Meest recent

    Drie jaar opstand tegen Assad in Syrië

    Vandaag is het drie jaar geleden dat de Syrische bevolking op straat kwam om hervormingen te eisen van het regime-Assad. De bloedige repressie daarvan leidde later tot een burgeroorlog zonder einde.

    In het spoor van het Arabische volksprotest in Tunesië, Libië en Egypte kwamen drie jaar geleden ook groepjes Syriërs op straat om hervormingen te eisen. Dat was het geval in de zuidelijke stad Deraa nabij de grens met Jordanië en in een wijk van de hoofdstad Damascus.

    Traditiegetrouw sloeg het regime bikkelhard terug en werden betogers opgepakt en gefolterd. Sommigen onder hen waren kinderen die enkele slogans op een muur hadden gespoten.

    De eisen waren nog niet eens zo radicaal en sloegen veelal op hervormingen die president Bashar al-Assad had beloofd toen hij in 2000 zijn vader Hafiz al-Assad was opgevolgd, maar die nooit of slechts gedeeltelijk waren uitgevoerd.

    De brutale repressie, die ook leidde tot de dood van een aantal betogers, bracht de verontwaardiging naar een kookpunt. De bevolking bleef ondanks het geweld op straat komen. De angst voor wrede repressie, al decennia een steunpilaar van het Baath-regime, was weg.

    AP2013

    Volksprotest werd burgeroorlog

    Terwijl het aantal slachtoffers steeg, namen de betogers al gauw ook het recht in eigen handen, vooral toen leden van de politie en het leger begonnen over te lopen naar de oppositie. Soldaten raakten onderling slaags en tegen de zomer van 2011 was er sprake van een heuse burgeroorlog in Syrië.

    Het verzet was vooral erg lokaal georganiseerd en er bestond weinig overkoepelende structuur. Wel werd een politieke raad van de oppositie opgericht en op het terrein groepeerden opstandige soldaten zich in het "Vrije Syrische Leger".

    Drie jaar later is het plaatje nog veel complexer geworden: de aanvankelijk seculiere oppositie heeft nu het gezelschap gekregen van islamistische groeperingen, waarvan sommigen zoals het Nusrat-front nauwe banden hebben met het terreurnetwerk Al Qaeda. Vanuit Irak heeft zich bovendien de extremistische soennitische militie "Islamitische Staat in Irak en Syrië" (ISIS) aangemeld, die intussen een oorlog binnen de oorlog uitvecht met andere rebellengroepen.

    Het leger van Assad controleert intussen nog ongeveer de helft van het land, vooral in het westen en het centrum. Het noorden en oosten van Syrië zijn in handen van diverse rebellengroepen.

    AP2014

    Impasse op het geostrategische schaakbord

    De oorlog in Syrië heeft ook gevolgen voor de internationale relaties. Rusland, China en Iran steunen het regime van hun bondgenoot Assad en Moskou heeft zelfs wat marinefaciliteiten in de Syrische havenstad Tartoes.

    Het Westen en de soennitische Arabische landen trekken de kaart van de oppositie of delen daarvan. Naarmate extreem-islamitistische groepen actief worden in het verzet, is het enthousiasme en vertrouwen van het Westen in de rebellen echter afgekoeld.

    De vrees dat terreurgroepen vaste voet zouden krijgen aan een oeverstaat van de Middellandse Zee is niet echt een aantrekkelijk vooruitzicht en in dat geval is het Assad-regime het minste kwaad.

    Even erg is de dreiging dat het conflict in Syrië dreigt over te slaan naar de buurlanden waar soennieten en sjiieten met getrokken messen tegenover elkaar staan, vooral dan naar het erg verdeelde Libanon en Irak, waar de soennitische ISIS een opstand probeert uit te lokken tegen door sjiieten gedomineerde regering.

    Een ander aspect is de vrees dat de grote voorraad chemische wapens van het regime in handen van Hezbollah of terreurgroepen zou vallen. Die voorraad wordt intussen ontmanteld, maar dat zal ten vroegste tegen de zomer achter de rug zijn.

    Twee vredesconferenties in Genève zijn totaal mislukt. De kloof en de haat tussen het regime en de diverse rebellengroepen blijken  vooralsnog te groot.

    AP2013