Dit is geen nieuws - Celia Ledoux

Het begin is woordeloos en vanzelfsprekend. Je bekijkt mekaar en begrijpt alles. Alles is goed.

Niet dat het ertoe doet.
Niemand belt.
Of iedereen belt, maar je neemt nooit op.
De wereld bestaat niet.

Dit is wat je doet.
Je houdt een kind dat nog niet slapen kan, in slaap. Je voedt het voor de 15e keer die dag (het is net 12 uur geweest) al was je bij de 2e keer de tel al kwijt. Je wandelt, gaat weer zitten, hoopt dat de beweging van een derde ingestopte-en-uitgehaalde was slaap brengt. Je weet dat je ooit weer zal slapen. Je hebt nog nooit een job gedaan die meer inspanning of stressbestendigheid eiste.

Je leert over allergieën, krampen, huidhonger. Je bekijkt mekaar en merkt dat de baby je gezichtsuitdrukking nadoet. Blijkbaar, lees je, doen ze dat allemaal. Een paar dagen later glimlach je zwijgend als je oudoom beweert dat pasgeborenen blind zijn.
Je haalt in huis: kolf, probiotica, thee om borstvoeding op gang te krijgen, zeven varianten zalf (x 20), luiers en meer luiers, neuszuigers, spuitjes, billendoekjes, babyolie, pakjes waar ze in 2 dagen uitgroeien, thee om de intussen te overvloedige borstvoeding te remmen, thermometers die je maar blijft verliezen, boeken met idioot-beschamende snoezige namen zoals “je wonderbaarlijke baby” of “waarom liefde zo belangrijk is”, die vol snoeiharde wetenschap en theorieën staan, en massa's dokters.
Bloemen. Je wil ergens aan merken dat de lente nadert.

De baby lacht al slapend en je hoopt dat het blijdschap betekent, geluk, tevredenheid.
De blikken worden gerichter en geconcentreerder. Het karakter komt op zoals 's ochtends de zon.
De baby ziet er steeds beter uit. Van jou durf je dat niet te beweren.

Niets

Je vertelt een verhaaltje terwijl je schommelt terwijl je luierzalf aanbrengt terwijl je in de wacht hangt bij een of andere dienst rond ouderschapsverlof terwijl je “ssshhhhh” zegt terwijl je uitlegt in kleuterwoorden dat je daarmee niet bedoelt dat de baby moet zwijgen terwijl je je plas voor het vijfde uur op rij ophoudt terwijl je een verkoudheidsdrankje klaarmaakt terwijl je de film die je toch niet zal kunnen zien op pauze zet terwijl je probeert rustig te blijven want als je niet rustig bent ruiken ze dat en dan gaan ze gillen en slapen ze mooi nooit in.

Je negeert grotendeels je lichaam, dat net zowat uit het niets een compleet kindje heeft gemaakt en het heeft gebaard. En het werkt nog ook. (Het kindje, ten minste. Het lijf iets minder.)

Wanneer je een slapend babyhoofd op schoot houdt vraag je je af: “Ben ik lui, dat ik hier zit? Dat ik niet loop of sta of wiebel? Heel, heel erg lui?”
Een half uur later sta je met een baby die je zo recht mogelijk houdt wippend voor het raam, zo rustig mogeijk uit te leggen wat alles daarbuiten is: de buurman, de kerselaar, de auto in veelvoud. Je houdt de baby strategisch voor je: zoals elke dag ben je ook vandaag maar half aangekleed geraakt voor het eerste noodgeval van de dag zich aandiende.

Je ziet het, vanuit bed, traagjesaan licht worden terwijl je urenlang rechtop zit tussen alles dat slaapt en wiegt en wiegt en wiegt.
Je begrijpt prompt élke idiosyncratische trek van je oma met acht kinderen.
Hoe doet je kennis dat, met haar vier kinderen en een vijfde op weg? Hoe raak je het schuldgevoel kwijt als je vroedvrouw over die piekfijne vrouw met zeven kinderen vertelt? Hoe zou jij in vredesnaam een derde kunnen hebben?

En toch is dat alles kinderspel in onze maatschappij. Die heksentoeren worden als onbelangrijk weggewuifd. Die vrouwen doen niets.

Pasteltinten

In dat ene moment alleen in de badkamer check je je lijf. Ja: je hebt inderdaad óveral spierpijn.
Je kijkt in de spiegel en beseft dat je haar níet goed zit, nee. Je neemt het niet serieus.

Zwaar: je mist wie er niet is. Je kijkt in je armen: wat missen ze veel.
De baby kijkt terug. Helblauwe pupillen. Je glimlacht weer.

Je realiseert je dat je de belangrijkste persoon op aarde bent en dat nog een tijd zal blijven. Zoals elke moeder of hoofdverzorger dat is: voor één persoontje.
Omdat het de tweede keer is, jaagt dat je pols niet meer in de hoogte. Je bent als Obama zonder wegversperringen of cartoons, et tu assumes.

Je beseft dat je de wereld ontgaat. Je bent onzichtbaar. Leven past niet in cijfers of statistieken. Officieel doe je niets.
Je vindt dat even niet zo erg.
Al zeg je dat, na wat twijfel, toch maar niet hardop.
Zelf weet je immers dat wat je doet overloopt van de wetenschap. Zelfs wanneer het niets lijkt – een befaamd boek over ouderschapspsychologie heet “What mothers do – even when it seems they are doing nothing”. Je beseft dat het onze toekomst vormt. Onze maatschappij van morgen, één kind per keer.
Dat redt je zelfbewustzijn in babytijd – een uitputtende en onderschatte periode.

Want in België zijn kinderen geen nieuws. Ze halen tussen Wauters-Waes, oorlogen en ander verkiezingsgebakkelei alleen bij slachtpartijen of mishandeling de krant. Het journaal is één groot gapend gat vol Niets en gruwel voor jou, en je vermijdt het.
Je weet uit ervaring dat het alleen in België zo gaat en leest de New York Times, the Guardian, de Süddeutsche. Die hebben volledige katerns over het serieuze nieuws rond kinderen. Geen pasteltinten of betutteling. Hier wordt over hersenontwikkeling, pedagogie, leerplannen, epigenetica, nieuwe familieconstellaties, culturele melting pots en manifestaties, de ethiek van marketing gedebatteerd.

Heerlijk, topzwaar

Een écht maatschappelijk debat. Over kinderen.
Zouden hoofdredacteurs hiertelande nu collectief hun neus ophalen? Of haakten die al af bij de tweede zin?
Bij ons halen kinderen de Flair. En de Flair schuwt onderzoeksjournalistiek. Wij blijven ongeletterd over kinderen, gezinnen en wat de wereld en wetenschap weet.
Ouders die kinderen grootbrengen doen dus niets. Ze leggen alleen maar de basis voor de samenleving van morgen.

Jij: je doet niets. Geen wonder dat iedereen je weer aan het werk wil. “Wanneer doe je nog iets?” “Heb je al wat geschreven?”, vraagt het kraambezoek. Je vindt zelf dat je heel wat schept, al is het niet op papier.
Maar dat doet er niets toe.

Je ziet een kop: “borstvoeding en flesvoeding even goed”. Je rolt de ogen, want je deed zelf wél de diepteanalyse die de journalist is ontgaan. Voor je geestesoog zie je hem of haar plakken en kopiëren, en er al vertalend dit verslaggevingszooitje van brouwen.

Je slaat de krant dicht. Je gaat weer niets doen, het volgend heerlijk, topzwaar etmaal lang.

(Celia Ledoux is auteur en columnist.)
 

 

lees ook