Hoe hoog is uw pensioen? - Gilbert De Swert

De menings(ver)vormers hebben hun werk goed gedaan. Ook volwassenen Vlamingen zeggen nu wat het kleinste kind al wist: ‘de pensioenen zijn laag in België’ en ‘zelfs die lage pensioenen zijn er straks niet meer voor ons’. Die gangbare mening is in de loop der jaren op drie manieren kracht bijgezet: met verwijzing naar het gemiddeld pensioenbedrag, naar het groot aantal arme bejaarden, en naar de steile terugval in inkomen bij pensionering. Wat is ervan waar?
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

“Het gemiddeld pensioen is laag”

Begin 2013 kreeg een gepensioneerde van de privé sector (werknemers en zelfstandigen) gemiddeld 1025 euro per maand. Een werknemer 1040, een zelfstandige 992. Een man 1154, een vrouw 907, een weduwe 936. Een Vlaamse gepensioneerde 1107, een Waalse 1073, een Brusselse 1053. Een gepensioneerde van de overheid mocht zich verheugen op gemiddeld 2.119 euro.

Frappante cijfers, maar zonder serieuze betekenis. Omdat het gemiddelden zijn.

Pensioengemiddelden omvatten niet alleen hogere en lagere lonen, ze verrekenen ook zonder meer voltijdse en deeltijdse arbeidsperiodes, en ze mixen vooral lange en korte loopbanen. Voorbeeld: de kleine pensioentjes van (oudere) vrouwen die destijds een paar jaren gewerkt hebben (tot ze trouwden of kinderen kregen). Cijfers: 225.000 privé gepensioneerden (bijna 1 op 8) krijgen minder dan 125 euro per maand en 33.500 overheidsgepensioneerden (1 op 15) minder dan 500 euro.

Andere reden: almaar meer vrouwen hebben een eigen pensioen, almaar minder echtparen leven van één pensioen. Vroeger kreeg de man doorgaans een gezinspensioen (75% ), nu krijgen steeds vaker man en vrouw hun eigen pensioen (elk 60%). Resultaat: zo’n gezin ontvangt nu 120% maar hun gemiddeld pensioen is wel verlaagd van 75 tot 60%.

Een opsomming van pensioenbedragen moet dus op zijn minst nagaan welke weerslag de loopbaanduur heeft op het bedrag, en wat het (gemiddeld) pensioen is van wie als werknemer, zelfstandige of ambtenaar een vergelijkbare loopbaan heeft. Pensioen is in België nu eenmaal een combinatie van loonhoogte en loopbaanduur.

Het gros van de privé pensioenen ligt tussen 1.000 en 1.500 euro. Het merendeel van de overheidspensioenen tussen 1.000 en 3.000 euro. De wettelijke pensioenen zouden minder slecht worden dan gemeenlijk gedacht als naar de gemengde en de normale loopbanen zou gekeken worden. Als ook op de ontdubbeling van gezinspensioenen zou gelet worden. En als ook nog netto zou geteld worden – belastingvermindering maakt dat voor veel wettelijke pensioenen bruto ook bijna netto is.

“Armoede neemt toe bij senioren”

1 op 5 gepensioneerden is arm, tegenover 1 op 7 Belgen, 1 op 3 werklozen, 1 op 4 andere inactieven (invaliden, gehandicapten) en 1 op 20 werkenden. Dit hoog armoederisico van senioren moet genuanceerd worden.

Eén. De gehanteerde definitie van inkomen houdt geen rekening met eigendom van woonst, en ruim 80% van de Belgische ouderen zijn eigenaar, meer dan jongeren en dan ouderen in buurlanden. Als daarmee wel rekening gehouden wordt, zou de armoede onder ouderen dalen tot 13% (tegenover 12% onder 16-64jarigen).

Er zijn nog andere nuanceringen, maar we onthouden vooral dat de ouderenarmoede volgens het Planbureau blijft dalen in België, tot een lager peil dan van de hele bevolking, en in 2025 zelfs tot het armoedeniveau onder werkenden, onder meer omdat vrouwen langer werken (en dus hogere pensioenen krijgen).

Hoet hoog is je wettelijk pensioen?

Pensioenen in België zouden ook aan de bovenkant tekortschieten. Dat moet blijken uit de vervangingsratio, de verhouding tussen eerste pensioen en laatste beroepsinkomen.

Wat laten vroegere (FOD Sociale Zekerheid) en recente (Beleidsnota Pensioenen 2013) berekeningen zien? Wie minder dan gemiddeld verdient heeft een aardig pensioen (zo’n 80%, van een laag loon), en werknemers met lage lonen, onder wie veel vrouwen, zullen straks nog wat meer hebben dankzij de fikse verhoging van het minimumpensioen per loopbaanjaar.

Wie gemiddeld verdient gaat terug naar ongeveer twee derden. Wie behoorlijk verdiend heeft valt terug op minder dan de helft. Belastingvermindering voor pensioenen is de zoetmaker, voor alle loonmaten.

Vanwaar dat verschil in de privé sector tussen laatste loon en eerste pensioen?

Eerste factor: je pensioen is een percentage van je verdiend inkomen. Voor ambtenaren: 75%. Voor werknemers en zelfstandigen: 75% bij een gezinspensioen, 60% bij een individueel pensioen.

Tweede factor: je pensioen wordt berekend als een percentage van je loon, maar wel een geplafonneerd loon (voor 2013 zo’n 52.000 euro bruto) en, vooral, een gemiddeld loon over 45 jaar. Dus niet enkel je laatste en meestal beste loon, maar al je lonen van toen je 20, 25, 30 jaar was. Die lonen van lang geleden worden bij de pensioenberekening wel verhoogd met de inflatie sinds toen, maar niet geherwaardeerd met de loonsverhogingen sindsdien. (Die herwaardering gebeurde vroeger wel.)

Die factoren maken dat de privé pensioenen vandaag relatief laag zijn, dat pensioen, vooral voor beterverdieners, een inkomensduik is vergeleken met het laatste loon/inkomen. Die duik doet meestal geen benen breken omdat vrij veel gepensioneerden al vooraf gewend waren aan een lager inkomen, als bruggepensioneerde, werkloze of invalide.

Hoe hoog is je aanvullend pensioen?

Beterverdieners kunnen echter rekenen op compensaties voor hun relatief laag wettelijk pensioen. Ze krijgen een behoorlijke belastingvermindering, ook de hogere pensioenen. Ze zien de solidariteitsbijdrage op hogere pensioenen geleidelijk afgeschaft. Ze leven ook meestal langer. Maar vooral: ze hebben zo goed als allemaal een tweede pensioen of aanvullend inkomen – doorgaans hoger naarmate het inkomen dat ook was.

Volgens sommige studies zou een kaderlid in totaal (wettelijk + aanvullend pensioen) 83% (netto) van zijn laatste loon hebben, een bediende 92% en een arbeider 93%. In procenten ongeveer gelijk, in centen natuurlijk niet.

Intussen is ook de geloofwaardigheid van de tweede pijler aangetast. De meeste groepsverzekeringen zijn versneld omgezet van vaste doelstelsels (bijvoorbeeld 70% van je laatste loon) naar vaste bijdragestelsels (bijvoorbeeld 4% premie). In 1998 waren nog 70% van alle tweede pijlerregelingen van het type ‘te bereiken doel’; vandaag is het meer dan omgekeerd en zijn de meeste regelingen van het type ‘ vaste werkgeversbijdrage’. Het omgekeerde is de uitzondering op de regel: Dominique Leroy, ceo van Belgacom, heeft een defined benefit plan, Didier Bellens, haar voorganger, had maar een defined contribution. In de meeste gevallen is het financieel risico verschoven van het bedrijf naar de werknemer. Je weet wat betaald wordt, niet wat je gaat krijgen.

Psychologische ondermijning

De idee ‘niet alle eieren in één korf te leggen’ lijkt helemaal verstandig: repartitie aangevuld met kapitalisatie, een beetje collectief en een beetje persoonlijk sparen.

Maar het betekent wel dat door de (para)fiscale begunstiging van tweede en derde pijler miljoenen niet meer naar de repartitiestelsels gaan. Die financiële ondermijning gaat gepaard met psychologische ondermijning: naarmate meer werknemers meer aanvullend pensioen opbouwen, zullen ze minder interesse hebben voor een degelijk wettelijk pensioen.

Die psychologische onverschilligheid is misschien voor de sociale zekerheid bedreigender dan de financieringsproblemen. Jongeren wordt het gevoel gegeven dat ‘ze geen pensioen meer zullen hebben’ en er best zelf voor zorgen. Als ze dat inderdaad op grote schaal gaan doen, wordt het een zeer eigentijds voorbeeld van een zichzelf vervullende profetie.

Navrante vaststelling: de meeste menings(ver)vormers – politici, professoren en bedrijfsleiders – hebben zelf een heel mooi pensioen voor een korter dan volledige loopbaan.
 

(Gilbert De Swert was hoofd van de studiedienst van het ACV en specialist sociale zekerheid.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.