Vlucht in de oneindigheid - Kolet Janssen

Als mensen het hebben over hoe ze –ooit, in een verre toekomst – graag willen doodgaan, hoor je vaak uitspraken als: ‘In mijn slaap’ of ‘Heel snel, alsof het licht opeens uitgaat’ of ‘In mijn zetel, na een goed glas wijn, op mijn oude dag’. Maar nu er in één klap 239 mensen van de radar en uit het leven verdwenen zijn, spreekt er niemand over ‘een mooie dood’.

Op 8 maart stonden er mensen te wachten op het vliegtuig dat nooit landde. Misschien werd er eerst vertraging aangekondigd. Die werd langer en langer. Tot de mededeling kwam dat het toestel vermist was. Dan volgde een dagenlange zoektocht naar de plek waar het vliegtuig gecrasht was. Tot op vandaag is nog niet duidelijk wat er precies gebeurd is. De familieleden moeten ervan uitgaan dat hun verwanten aan boord van het vliegtuig geen van allen nog in leven zijn, zo kondigde de Maleisische premier aan. Maar zolang er geen brokstukken zijn gevonden die onmiskenbaar bij het verongelukte toestel horen, blijft iedereen zitten met een onwezenlijk gevoel.

In een avonturenverhaal zou er met zo’n einde niet veel eer te behalen zijn. Veel liever zou de lezer meegaan in een slothoofdstuk met een glimp van het gelande vliegtuig op een tot nu toe onbekend eiland in een uithoek van de Indische oceaan. Of zelfs met een onwaarschijnlijk scenario waarin het vliegtuig door de dampkring heen naar hogere en betere sferen zou zijn vertrokken. Maar in het echte leven moet een mens realistisch blijven. Voor de familieleden is het intussen verboden om te hopen.

Wie in een ongeval sterft of door hartfalen wordt geveld, heeft een bruusk afgebroken leven. Het slachtoffer noch zijn familie hebben de dood zien aankomen. En ook al wensen we zo’n dood soms voor onszelf, als we er getuige van zijn, schokt het ons altijd. We weten dat het kan, maar toch lijkt het unfair dat een leven dat ons zo onaantastbaar lijkt, zo plots kan stoppen. Het is een verontrustende gedachte: als Piet of Marleen zo kunnen sterven, kan het ons allemaal, elke dag, overkomen. Zo’n dood is van een andere orde dan ziek worden, je krachten zien afnemen en langzaam uitdoven, liefst nog op een gezegende leeftijd. Een plotse, onverwachte dood lijkt een inbreuk op onze waardigheid en op ons gevoel van belangrijkheid.

Begin

Maar misschien is het niet zozeer het plotse van een dergelijke dood, dat ons angst aanjaagt. Want bij euthanasie zorgt de ingreep ook voor een snelle dood. Maar dan wel één waarvan we het moment zelf gekozen hebben. Euthanasie als uiting van het verlangen naar een goede dood, het blijft me vals in de oren klinken. Alsof zo’n eigen en autonome keuze alle verschil zou uitmaken. ‘Ik ben geboren zonder luier en zo wil ik ook graag dood’, zingt Yevgueni. Ik heb niet het gevoel dat de menselijke waardigheid daarvan afhangt. Of ik nu een bril, een tandprothese, een rollator of een luier nodig heb om comfortabeler te leven, dat maakt van mij geen minder soort mens.

Misschien moeten we leren aanvaarden dat een mooie dood niet bestaat. Zelfs niet na een lang, rijkgevuld en afgerond leven. Zelfs dan is doodgaan iets pijnlijks, iets lelijks, iets moeizaams. We kunnen de pijn en het verdriet proberen te verzachten, maar ze wegnemen is niet mogelijk. Doodgaan is onze laatste opgave in dit leven, en niet de gemakkelijkste. We zullen er al onze krachten voor nodig hebben om ons leven tot een goed einde te brengen. Waar en wanneer we de dood ook ontmoeten: in een auto of een vliegtuig, in een ziekenhuisbed of zomaar ergens tussendoor. De dood rukt ons voor altijd uit dit leven weg. Het begin van een eindeloze vlucht.

(Kolet Janssen is jeugdauteur, oud-lerares, (pleeg)moeder en oma).
 

lees ook