Pluimveehouders vrezen oneerlijke concurrentie uit de VS

In Brussel hebben onder meer de pluimveehouders betoogd tegen mogelijke oneerlijke concurrentie uit de VS. In Europa en Amerika gelden immers verschillende regels voor landbouwers. In Amerika zijn genetisch gemanipuleerde maïs en soja toegelaten als dierenvoeder, in Europa niet. Europa is ook strenger qua dierenwelzijn, en bescherming tegen ziektes.

De productiekosten in de Verenigde Staten liggen veel lager dan bij ons, zeggen onder meer de pluimveehouders. Ze vinden dat Europa hen niet mag blootstellen aan concurrentie met Amerikaanse boeren.

"Dit is oneerlijke concurrentie", zegt pluimveehouder Erik Van Meervenne. "Zij hebben op verschillende vlakken voordeel. Zij beschikken over (genetisch gemodificeerde) ggo-granen, hebben andere normen voor dierenwelzijn, en de sanitaire voorwaarden zijn totaal anders." Concreet betekent dit laatste: minder streng in de VS, en veel strenger bij ons. Zo moeten pluimveehouders in Europa maatregelen in acht nemen vooraleer ze nog maar hun stallen kunnen binnengaan: andere kleding, ander schoeisel en handen wassen.

Tweewekelijkse controles op stalen, om te checken op de aanwezigheid van salmonella of vogelgriep, kosten hen ook geld. Bij een positief geval moeten dieren worden vernietigd, en lijden ze zware schade. In de VS hoeven die controles niet. Daar worden de kippen in het slachthuis ontsmet met een chlooroplossing, maar dat mag in Europa niet.

Pluimveehouders vrezen dat Europa als gevolg van een handelsakkoord met de VS, in de toekomst de Amerikaanse kippen zal moeten toelaten. Maar ook varkens- en rundveehouders zijn bang voor Amerikaanse concurrentie, omdat hier in Europa nu eenmaal volgens andere normen en standaarden moet worden geproduceerd.