De strijd aanbinden met de armoede

Nog altijd 15,3 procent van de Belgen leeft onder de armoedegrens. Een armoedebeleid blijft dus meer dan nodig. Hoe hebben de federale en Vlaamse regering het er de voorbije legislatuur vanaf gebracht?

De armoedegrens voor ons land bedraagt 1.000 euro per maand voor een alleenstaande en 2.101 euro per maand voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen (Europese cijfers 2011). Ruim 15 procent van de Belgen zitten onder die grens, voor alleenstaanden gaat het zelfs om 37,8 procent.

Maar armoede is meer dan een inkomensprobleem. Ze uit zich ook in moeilijkheden op het gebied van gezondheid, huisvesting, werk en sociale contacten. De aanhoudende economische crisis maakt het bovendien extra moeilijk om  de armoede terug te dringen, al wordt er op verschillende niveaus aan gewerkt.

Federaal Plan Armoedebestrijding

De armoedebestrijding in ons land is een kind met vele moeders. Zowel de Vlaamse als de federale regering en de lokale besturen zijn ervoor bevoegd en door de complexiteit van de problematiek zijn er telkens meerdere ministers bevoegd op hun terrein. De coördinatie in de Vlaamse regering berust bij Ingrid Lieten (SP.A) en op federaal vlak bij staatssecretaris Maggie De Block (Open VLD).

De federale regering heeft in 2012 een geactualiseerde versie van haar armoedeplan voorgesteld. Maggie De Block is verantwoordelijk voor de coördinatie over de verschillende federale beleidsdomeinen heen. Ze pleegt ook overleg met de gewesten, de gemeenschappen en de armoedeverenigingen. 

Haar beleidsprioriteiten daarbij zijn "het uitroeien van armoede bij kinderen, activering als wapen om uit de armoedecirkel te raken, een actief beleid door OCMW’s om armoede preventief de pas af te snijden en de strijd tegen sociale fraude, zodat de middelen kunnen gaan naar zij die ze echt nodig hebben".

Inzake kinderarmoede heeft De Block in juni vorig jaar een speciaal plan gelanceerd. Dat wil lokale overlegplatformen organiseren om de kinderarmoede proactief op te sporen. Er is 2 miljoen euro uitgetrokken om de projecten van 58 OCMW's uit te voeren.

De Block hecht ook veel belang aan een goede werking van de OCMW's en heeft daarom een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd die het mogelijk moeten maken dat de OCMW's zich meer met hun basistaken kunnen bezighouden.

Ze merkt ook op dat het leefloon en de inkomensgarantie voor ouderen in september vorig jaar met 2 procent gestegen zijn. Op het vlak van de gezondheidszorg is de derdebetalersregeling, waarbij de patiënt bij een dokter alleen het remgeld moet betalen, uitgebreid.

Ondanks deze maatregelen is de balans van de regering volgens critici eerder negatief. Zo zegt het Netwerk tegen Armoede dat de regering de voorbije jaren vooral - andere - maatregelen heeft genomen die mensen dieper in de armoede duwen. Enkele voorbeelden:

  • De versnelde verlaging van de werkloosheidsuitkeringen, waardoor die tot onder de armoedegrens zakken.
  • Het beperken van de inschakelingsuitkering (de vroegere wachtuitkering) tot drie jaar. Daardoor kunnen 30.000 tot 55.000 jongeren in de problemen komen.
  • De aanpassing  van het pro deo systeem waardoor de toegang tot justitie voor mensen met een laag inkomen moeilijker wordt gemaakt via het invoeren van een remgeld.
  • Ook de invoering van btw op de prestaties van advocaten creëert voor mensen die het moeilijker hebben een extra drempel.

Een Vlaamse topprioriteit

In het regeerakkoord van de Vlaamse regering werd armoedebestrijding uitgeroepen tot een topprioriteit. Dat werd vertaald in een Vlaams Actieplan Armoedebestrijding dat werd opgesteld in overleg met de Sociaal Economische Raad Vlaanderen (SERV) en Netwerk tegen Armoede. Enkele prioriteiten.

  • Invoering van de armoedetoets. Bij iedere regeringsbeslissing wordt nagegaan welke gevolgen die heeft voor mensen in armoede.
  • Automatische toekenning van rechten. Begin dit jaar is de eerste fase van de automatische toekenning van een school- of studietoelage van kracht geworden. Wie al eens een aanvraag indiende, wordt automatisch verwittigd.
  • Oprichting van het Vlaams Armoede Steunpunt (VLAS), dat alle wetenschappelijke kennis over armoede in Vlaanderen bundelt.
  • Meer dan 2.000 werk-welzijnstrajecten, om mensen in armoede te begeleiden naar werk, zijn opgestart of beëindigd. De jeugdwerkloosheid werd aangepakt via werk- inlevingsprojecten.
  • De oprichting van 23 Wijkgezondheidscentra.
  • Het stimuleren van de sociale woningbouw. Huurders die op de wachtlijst staan voor een sociale woning zullen voortaan recht hebben op een huurpremie na vier jaar in plaats van vijf.
  • Introductie van een Uitpas waardoor mensen in armoede aan culturele activiteiten kunnen deelnemen.
  • Aanpak van de kinderarmoede via lokale projecten en via een brede mobilisatie met een Kinderarmoedefonds.

Alhoewel al heel wat gerealiseerd werd, vindt het Netwerk tegen Armoede dat een aantal prioriteiten niet of onvoldoende gehaald werden om te kunnen spreken van een topprioriteit.

Zo is er geen verankering van de werk-welzijnstrajecten zoals beloofd en is er maar weinig Vlaams geld gegaan naar de  Wijkgezondheidscentra, die voor het merendeel al bestonden voor aanvang van de legislatuur. De automatische toekenning van de schooltoelage zal nog twee jaar op zich laten wachten en er is ook nog geen maximumfactuur voor het secundair onderwijs.

Het Netwerk merkt ook op dat het aantal Werkwinkels in Vlaanderen afneemt terwijl de druk om werk te zoeken alsmaar toeneemt. Ook werd de timing voor de bouw van 43.000 extra sociale woningen in Vlaanderen met drie jaar uitgesteld tot 2023.

Uit de ervaring van de voorbije jaren besluit Netwerk tegen Armoede dan ook dat het er bij de vorming van een nieuwe federale en Vlaamse regering op aan komt een duidelijk budget vast te leggen voor een aantal heel concrete zaken, omdat het zoeken van een draagvlak voor beslissingen rond armoedebestrijding tijdens de legislatuur zelf niet lukt.

lees ook