"De vraag hoe onderwijs moet zijn, is geen kwestie voor de overheid"

"De overheid doet alsmaar meer aan bevoegdheidsuitbreiding, en daar moet een einde aan komen", stelt Mieke Van Hecke, nog tot eind augustus aan het hoofd van het katholiek onderwijs. Tijdens de voorstelling van het memorandum van het VSKO (het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs) kon Van Hecke dat punt niet stevig genoeg benadrukken. Dit, en twee andere principiële punten, vormden voor het katholiek onderwijs de aanzet tot "tien speerpunten voor het onderwijsbeleid van de toekomst", voor de Vlaamse regering.

"De vraag hoe onderwijs moet zijn, is geen kwestie voor de overheid", beklemtoonde Van Hecke. "De netten houden zich bezig met die vraag, de overheid met de wat-vraag." Behalve dat principiële punt vraagt het VSKO ook respect voor hun rol als middenveldspeler. "Bepaalde elementen in de samenleving zijn gekant tegen inspraak vanuit het middenveld", hekelde Van Hecke. "Het derde punt is dat we verantwoording willen afleggen voor onze beslissingen en verantwoordelijkheid willen opnemen om met het beleid gesloten akkoorden te verdedigen bij onze achterban."

Uit die drie principiële punten vloeien de tien VSKO-speerpunten voort. Eerste punt is de onderwijsinfrastructuur. "We weten dat de middelen beperkt zijn. Maar om eindelijk een serieuze aanvang te nemen om de wachtlijsten weg te werken, is een recurrente input van een extra 120 miljoen euro noodzakelijk", zegt Ann Verreth, secretaris-generaal van het VSKO. Dat het katholieke net hamert op haar autonomie is, in navolging van het eerste principiële punt, geen verrassing. "We vragen de overheid vertrouwen te hebben in schoolbesturen, directies en schoolteams en hen aan te spreken op hun resultaten", klinkt het.