkt.” Dat zei de IJslandse minister van Buitenlandse Zaken, Gunnar Bragi Sveinsson, in juni vorig jaar. Hij deed die uitspraak tijdens zijn eerste officiële buitenlandse reis, en die had – niet toevallig – Brussel als bestemming. Sveinsson kwam de Europese Commissie namelijk melden dat zijn land de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie zou opschorten. Na de verkiezingen van april vorig jaar was een nieuwe, centrumrechtse regering aangetreden. En die hield de blik niet meer zo sterk op Europa gericht als de vorige, centrumlinkse coalitie die uit de financiële crisis van 2008 ontstaan was.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

De onderhandelingen met de EU waren dus al in juni vorig jaar opgeschort. En vorige week vrijdag besliste de IJslandse regering om nog een stap verder te gaan: IJsland wil gewoon niet langer lid worden van de EU. Het referendum over Europees lidmaatschap dat voor de komende maanden gepland was, is tegelijk ook van de baan. IJsland is het eerste land dat ooit zo dicht bij EU-lidmaatschap stond en dan toch zelf nog beslist dat het niet meer hoeft.

Even opfrissen…

Oktober 2008. De financiële wereld in de Verenigde Staten davert op zijn grondvesten. U herinnert zich dat nog wel. Lehman Brothers en zo. Wij kregen er in België trouwens ook ons deel van. Maar in IJsland waren de problemen, alle verhoudingen in acht genomen, zo mogelijk nog groter. De drie grote banken (Kaupthing, Glitnir en Landsbanki) hadden sinds hun privatisering een paar jaar eerder een explosief groeibeleid gevolgd, wereldwijd, en ze vertegenwoordigden een kapitaalmassa die 11 maal groter was dan het bruto binnenlands product (bbp) van het land. 11 maal… En toen gingen ze finaal over de kop.

Jammer, maar helaas…

Dat was één van de vroegste reacties van de IJslandse regering ten aanzien van buitenlandse schuldeisers. Terugbetaling van de verloren gegane spaartegoeden – vooral op rekeningen in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en in mindere mate in de Verenigde Staten – was uitgesloten, zo luidde de mededeling van de IJslanders. Vergoeding van die spaartegoeden zou de staatsschuld van IJsland in één klap doen stijgen van pakweg 40 procent van het bbp naar – hou u vast! – bijna 1.200 procent. Ter vergelijking: de Belgische staatsschuld kietelt de 100 procentgrens en staat al bekend als problematisch hoog. Dus 1.200 procent is bijna niet te repareren.

Zo. En dan nu de rest…

Door de buitenlandse claims aan de kant te schuiven kon de IJslandse overheid zich concentreren op het oplossen van de binnenlandse problemen. Want die waren er ook. De werkloosheid bv. steeg van om en bij de 3 procent van de beroepsbevolking naar meer dan 9 procent. De IJslandse munt, de krona, was plots bijna 2,5 keer minder waard, waardoor alle ingevoerde goederen – en zowat alle verbruiksgoederen in IJsland moeten ingevoerd worden – met eenzelfde factor duurder werden. De consumptie van niet-levensnoodzakelijke goederen viel ongeveer stil. De economie van het land sputterde. De inflatie liep in 2009 op tot 18 procent. Veel IJslanders hadden leningen lopen in vreemde valuta, omdat dat ten tijde van de sterke krona interessant was. Nu kregen ze de weerbots en veel gezinnen zagen hun leninglast verdubbelen of verdrievoudigen. Er deden zich heel wat familiale drama’s voor.

Wat nu gedaan?...

Om dat laatste probleem te verhelpen hernationaliseerde de regering de banken. De gezinnen en bedrijven kregen uitstel van betaling voor (een deel van) hun schulden en in sommige gevallen zelfs kwijtschelding. Ondanks de zware financiële problemen hield de regering de tewerkstelling in de overheidssector op peil en de sociale sector werd nog versterkt. Het gevolg was dat er binnenlands geen sociaal bloedbad aangericht werd. De koopkracht van de IJslanders zakte wel aanzienlijk, maar bleef toch nog op een behoorlijk peil.

Elk nadeel hep se foordeel…

De uiterst zwakke krona maakte export vanuit IJsland naar de rest van de wereld wel goedkoop. De drie grote economische sectoren van het land – industrie (vnl. aluminiumsmelterijen), visserij en toerisme – konden van deze gunstige omstandigheden profiteren en moesten dus niet veel terrein prijsgeven, in sommige gevallen zelfs integendeel. De export van aluminium en vis, en de waardevolle vreemde valuta die de toeristen meebrachten, waren in IJsland zelf letterlijk veel geld waard.

Klop, klop, klop…

In de chaotische toestand van 2008 en 2009 voelden de IJslanders en hun politici zich begrijpelijkerwijs erg kwetsbaar. De centrumlinkse regering die aan de macht kwam na verkiezingen in 2009, besliste om ruggensteun te zoeken bij de Europese Unie, door een formele aanvraag in te dienen om lid te worden van de EU. Omdat IJsland al lid was van de Europese Economische Ruimte, gingen de toetredingsonderhandelingen op zich redelijk vlot. Ze hadden zelfs vlotter kunnen gaan, mocht de publieke opinie in het land de laatste jaren niet gaandeweg verschoven zijn van pro naar contra EU-lidmaatschap. Het feit dat de economie ook zonder EU aardig stand hield en de schrik om sterke beperkingen te moeten slikken in verband met visvangst deden bij velen de mening omslaan. Het onderhandelingstempo vertraagde, om met de nieuwe, centrumrechtse regering volledig stil te vallen. En nu is dus beslist dat IJsland níét het 29ste EU-land zal worden.

It’s the economics, stupid…

Ook al is er natuurlijk meer te zeggen. IJslanders zijn namelijk “eilanders” en die geven op het vlak van aansluiting bij grotere gehelen wel vaker blijk van bindingsangst, zo luidt vaak een psychologische verklaring. Het is moeilijk hard te maken, maar het is wel te begrijpen. Als je merkt dat je op eigen kracht uit het dal kan kruipen, waarom je dan allerlei gedoe en verplichtingen op de hals halen die gepaard gaan met een toetreding tot de EU? En als je dan kijkt naar het beleid dat de EU gevoerd heeft (en nog steeds voert) ten aanzien van probleemlanden zoals Griekenland, Spanje, Portugal… met alle sociale drama’s die er het gevolg van zijn, dan heb je als IJslander snel je keuze gemaakt.

Het stemhokje…

Die keuze moesten ze eigenlijk formeel nog maken, in het stemhokje, in een referendum. Maar dat referendum zal er dus niet meer komen. Tot onvrede overigens van een minderheid van de IJslanders (voorstanders van de EU?) die de resultaten van recente opiniepeilingen naast zich neerleggen en een referendum blijven eisen. Met betogingen voor het parlementsgebouw in Reykjavik. Ook dat is hoe democratie werkt, natuurlijk.

(De auteur is VRT-journalist)