Hoeveel kost de hervorming van de kinderbijslag?

Door de zesde staatshervorming wordt kindergeld binnenkort een Vlaamse bevoegdheid. In de aanloop naar de verkiezingen komt elke partij naar buiten met een voorstel hoe ze de bijslag wil hervormen. Politici zijn namelijk al langer van mening dat het systeem eenvoudiger kan en anders moet. Maar niet elk voorstel is even haalbaar.

In 2013 werd in België ruim 6,2 miljard euro kindergeld uitbetaald door de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (RKW). De grootste hap uit dit budget - 3,4 miljard euro - was bestemd voor Vlaanderen.

Hoeveel krijgt Vlaanderen na de staatshervorming? De verdeelsleutel die bepaalt hoeveel geld precies naar de verschillende gemeenschappen gaat, houdt enkel rekening met het aantal 0 tot 18-jarigen in een gemeenschap. Met andere woorden: de socio-economische samenstelling van de gemeenschappen werd buiten beschouwing gelaten bij het bepalen hoeveel kinderbijslag de gemeenschappen zouden krijgen. .

Ook al zijn de precieze cijfers nog niet bekend, toch is nu al duidelijk dat die verdeelsleutel in het voordeel zal spelen van Vlaanderen. De RKW schat dat het budget voor bijslag voor onze gemeenschap zal stijgen met 83 miljoen euro.

“Er zijn dus zeker mogelijkheden voor nieuwe regelingen”, zegt Tania Dekens, administrateur-generaal van de RKW. “Bovendien zijn extra besparingen mogelijk, bijvoorbeeld op de schoolpremie - een éénmalig bedrag dat in juli aan ouders wordt uitbetaald. Die bedraagt jaarlijks 80 miljoen euro. Dat zou het budget nog groter kunnen maken. Waar precies zal bespaard worden, hangt uiteraard af van politieke keuzes.”

Er is dus beperkte ruimte voor hervormingen. Grofweg: voorstellen die tot 160 miljoen extra per jaar kosten zijn haalbaar. Dat komt neer op een extra ruimte van 13,3 miljoen per maand.

Scenario één: omkering van de kinderbijslag

Gwendolyn Rutten (Open VLD) stelde in januari 2013 voor om het huidige systeem van de kinderbijslag om te keren. Het huidige systeem ziet er zo uit:

In het voorstel van Open VLD zou het eerste kind bij geboorte dus 249,41 euro krijgen. Het tweede zou recht geven op 167,05 euro, en het derde op 90,28 euro. Rutten stelde deze maatregel voor om tegemoet te komen aan de “nieuwe samenstelling van gezinnen”. Er zouden namelijk tegenwoordig - in tegenstelling tot in het verleden - meer gezinnen zijn met slechts één of twee kinderen, zonder voornemen om verder uit te breiden.

Om te weten hoeveel het voorstel van Open VLD precies zou kosten, kijken we even naar de samenstelling van gezinnen in Vlaanderen. Als één- en tweekindgezinnen in de meerderheid zijn, dan zou het Open VLD-voorstel namelijk voor een drastische stijging van het budget zorgen. De verdeling van gezinnen in Vlaanderen ziet er als volgt uit:

Wat blijkt? Eén- en tweekindgezinnen maken 81 procent uit van het totaal aantal gezinnen. Indien we het voorstel van Open VLD uitvoeren - een pak meer geld voor het eerste kind - gaat dit noodgedwongen gepaard met een toename van het budget voor het kindergeld.

Het Centrum voor Sociaal Beleid berekende eind vorig jaar dat een dergelijke omkering het budget zou doen stijgen tot 4,248 miljard euro. Het voorstel van de liberalen kost dus jaarlijks 800 miljoen meer dan de huidige middelen toelaten. Maandelijks komt dit neer op 66 miljoen euro. Daar is geen ruimte voor.

Als we het voorstel toch behouden - een omkering - én het budget gelijk houden, dan gaan de bedragen voor alle kinderen naar beneden. Het eerste kind zou dan maximaal nog maar 165,54 euro krijgen, het tweede kind zou recht hebben op 110,87 euro en het derde kind op 59,92 euro. Een dergelijk scenario is mogelijk, maar leidt er volgens het Centrum voor Sociaal Beleid toe dat het armoederisico voor gezinnen met drie of meer kinderen stijgt van 11,4 naar 14,2 procent.

Conclusie: een omkering van het bestaande systeem leidt ertoe dat het bestaande budget met ongeveer 800 miljoen euro per jaar of 66 miljoen per maand overschreden wordt. Het is in tijden van crisis twijfelachtig dat zo'n uitbreiding van het budget er zal komen. Indien we het budget gelijk houden én we de bestaande regeling omkeren, stijgt het armoederisico voor grote gezinnen.

Scenario twee: gelijkschakeling van de kinderbijslag

SP.A, Groen, CD&V en N-VA doen een ander voorstel. Ze vinden dat ieder kind, onafgezien van hun rangorde in het gezin of het statuut van de ouders, recht heeft op evenveel kinderbijslag. Ook Vlaams Belang doet een voorstel in deze richting.

Wat moet dit kosten? Dat hangt af van het basisbedrag dat de partijen hanteren. SP.A suggeert een minimaal basisbedrag van 130 euro voor elk kind. Vlaams parlementslid Lies Jans (N-VA) noemde een bedrag van 170 euro.

CD&V heeft nog geen precieze cijfers bekendgemaakt. We gaan in onze simulaties uit van het voorstel dat Vlaams parlementslid Sonja Claes (CD&V) eind vorig jaar deed. Volgens haar zou elk kind het basisbedrag van het tweede kind moeten krijgen. Dat is momenteel 167,05 euro.

Opvallend is het voorstel van Vlaams Belang: de partij wil 250 euro voor de eerste drie kinderen en 90 euro vanaf het vierde kind.

Groen stelt dan weer een heel laag basisbedrag voor: 90,28 euro. Daar staat wel tegenover dat dit basisbedrag enkel geldt voor de tien procent hoogste inkomens. Naarmate het gezinsinkomen daalt, stijgt de bijslag voor elk kind.

Ook de Gezinsbond - vroeger bekend als de Bond voor Grote en Jonge gezinnen - staat op dezelfde lijn als de meeste partijen. De Bond wil een gelijk basisbedrag voor elk kind van 158 euro.

Gelijkschakeling van kinderbijslag aan huidig budget

We berekenden eerst hoeveel elk kind kan krijgen indien elk kind evenveel krijgt én het huidige budget constant gehouden wordt. We berekenden dat een dergelijk scenario elk kind recht zou geven op maximaal 133,59 euro.

Er is budgettaire ruimte voor elk voorstel dat minder dan 13,3 miljoen extra kost. Ook belangrijk om op te merken: op dit moment wordt in onze eigen berekeningen geen rekening gehouden met de eventuele sociale toeslagen die partijen voorstellen.

Aangezien het voorstel van Groen bijna alle kinderbijslag wil bepalen op basis van inkomen, was het voor ons onmogelijk te berekenen wat hiervan de kostprijs zou zijn. Het Centrum voor Economische Studies van de KU Leuven berekende in onze plaats dat dit voorstel voor een besparing van 42 miljoen zou zorgen op jaarbasis of 3,5 miljoen euro per maand.

Het voorstel van de SP.A - een basisbedrag van 130 euro - komt erg dicht in de buurt van ons berekende maximumbedrag. Momenteel hebben ongeveer 1,5 miljoen kinderen in Vlaanderen recht op kindergeld. Het SP.A-voorstel zou dus - zonder een extra voor sociale toeslagen - leiden tot een kleine besparing van 5,4 miljoen euro per maand.

Het voorstel van de gezinsbond kost al gauw 42 miljoen euro extra per maand. De voorstellen van CD&V en N-VA komen neer op een overschrijding van het bestaande budget met ongeveer 50 miljoen euro per maand. Het voorstel van Vlaams Belang kost minstens 174,6 miljoen meer dan het huidige budget. De Bond en de drie partijen zouden dus elders op zoek moeten gaan naar extra geld.

Tussentijdse conclusie: de voorstellen van de Gezinsbond, CD&V, NV-A en Vlaams Belang zijn niet haalbaar binnen het huidige én toekomstige budget. Het voorstel van SP.A - 130 euro per kind - komt heel dicht in de buurt van wat we zelf berekenden. Het voorstel zou - zonder rekening te houden met sociale toeslagen - zelfs neerkomen op een bescheiden besparing.

Maar voor er definitieve conclusies kunnen worden getrokken, moeten we één van de gevolgen van een eventuele gelijkschakeling van dichterbij bekijken. Namelijk: maakt een gelijkschakeling grote gezinnen armer? Bestaan er in de haalbare plannen compensaties voor deze gezinnen?

lees ook