"Beter om fietsers nooit door rood te laten rijden"

Fietsers in bepaalde gevallen toestaan om door het rode licht te rijden, zet hen aan om dat ook te doen in verkeerssituaties waar het niet mag. Dat blijkt uit een onderzoek van de UHasselt dat is voorgesteld op het Fietscongres in Brugge.

In 2012 werd een nieuwe verkeersregel ingevoerd (verkeersborden B22 en B23) die fietsers toelaat om op bepaalde kruispunten door het rood te rijden om rechtsaf te slaan. Maar dit zet de fietsers ertoe aan om ook in situaties waar het niet is toegestaan, door het rood te rijden, zo blijkt uit een onderzoek van het Instituut voor Mobiliteit (IMOB) van de UHasselt.

"Dat kan leiden tot gevaarlijke situaties", zegt onderzoeker Tim De Ceunynck, die alle resultaten van de studie maandag presenteerde op het Fietscongres van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde in Brugge.

De wetenschappers voerden enquêtes uit bij 768 fietsers. Tim De Ceunynck: "Uit onze analyses blijkt dat de deelnemers die zich sterker bewust waren van de nieuwe regel, ook sterker geneigd waren om rechtsaf door het rode licht te fietsen op plaatsen waar dat niet was toegestaan."

Uit het onderzoek blijkt ook dat mannen, jongeren en mensen die vaker andere vormen van risicovol fietsgedrag vertonen (fietsen onder invloed van alcohol, mobiel bellen tijdens het fietsen, enzovoort) meer geneigd zijn om door rood licht te rijden waar dit niet mag.