Een collectieve biecht van justitie - Van Steenbrugge

Het stof dat het boek van Douglas De Coninck - over onterecht veroordeelde mannen voor een moord - deed opwaaien, zal - vermoed ik - weer snel gaan liggen. Wanneer zal justitie eigen fouten toegeven en processen makkelijker laten herzien?

De burger is vertrouwd geraakt met rechtbankuitschuivers, is nauwelijks nog verontwaardigd bij schendingen van mensenrechten en conformeert zich aan de foutenmarge van het justitiële werk, want des mensen. Meer aandacht voor de naakte rug van Elio dan voor Vrouwe Justitia met de billen bloot.

Deze onverschilligheid is nochtans zeer verontrustend omdat de democratie in de Rechtsstaat er alle belang bij heeft dat disfuncties worden aangeklaagd om de menselijke schade die ze aanrichten te stoppen.

Vanuit Justitie zelf mag niet veel heil verwacht worden. Zelfreflectie en zelfkritiek zijn er even schaars als onafhankelijke evaluaties van het gepresteerde werk. Op een eerder ingenomen standpunt of oordeel terugkomen is al helemaal uit den boze, want dit leidt tot gezichts- (lees: machts-) verlies.

Dat er in Nederland (zoals overigens ook in het Verenigd Koninkrijk) een grotere soepelheid wordt gehanteerd bij een herziening van een strafproces, mag geen verwondering wekken. Het rigide denken, een stugge mentaliteit en het hoofse geknik zijn daar minder aan de orde. Het mag evenmin verbazen dat men zich in Nederland een hoedje schrikt als je hen zegt dat hun zuiderburen zelfs geen beroepsprocedure kennen voor de juryrechtspraak, die nochtans de zwaarste misdaden berecht.

1 + 1 = ?

De auteur van het boek “14 jaar onschuldig in de gevangenis” legt, terecht, vele accenten op het foutgelopen onderzoek in de zaak van de gebroeders Gottschalk. De onderzoeksfase is immers allesbepalend voor het latere strafrechtelijk parcours. Het is te gek voor woorden dat op vandaag één onderzoeksrechter, bijgestaan door één enkele griffier, zowat het volledige en bijzonder complexe gamma aan misdrijven dient te kennen en te beheersen om het onderzoek optimaal en dus foutloos te laten verlopen. Er is niet alleen de variëteit aan soorten misdrijven, maar er zijn ook de honderden procedurele voorschriften die moeten nageleefd worden.

Wat weerhoudt de wetgever ervan om stante pede meer domeinspecialisten toe te wijzen aan deze onderzoeksmagistraten om de maatschappij en de slachtoffers te kunnen beschermen en de verdachten een eerlijk proces te garanderen?

Macht en controle

In plaats van in die richting te evolueren en deze specialisten in te zetten om zo de vele mogelijkheden die de forensische en gedragswetenschappen bieden, aan te wenden in het strafonderzoek - wat leidt tot een betere opsporing, maar ook tot een beter inzicht dienstig voor een latere behandeling en re-integratie van de veroordeelde - , wordt vandaag compleet de andere kant opgereden. Bewijs daarvan is dat als een onderzoeksrechter zich wil laten adviseren door een deskundige, deze laatste pas vele jaren later betaald wordt voor de bewezen diensten. Als men dan nog weet dat tijdens de onderzoeksfase de werkzaamheden in het geheim verlopen en er heel weinig mogelijkheden bestaan voor het slachtoffer of de verdachte om tegenspraak te plegen, dan is het onderzoek een soort van kansspel.

Al helemaal onfris is de gedachte dat vele, zeer verregaande technieken in handen worden gegeven van de politie, met nauwelijks of geen controle van dit politiewerk. Dan wordt de deur opengezet voor misbruik. Want wie macht bezit, en niet gecontroleerd wordt, is gevaarlijk.

Het is de logica zelve dat onvolkomen onderzoeken later niet tot voldragen vonnissen kunnen leiden, vermits de bodemrechter onvoldoende weet waar de oorzaak van het deviante gedrag ligt en geen tips krijgt hoe je best op mensenmaat straft. Gebrek aan advies en inzicht in de oorzaken van deviant gedrag kunnen dan uiteraard geen kering brengen in hoge recidivecijfers.

Collectief falen

In de assisenzalen, of zeg ik de schouwtoneelzalen, dreigt de schade nog groter. In België geldt het vrije bewijsrecht, waardoor vermoedens kunnen volstaan voor een veroordeling. Dit betekent ook dat er door vaak slecht uitgevoerde onderzoeken te veel twijfel rijst, waardoor schuldigen worden vrijgesproken. De hervorming van Justitie moet veel dieper gaan dan de herleiding van het aantal gerechtelijke arrondissementen, hetgeen overigens, en dat viel te verwachten, in bepaalde korpsen nog aanleiding zal geven tot wat bloedvergieten (hopelijk niet letterlijk te nemen).

Een goed werkend controleapparaat moet geïnstalleerd worden, zodat alle machthebbende rechtsprekende instituten - ook en vooral het Openbaar Ministerie - geaudit worden, de politiekorpsen geen vrijbrief krijgen bij hun politioneel werk en de opleidingen - niet in het minst ook voor advocaten - fel verbeterd worden. In datzelfde hervormingsproces moeten meer middelen ingezet worden: het menselijk kapitaal moet worden uitgebreid en de IT-mogelijkheden uiteindelijk ingezet.

Eerst een collectieve biecht dus, van alle actoren die een rol spelen binnen het strafproces, voor het collectieve falen. “Errare humanum est, perseverare diabolicum.”

(Walter Van Steenbrugge is strafpleiter.)
 

lees ook