Ruim helft Belgen doet zelden of nooit aan sport

Meer dan drie op de tien Belgen doen nooit aan sport. Ruim één op de vijf waagt zich maar zelden aan lichamelijke oefeningen of sport. Die cijfers staan in een nieuw onderzoek van de Europese Commissie. Het aandeel Belgen dat regelmatig sport, is sinds 2009 gezakt van 16 naar 10 procent.

Alles wel beschouwd doen de Belgen het beter dan de gemiddelde Europeaan. Maar liefst 42 procent van de EU-burgers sporten nooit. Met 31 procent zit België daar nog een eind onder, maar het betekent wel een stijging met 3 procent in vergelijking met 2009. De nieuwe cijfers werden verzameld tussen november en december 2013.

Uit de enquête moet blijken dat de Europese mannen op het vlak van beweeglijkheid iets beter scoren dan de vrouwen. Op de vraag of ze minstens één keer per week sporten, antwoordde 45 procent van de mannen positief, tegenover 37 procent van de vrouwen. Tegelijk zegt 37 procent van de mannen nooit te sporten, bij de vrouwen loopt dit op tot 47 procent.

Verklaringen voor deze kloof worden in de Eurobarometer niet aangereikt. Het is wel duidelijk dat het verschil tussen de geslachten het grootst is bij de jongeren: hoe ouder ze worden, hoe kleiner het verschil in beweeglijkheid wordt tussen mannen en vrouwen.

Gevraagd hoe vaak ze andere fysieke activiteiten doen, zoals fietsen, dansen of tuinieren, was 'nooit' het antwoord bij 20 procent van de Belgen. Meer dan de helft (55 procent) beweegt regelmatig of "met enige regelmaat", één op de vier Belgen beweegt zelden.

De meeste Belgen (41 procent) zitten elke dag tussen 2,5 en 5,5 uur neer. Zeventien procent zit minder dan 2,5 uur, 30 procent tussen 5,5 en 8,5 uur, 12 procent meer dan 8,5 uur.