België neemt prominent deel aan project voor terugkerend ruimtetuig

België neemt prominent deel aan een ambitieus project van het Europees Ruimtevaartbureau ESA om een ruimtetuig te lanceren dat autonoom naar de aarde terugkeert. Indien de voor oktober voorziene test met de IXV, dat een soort ongevleugeld vliegend strijkijzer is, slaagt, betekent dit een wereldprimeur, zo heeft ESA-programmadirecteur Giorgio Tumino op een presentatie bij ruimtevaartbedrijf Thales Alenia Space in Turijn gezegd.

De IXV wordt door een lichte Europese Vega-draagraket vanop Kourou in Frans-Guyana gelanceerd, waarbij de nieuwe raket voor het eerst equatoriaal lanceert. Eenmaal op 320 km los, maakt het tuig een suborbitale vlucht tot op 450 km hoogte, om na ongeveer 1 uur 40 minuten en 32.800 km aan een valscherm neer te plonsen in de Stille Oceaan. Daar wacht een bergingsschip het teruggekeerde tuig op.

Het experimentele ruimtetuig vliegt volledig autonoom, de vluchtleiding in Turijn stuurt geen enkel commando. De IXV is vijf meter lang, 1,5 meter hoog en 2,2 m breed. Het gewicht bedraagt , volgetankt, bijna twee ton.

Het programma kost, alles inbegrepen, ongeveer 170 miljoen euro. Zeven landen nemen primair deel, waaronder België dat voor ongeveer tien procent participeert, aldus Tumino.

Sabca leverde de actuatoren (een soort hydraulische hefbomen) die de "flappen" besturen en die dezelfde zijn als voor de Vega. QinetiQ Space speelt een rol in de "avionics" en software. SAS is betrokken bij de "operaties" en het grondsegment. De Karolingische dochter van hoofdaannemer Thales Alenia Space werkte mee aan elektrische systemen op de grond en aan het elektronisch geheugen van het tuig zelf.

Volgens Tumino is de IXV een "fundamentele stap" indien ESA zou beslissen autonoom aan bemande ruimtevaart te doen (en wat het met het schrappen in 1992 van het in ontwikkeling zijnde ruimteveer Hermes niet meer kon doen). Maar het tuig opent ook de weg voor toepassingen zoals vluchten naar structuren in de ruimte zoals het ISS, robotexploratie van het heelal, servicebeurten voor satellieten (met inbegrip van het opruimen ervan), experimenten in gewichtloosheid en aardobservatie.

Het unieke van het concept is dat het een combinatie is "tussen de eenvoud van een capsule en de prestaties van een gevleugeld (ruimte)tuig om zeer precies te landen", beklemtoonde Tumino.