Een primeur voor België: "Rekening14"

In deze bijdrage schetsen we de krijtlijnen van het project "Rekening14", een gezamenlijk initiatief van professoren van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van KU Leuven, de VRT, De Tijd en De Standaard waarbij we de verkiezingscampagne in zo vergelijkbaar mogelijke cijfers gieten. De publieke discussie hierover de voorbije weken bewijst dat dit een fikse uitdaging wordt. De resultaten van deze berekeningen worden in mei bekendgemaakt.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Een primeur voor België, die door de politieke en academische wereld met argusogen wordt gevolgd en veel vragen zal oproepen. André Decoster, Luc Sels en Toon Vanheukelom, allen verbonden aan de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KULeuven, proberen die vragen nu al te beantwoorden.

Met ‘Rekening14’ begeven we ons – voor België – op onbekend terrein. Het project wordt een hele uitdaging. Daarom willen we hier duidelijk maken wat we precies zullen doen ¬ en wat we niet zullen doen.
Alle Vlaamse partijen hebben zich ingeschreven in de kerndoelstelling van ‘Rekening14’: vergelijkbare en betrouwbare cijfers aanleveren over weloverwogen, deelaspecten van de partijprogramma’s. Dit zal toelaten echt relevante verschillen tussen partijprogramma’s beter in de verf te zetten, en het debat over onderliggende maat¬schappelijke keuzes beter te focussen.

Wat berekenen we?

Om betrouwbare resultaten voor te leggen blijven we bij onze leest en gebruiken we modellen die we zelf in Leuven ontwikkeld hebben en waar we gespecialiseerd in zijn. Het zijn rekenmodellen die precies in kaart brengen wat maatregelen in de sfeer van belastingen en sociale zekerheid betekenen voor duizenden verschillende personen en gezinnen. Door het detail van onze berekeningen kunnen we bijvoorbeeld nagaan of de effecten verschillend zijn voor enerzijds een gezin met twee kinderen, waarvan beide jonge ouders hoogopgeleid zijn en aan het werk, en anderzijds voor een alleenstaande gepensioneerde die enkel leeft van haar uitkering, maar wel al de woning heeft afbetaald. We beperken ons daarbij niet alleen tot het effect op het beschikbaar inkomen (hoeveel euro wint of verliest iemand per maand). We kunnen ook de vraag beantwoorden of een maatregel de prikkel om al dan niet te werken beïnvloedt (de fameuze werkloosheidsval en de marginale belastingtarieven). En als we de effecten optellen voor alle gezinnen in België (of Vlaanderen), dan krijgen we ‘macrocijfers’ die ook op begrotingsvlak veel waarde hebben. Zo kunnen we precies vertellen wie wint of verliest bij een verandering van een bepaald fiscaal voordeel (de aftrekbare dienstencheques bijvoorbeeld, of de woonbonus), en hoeveel dat de overheid zou opbrengen of kosten. We doen dat op net dezelfde manier als de Hoge Raad van Financiën die in het jaarlijkse parlementaire document de kost van de fiscale uitgaven in kaart brengt.

Bij dit alles is de vergelijkbaarheid over de partijen een van de belangrijkste troefkaarten, Alle partijen stellen veranderingen in de personenbelasting voor. Alle partijen formuleren voorstellen over de belangrijkste fiscale uitgaven (zoals de woonbonus). Alle partijen hebben een mening over de wenselijkheid van een BTW-verhoging of over wat ze gaan doen met de kinderbijslag. Welnu, door de effecten van deze voorstellen uit te rekenen met hetzelfde model voor alle partijen maken we de resultaten veel transparanter en meer vergelijkbaar dan nu het geval is.

Wat berekenen we niet?

Onze modellen zijn sterk voor alles wat met sociale zekerheid en belastingen op gezinnen te maken heeft (zowel personenbelasting, als BTW en accijnzen). Maar ze zijn natuurlijk beperkt door de onderliggende gegevens. We hebben geen betrouwbare informatie over de roerende inkomsten, laat staan over het vermogen van individuele personen of gezinnen. Niemand heeft die trouwens. Dus kunnen we een voorstel tot vermogensbelasting niet op dezelfde manier doorrekenen als een voorstel tot nieuwe kinderbijslagregeling. Is dat jammer? Natuurlijk wel. Maar maakt dat onze andere resultaten waardeloos? Natuurlijk niet. Ten eerste vormen de deelaspecten die we wél in kaart kunnen brengen het leeuwendeel van de overheids¬inkomsten. En aan de uitgavenzijde spelen uitkeringen in de sociale zekerheid gegarandeerd een rol in de electorale discussies. Ten tweede zullen we voor de zaken die we niet kunnen doorrekenen wél becommentarieerde vergelijkingen maken van de voorstellen van de verschillende partijen. Ook dat is waardevol: wat stellen partij A, B en C voor wat betreft de vennootschapsbelasting? Of inzake de besparingen op wedden en lonen van het overheidspersoneel? Of in het domein van de overheidsinvesteringen?

Soms heeft het geen zin dingen maar “half” te doen. Als je een brug bouwt over een rivier, zonder de laatste tien meter af te werken, dan heeft de hele constructie geen zin. Maar even vaak geldt dit niet. Stel: je kwam nog nooit in India en een vriend nodigt je uit om samen het land te bezoeken. Sla je dan het aanbod af omdat het slechts een reis van drie weken betreft en je in die tijdspanne onmogelijk ‘heel India kan doen’? Neen, zelfs al bezoek je maar één van de 28 staten, of zelfs enkel New Delhi, dan nog loont het de moeite. Na de – te korte, onvolledige - reis kijk je anders tegen India aan dan voorheen. Beter geïnformeerd. Weliswaar onvolledig, maar met meer nuance. Net zo kunnen noch willen wij de ‘volledige waarheid’ over de partijprogramma’s produceren. Maar we kunnen wel platitudes en grove onjuist¬heden bijsturen tot meer genuanceerde oordelen over zaken die vergelijkbaar zijn.

Waarom werken we niet met een macro-model?

Onze modellen laten niet toe om te berekenen in welke mate lagere belastingen, die leiden tot een hoger inkomen voor de gezinnen, de consumptie kunnen aanzwengelen, en daardoor eventueel ook de tewerkstelling en (via hogere sociale bijdragen en betaalde belastingen) de overheidsinkomsten vergroten. Dat is noch een vergetelheid, noch een nadeel, maar wel een bewuste keuze in onze modellen. Zoals John Kay in de Financial Times vorige week, verwijs ik daarbij graag naar de titel van het laatste boek van Alan Greenspan: ‘The Map and the Territory’. Het beeld uit de titel gebruik ik al jaren om studenten uit te leggen waarom goede modellen veronderstellingen maken die de werkelijkheid geweld aandoen. Je doet geen bergwandeling met een rode Michelin kaart op schaal 1cm voor 10km, en je rijdt niet met de auto naar het Zuiden van Spanje op basis van een vracht stafkaarten. Beide types kaarten zijn ‘modellen’ van de werkelijkheid. Ze laten alle twee verschillende zaken uit die werkelijkheid weg, en zijn daardoor alle twee op hun wijze ‘onvolledig’. Maar alleen door het bewust verwaarlozen van bepaalde aspecten zijn de kaarten nuttig voor het doel waarvoor ze zijn ontworpen.

Met economische modellen is het net zo. Volledigheid betrachten is uit den boze. Een macro-model is net ontworpen om de hele economie in kaart te brengen. Zoals de rode Michelinkaart uit bovenstaande beeldspraak is een macromodel geschikt om de brede relaties binnen een economie te capteren, en wisselwerkingen zoals terugverdieneffecten in rekening te brengen. Maar als je wil weten hoe inkomens verdeeld zijn in de samenleving, en op welke wijze de inkomensverdeling of armoede beïnvloed wordt door overheidsbeleid dan heb je een stafkaart nodig. Je gebruikt dus het juiste model voor de juiste doelstelling. Een macromodel is niet minder onvolledig dan de modellen die wij hanteren. Ze zijn anders onvolledig. Er is ook geen enkele reden waarom het verwaarlozen van verdelingsaspecten - de gangbare praktijk in macro-analyses - minder ‘erg’ zou zijn dan het verwaarlozen van terugverdieneffecten in onze micromodellen. En macro-economisch keuzes (bv. welk traject volgen we voor de houdbaarheid van de openbare financiën) zijn niet minder waardegeladen dan opties m.b.t. Inkomensverdeling.
Het ontwikkelen en onderhouden van een state-of-the-art macromodel is uitermate arbeidsintensief. Zoals in veel andere landen vind je in België daarom enkel geschikte macro-modellen bij het Federaal Planbureau en de Nationale Bank. Ons project ‘Rekening14’ staat dus zeker niet in concurrentie met een – nog steeds wenselijke - bijdrage vanuit die hoek.

Wat willen we bereiken?

We schermen project ‘Rekening14’ expliciet af van een interpretatie die flirt met een technocratische visie op beleidsadvies. ‘Rekening14’ wil bewust geen uitdrukking zijn van de opvatting dat enkel economen of cijferaars zouden weten welk beleid er moet gevoerd worden. Dat staat haaks op wat een democratisch debat moet en kan zijn.

De bijdrage van ‘Rekening14’ is bewust niet normatief: we doen dus geen uitspraken over wat goed en slecht beleid is of wat noodzakelijke maatregelen zijn. Dat is een andere, even waardevolle, oefening. Anderzijds moet deze bescheidenheid niet leiden tot het omgekeerde euvel: eender wat poneren zonder de minste onderbouwde toets. Objectivering van belangrijke elementen van partijprogramma’s op basis van cijfers, zeker als ze vergelijkbaar zijn over de partijen, is een glas dat half vol is, niet half leeg.

(De auteurs zijn professoren van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van KU Leuven.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.