De Duitse opmars werd gestuit aan de Marne

Nadat het Duitse keizerlijke leger heel augustus 1914 de geallieerde troepen doorheen België en Noord-Frankrijk voor zich uit had gedreven, werd die opmars abrupt gestuit aan de rivier de Marne. Dat vormde de Eerste Wereldoorlog om tot een loopgravenoorlog.

De Duitse oorlogsstrategie in 1914 was gebaseerd op snelheid. Net zoals in 1870 moest Frankrijk zo snel mogelijk verslagen worden door de omsingeling van Parijs. Daarna moest het gros van de troepen snel naar het oostfront om de Russen, bondgenoten van Frankrijk, daar terug te slaan.

Dat oorlogsplan van ex-stafchef generaal von Schlieffen verliep in augustus 1914 al niet erg vlot met de trager dan verwachte Duitse opmars doorheen België en Noord-Frankrijk. Begin september rukten de Duitsers op in de vallei van de Marne, een zijrivier van de Seine ten oosten van Parijs, en leek het doel -Parijs en de Franse capitulatie- binnen handbereik. De hele omsingeling via het westen van Parijs was echter nog veraf.

De snelle opmars van honderdduizenden Duitse troepen had echter geleid tot grote logistieke problemen inzake bevoorrading en verbinding en bovendien raakten de Duitse troepen verspreid over een grote oppervlakte, een typisch geval van "overstretching" van een leger. Anders dan in Duitsland was het Franse en Belgische spoorwegnet niet zo goed uitgebouwd en ook dat speelde parten.

In de snelle opmars naar de Marne was ook een opening gegroeid tussen twee Duitse legers en de Frans-Britse tegenstanders besloten daar een hevige aanval uit te voeren. Het was een alles--of-niets-spel dat de oorlog kon beslissen en er werden tienduizenden extra Franse troepen naar het front gevoerd met alles wat kon rijden, inclusief Parijse taxi's.

De slag begon op 6 september en duurde tot 12 september, toen de vooruitgeschoven Duitse troepen zich moesten terugtrekken om niet ingesloten te worden. Daarop viel het front terug tot de rivier Aisne waar de Duitsers zich begonnen in te graven. Het front in die buurt viel stil, maar de gevechten niet.

Was de Marne een keerpunt?

De Eerste Slag aan de Marne stopte Duitsland vlakbij Parijs en heeft wellicht Frankrijk gered. De prijs was hoog: meer dan 100.000 soldaten aan beide kanten verloren het leven. De Franse en geallieerde propaganda had eindelijk iets om zich aan op te trekken en speelde "het wonder van de Marne" wonderwel uit.

Er wordt gezegd dat de Duitse stafchef generaal Helmut von Moltke keizer Wilhelm II na de Marne gezegd heeft dat de oorlog verloren was. Dat is wellicht een mythe en Duitsland was nog lang niet uitgeschakeld, maar een snelle overwinning was nu wel buiten bereik. Anders dan in 1870 stond Frankrijk nu niet alleen, maar had het bondgenoten in België, Groot-Brittannië en Rusland.

Bovendien zat Duitsland nu opgescheept met een oorlog op twee fronten, net dat waar de voormalige kanselier en strateeg Otto von Bismarck in de 19e eeuw voor gewaarschuwd had.

Na de Marne viel de oorlog overigens niet stil. De aandacht van de Duitse keizerlijke staf verschoof naar een nieuw doelwit: de controel over de Kanaalhavens om Groot-Brittannië zo af te snijden van zijn bondgenoot Frankrijk. In dat scenario kwamen ook de Belgische kust en het Belgische leger, verschanst in Antwerpen, opnieuw in het Duitse vizier.