In naam van het volk - Carl Devos

Parlementen slepen zich naar het einde. Velen kijken uit de ontbinding van de assemblees, om zich eindelijk ten volle op de veel te vroeg in gang gestoken campagne te concentreren. De stemkasten moeten nog snel leeg gemaakt worden, elders draaien ze symbolische rondjes, zoals in de commissie over de federale kieskring die er toch onmogelijk nog kan komen voor 25 mei. Van veel deftig parlementair werk komt toch niet veel meer in huis. Dat is evenwel voor te veel parlementsleden helaas geen omschrijving die zich enkel tot het einde van de legislatuur beperkt. ‘De kiezer heeft altijd gelijk’ klinkt beter dan het waar is.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Oosterweeldebat

Het Vlaams Parlement mocht zich nog eens opwarmen aan de zoveelste Oosterweelconfrontatie. Aanleiding voor deze editie is het relevante rapport van het Rekenhof, dat zeer pertinente bedenkingen heeft bij de regeringsplannen. In het bijzonder bij de financierbaarheid ervan en het gebrek aan knowhow om zo’n megaproject tot een goed einde te brengen. Maar al dat debat dient tot niets.

Het delicate principe-akkoord van de Peeters II blijft onwrikbaar overeind, tot aan de volgende regering. Idem met het brozere principe-akkoord over de onderwijshervorming. Het feit dat er een akkoord is – de dichtste benadering van een gestemd decreet of, beter nog, een uitgevoerde beslissing – is een heilig argument van de meerderheid dat in de campagne de gehavende doortastendheid van Peeters II moet illustreren.

Laurent Louis

Het federale parlement kwam deze week in beeld met de naweeën, in de Senaat, van de zielige slag om de namenwet. Die zich maar blijft aandienen als een investering in antipolitiek. Een parlementaire interventie op donderdagnamiddag in de Kamer haalde vrijdag veel voorpagina’s, wat doorgaans gereserveerd blijft voor de ministeriële antwoorden op parlementaire vragen.

Maar het was geen eloquent Obamaresk betoog, noch een van accuratesse overlopende tussenkomst die alle regeringsbanken deed schudden. Neen, de aanleiding was de zoveelste, deze keer ondraaglijke, uiting van de ziekelijke contestatiedrang van de beschamende querulant.

Naar aanleiding van de kwetsende uitspraak van Laurent Louis rees de vraag of het spreekrecht van deze volksvertegenwoordiger ingeperkt kon worden, of zijn woorden toch gesanctioneerd kunnen worden. Gelukkig helaas niet. Geen enkel recht is absoluut, maar het spreekrecht van een verkozene op het parlementair spreekgestoelte is heilig. Al blijft het wat bizar dat de herhaling van die woorden 100 meter verderop wel juridische procedures mogelijk maakt.

De lat mag hoog

Dat heilig spreekrecht illustreert hoe belangrijk het mandaat van volksvertegenwoordiger is. Volgens de grondwet ligt de macht bij de natie en wordt die in het ‘Paleis der Natie’- het adres van het federaal parlement dat net tegenover het paleis van de koning staat – vertegenwoordigd. Die volksvertegenwoordigers personaliseren als het ware de soeverein van onze democratie: wij. Er is geen groter ambt te dragen dan dit. En dus mag de lat hoog. Zeer hoog.

Misschien moeten er daarom ook wat minder parlementsleden komen. De Amerikaanse Senaat telt 100 leden, twee per staat. Die beschikken alleen al daardoor over een groot aanzien en veel invloed. In de Kamer blijven 150 leden zetelen, ondanks het bevoegdheidsverlies en zonder dat de hervorming van de Senaat zeker tot een stijging van hun werklast leidt. In het Vlaams Parlement zetelen 124 leden, volgens ook veel ingewijden van dat parlement een hoop te veel. Met de nieuwe bevoegdheden stijgt daar de werklast, en dat is een goede zaak. Maar belangrijker dan hun aantal is dat slecht presterende parlementsleden gewoon blijven zitten, in naam van de democratie. Straks voor vijf jaar.

Waarom geen herexamen?

In sommige landen, denk aan de ‘recall election’ in de VS, kunnen kiezer via directe democratie een verkozen parlementslid voor het einde van het mandaat afzetten via een nieuwe verkiezing. Mocht deze faciliteit voorzien zijn, dan hadden we de Kamer al veel uren Louis kunnen besparen. Maar wie de rapporten van De Standaard bekijkt moet wel denken dat voor nog andere ondermaats presterende parlementsleden een mogelijkheid om hen vervroegd naar een herexamen te sturen ontbreekt.

Met de wijziging van de regels over de uitstapregeling moeten we trouwens niet verwachten dat een parlementslid nog spontaan, bv. daartoe aangezet door de partijtop, zal opstappen. In dat vrijwillig geval verliest het parlementslid immers het recht op de opgespaarde uittredingsvergoeding. Dat is een negatief gevolg van een positieve maatregel.

Het strenge rapport van De Standaard

In De Standaard kreeg elke volksvertegenwoordigers een streng eindrapport. Die ogen globaal gezien niet zo fraai, al wijzen ze terecht ook op de vele uitstekende leden die zich met overgave en vakmanschap van hun taak kwijten. In alle parlementen zit uitstekend volk maar tevens ook te veel volk dat eigenlijk gemakkelijk gemist kan worden en vervangbaar is door beter. Hun aanwezigheid is vooral door één, maar wel een verpletterend argument gestaafd (al wringt dat argument soms met de lage score van opvolgers): de mensen hebben er voor gestemd. Maar daar stopt het ook.

Men kan zeker bedenkingen hebben bij de individuele rapporten die De Standaard uitdeelde en de satirische stijl waarmee sommige werden neergeschreven, maar men kan de krant niet verwijten dat ze enkel een kwantitatieve analyse maakte van enkele formele scores (wetsvoorstellen, vragen en interpellaties, aanwezigheden, enz.). In die zijn de rapporten rijker dan vroeger.

Er zijn voorbeelden van parlementsleden met goede scores omdat ze inhoudelijk wegen zelfs al zijn ze zelden op televisie te zien. Er zijn voorbeelden van parlementsleden die camera’s opzoeken terwijl hun themagenoten in de luwte wel akkoorden sluiten: die laatste krijgen dan ook geheel terecht betere punten. Veel betekent het allemaal niet, maar de rapporten wijzen er op dat er verschillende soorten parlementsleden zijn en dat een goed van een slecht onderscheiden een moeilijke klus is: er is geen omlijnde, door iedereen aanvaarde taakomschrijving waarmee we ze objectief kunnen evalueren. Dus telt uiteindelijk enkel het oordeel van de soeverein zelve.

Vertrokken voor vijf jaar

De komende legislatuur brengt ons in principe – onzeker omdat vervroegde federale verkiezingen mogelijk blijven – vijf jaar zonder regionale of federale verkiezingen. Dat is heel andere wereld dan die in de periode tussen de vorige ‘moeder der verkiezingen’ (1999) en de meest recente federale verkiezingen (2010): toen zagen we maar liefst vijf (2003, 2004, 2007, 2009, 2010) regionale of federale verkiezingen passeren, of gemiddeld om de twee jaar een stembusslag.

Dat had niet enkel een grote invloed op het beleid, maar ook op het parlementair werk en de parlementsleden. Waarvan velen van de ene campagne naar de andere, en soms van het ene niveau naar het andere, moesten trekken. Vijf jaar geen verkiezingen is ook voor hen een verademing. Gezien de regeringspartijen ook niet telkens in hun fractie moeten opmerken dat deze of gene interventie nu moeilijk ligt, gezien de alweer nakende verkiezingen, kan zo’n vooruitzicht het parlement misschien helpen om zich een beetje te emanciperen en zich wat van de regeringscontrole te bevrijden. In zekere mate, want België blijft met haar delicate veelpartijenregering een consensuele particratie waarin het parlement slechts een ingesnoerde rol kan spelen.

Het Vlinderakkoord

In de voorbije legislatuur hebben zowel het federale als het Vlaamse parlement inspanningen gedaan, bv. inzake de uittredingsvergoedingen. Het Vlinderakkoord heeft al de schijnkandidaten afgevoerd. Er zijn dus al belangrijke stappen gezet, maar het komend parlement kan op dat ingeslagen pad verder gaan. Het is in deze een interessante vaststelling dat de Kamer op haar best was tijdens de 541 dagen waarin we na de verkiezingen van 2010 een regering zochten. Waarbij de vergelijking met het Europees Parlement opdoken.

In het Vlinderakkoord is een paragraaf (1.3) voorzien met als titel: ‘De rol van het parlement versterken’. Daarin is o.a. een regeling omschreven die sommigen destijds het ministerexamen hebben genoemd, een afgezwakte versie van de toets die voorgedragen leden van de Europese Commissie voor hun benoeming moeten ondergaan in het Europees Parlement: “Anderzijds lichten de regeringsleden, binnen de zes weken na de eerste vergadering van de Kamer na hun benoeming door de Koning, voor de bevoegde Kamercommissie hun visie toe op de uitdagingen in hun beleidsdomein en de manier waarop ze deze uitdagingen zullen aanpakken. Bij het einde van de toelichting formuleert de commissie eventuele aanbevelingen.” Met als toevoeging, in voetnoot: “Deze ‘hoorzittingen’ zullen alleen maar over het beleid van het regeringslid mogen handelen, en in geen geval over de persoon of persoonlijkheid van het regeringslid.” Bij de regering Di Rupo bleef deze regeling dode letter, met als excuus dat voor die regering slechts zo’n korte regeertijd overbleef dat de kersverse regeling niet meteen kon toegepast worden.

Na 25 mei kan de nieuwe Kamer haar tanden laten zien en deze mogelijkheid maximaal inzetten. Ook het Vlaams Parlement kan haar regering duidelijk maken dat ze voor de invulling van die nieuwe bevoegdheden het parlement op haar weg zal vinden. Op 25 mei verkiezingen we geen regering of coalities, geen regeerakkoord of ministers. We verkiezen parlementsleden. Laat het vooruitzicht van vijf jaar zonder regionale of federale verkiezingen een momentum zijn waarin de enige leden van het politiek model die wij via verkiezing kunnen vatten een stuk van de afgestane macht terug opeisen. In naam van het volk.
 

(Carl Devos is politoloog aan de Universiteit Gent.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.