Gebaren tijdens wiskundeles geven leerproces een duwtje in de rug

Wiskunde: voor sommige kinderen een vak waarin ze uitblinken, maar voor vele anderen een struikelblok. Zelfs de basisprincipes zijn niet noodzakelijk gemakkelijk te onthouden. Amerikaans onderzoek toont nu aan dat aangepaste lesmethodes het verschil kunnen maken. Het maken van abstracte bewegingen tijdens de les zou een goede manier zijn om kinderen vertrouwd te maken met de algemene wiskundige principes.

Psychologen zijn het erover eens dat wanneer kinderen gebaren maken, ze hun ideeën zo fysiek tot uiting brengen, wat helpt wanneer ze iets nieuws leren. Recent onderzoek gaat nu nog een stapje verder. Het maken van abstracte bewegingen zou zelfs een efficiëntere onderwijstechniek zijn dan het aanraken of gebruiken van voorwerpen.

In het Amerikaanse onderzoek moesten kinderen sommen oplossen. Een honderdtal deelnemende kinderen van 8 of 9 jaar oud werd opgedeeld in drie groepen, die voor het experiment wiskundeles kregen. Tijdens dit leermoment kregen ze een eenvoudige strategie aangeleerd waarmee ze achteraf zelfstandig sommen moesten oplossen.

In de eerste groep moesten kinderen cijfermagneten gebruiken op een bord. In de tweede groep moesten de kinderen doen alsof ze magneten gebruikten, zonder dat effectief te doen. De laatste groep kinderen werd aangeleerd om met hun hand een abstract V-symbool te maken. Daarna moesten ze wijzen naar het lege vakje waarin ze hun oplossing moesten invullen. Deze gebaren zouden de wiskundige basisprincipes ondersteunen.

Principes leren, maar ze ook kunnen veralgemenen

Na het leermoment kregen de kinderen gelijkaardige sommen voorgeschoteld om te testen hoe goed ze de wiskundige principes begrepen hadden. Enkel de groep kinderen die gebaren moest maken tijdens de wiskundeles was in staat om de sommen goed op te lossen. Deze kinderen konden dus de aangeleerde, abstracte principes gebruiken in specifieke situaties.

"Kinderen aanmoedigen om te bewegen (en gebaren te maken in het bijzonder) helpt dus om hen een idee aan te leren, en daarenboven ook om dat idee te veralgemenen", zegt Miriam Novack, van het departement Psychologie van de Universiteit in Chicago. "De kinderen die in de les werden aangemoedigd om te bewegen en voorwerpen te gebruiken, focusten zich hier achteraf te veel op. Ze besteedden ook te veel aandacht aan de oppervlakkigheid van een wiskundig probleem."

Volgens onderzoekster Eliza Congdon wijst dit erop dat de veronderstelling dat directe interactie met voorwerpen een positieve invloed heeft op het leerproces niet helemaal klopt. "We toonden net aan dat abstracte gebaren, en dus niet de directe interactie met voorwerpen, in bepaalde gevallen helpt in het leerproces. Zeker voor abstracte concepten, zoals in de wiskunde, werpt dit zijn vruchten af."