Analyse - Waar zijn" De Rechtvaardige Rechters"?

De interesse voor de Rechtvaardige Rechters nù is omgekeerd evenredig met de desinteresse voor het retabel van het Lam Gods in vorige eeuwen. Begin 19e eeuw was het dieptepunt, toen de kapittelheren van Sint-Baafs de zes zijpanelen van het retabel, voor een belachelijke som verpatsten. Ze vonden alleen de centrale panelen nog belangrijk genoeg. De kanunniken wisten nauwelijks nog dat het werk geschilderd was door de Van Eycks, want in de verkoopakte werd hun naam totaal verbasterd.

Een meesterwerk of koopwaar?

De kunsthandelaar, die ze had gekocht, verkocht ze meteen met forse winst aan een Duitse collega en al snel belandden de zes zijpanelen voor een astronomisch veelvoud aan het Duitse hof. En gelukkig voor St-Baafs eiste België ze na de Eerste Wereldoorlog op als vergoeding voor geleden oorlogsschade (het waren intussen wel 12 panelen geworden, want de Duitsers wilden ook de schilderijen op de achterkant laten zien en daarom hadden ze de panelen van goed één centimeter dik laten doorzagen…).

Dit maar om te zeggen, dat er weinig nieuws is onder de zon: wat voor de één een meesterwerk is, dat je de adem beneemt, is voor de ander koopwaar, een ‘interessant stuk’.

De terugkeer van de Rechtvaardige Rechters op de plaats waar ze thuishoren - in aanbidding rond Van Eyck’s Mystieke Lam - is niet zomaar symbolisch. Het zou ook een eerherstel zijn voor alle oneerbiedigheid, slonzigheid en verwaarlozing die het kunstwerk in de loop der eeuwen zijn aangedaan.
Maar, hoe zit het intussen met dit werelderfgoed?

Robert Senelle & Paul De Ridder

Onze bron, Paul De Ridder, doctor in de geschiedenis van de Middeleeuwen, blijft bij zijn oorspronkelijke verklaring die hij deed in het VRT-journaal van 28 maart 2014:

Robert Senelle, grondwetspecialist, heeft Paul De Ridder vanaf 2002, tot aan zijn dood in februari 2013, in vertrouwen genomen over het feit dat hij al jarenlang probeerde te bemiddelen om de verdwenen Rechtvaardige Rechters te laten teruggeven. Het schilderij werd bewaard door een Gentse familie, maar de erfgenamen die hiervan op de hoogte waren, waren beducht voor een schandaal en verkozen een absoluut zwijgen.

Robert Senelle probeerde nog tot de laatste weken voor zijn dood de zaak op te lossen. Tot twee keer toe regelde Paul De Ridder een afspraak voor hem met de bisschop van Gent, Mgr. Luc Van Looy: eerst op 11 december 2012 op het bisdom, dan op 8 februari 2013 bij Senelle thuis in Brussel. Maar door omstandigheden, vriesweer en nadien het ziek vallen en overlijden van Robert Senelle, zijn die afspraken telkens niet doorgegaan. En Senelle is er dus niet meer in geslaagd om de Rechtvaardige Rechters weer in de openbaarheid te brengen.

Contact met de betrokken familie

Paul De Ridder, die van 2002 tot 2013 systematisch alle informatie heeft genoteerd én gedateerd die hij van Robert Senelle hierover kreeg, heeft daarop zelf contact opgenomen met een lid van de betrokken familie, dat hij persoonlijk kende. Maar het enige wat hij kreeg, waren ontkenningen en ontwijkende antwoorden. Na aandringen en zes maanden wachten, is hij dan op 1 juli 2013 met zijn notities van de gesprekken met Senelle hierover, naar het Gentse gerecht gestapt.

Daar is een onderzoeksrechter aangesteld die (tot op heden) ‘het vermoeden van heling’ onderzoekt.
Op 20 februari 2014 volgt er een nieuw gesprek tussen Paul De Ridder en de familie: dit keer zoekt de persoon waarmee professor Senelle jarenlang het meeste gesprekken had, zelf contact (nadat hij blijkbaar ondervraagd was door het gerecht). De Ridder doet het relaas van zijn contacten met Robert Senelle. Opnieuw volgt een absolute ontkenning: ‘De heer Senelle heeft dit allemaal verzonnen, het zijn fabels!’.

Daarop maakt Paul De Ridder de bemiddelingspogingen van professor Senelle openbaar via de VRT, op 28 maart 2014.
Daarbij noemt hij geen enkele naam, omdat hij nog altijd hoopt dat er misschien toch nog een anonieme teruggave te regelen valt.

Op zoek naar aanknopingspunten

Wij proberen intussen aanknopingspunten te vinden tussen de informatie die Paul De Ridder jarenlang heeft opgetekend uit de mond van zijn vriend Senelle, en de vele hypothesen die onderzoekers van dit dossier naar voor schuiven over hoe de Rechtvaardige Rechters verdwenen zijn.

De bankencrisis van 1934

Zo heeft ook Senelle aan Paul De Ridder gezegd dat hij tijdens zijn bemiddeling vernomen had dat het kunstwerk als een soort pand had gediend en dat er een verband was met een spaarkas.

Nu wordt er al jarenlang een verband gelegd tussen de diefstal van de Rechtvaardige Rechters en de bankencrisis in 1934. Dat werd al vermeld in een BRT-uitzending van Omer Grawet in 1968 en is later uitgewerkt in de Panorama-uitzendingen van 1994 en 2004 van Jean-Pierre Coppens.

Diezelfde J-P Coppens nam in 2000 op eigen initiatief een 4-uur durend gesprek op met wijlen hulpbisschop De Kesel van Gent. Die verwijst daarin naar wat er in die tijd werd verteld en dat er toen ook een verband werd gelegd met de bankencrisis. De VRT-nieuwsdienst heeft nu enkele fragmenten van dit nooit eerder uitgezonden gesprek kunnen gebruiken, en daarin wordt verwezen naar een zoon van de Antwerpse politicus Frans Van Cauwelaert, die toen door de bankencrisis in opspraak was geraakt.

Heimelijke restauratie

Een ander discussiepunt is de staat van het schilderij. Volgens Coppens en Karel Mortier, de oud-politiecommissaris van Gent die al meer dan 50 jaar probeert de diefstal te reconstrueren, zou het paneel in de eerste jaren na 1934 in St-Baafs zelf verstopt zijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de Duitse militaire onderzoeker, Henry Koehn, het op het spoor, en Max Winders, een Antwerps architect die belast was met het beschermen van het Belgisch kunstpatrimonium, zou het paneel net op tijd uit de crypte hebben weggehaald, samen met iemand van St-Baafs, zodat de Duitsers achter het net visten. Waar het daarna is ondergebracht is onbekend. Maar Winders zou later over die episode hebben gezegd: ‘On l’a retrouvé, mais dans quel état!’.

Als dit klopt dan moet er ergens tussen toen en nu een restauratie zijn gebeurd, want Senelle heeft aan Paul De Ridder meermaals gezegd dat een deskundig familielid hem bezworen heeft dat het werk in perfecte staat is.

Een heimelijke restauratie lijkt vrij onwaarschijnlijk, maar is ook weer niet onmogelijk. In dat verband zijn er vragen over een kleurenfoto van de originele Rechtvaardige Rechters, ongeschonden, in het Louvre-archief: kon men technisch al een dergelijke foto maken vóór 1934?

Amnestie voor een kunstwerk

Maar dit zijn allemaal pogingen tot reconstructie: ‘wat is er tijdens die tachtig jaar allemaal gebeurd?’ Whodunnit?
Essentiëler is nu: kan het schilderij van de Rechtvaardige Rechters nog terugkeren op zijn rechtmatige plaats?
Als er ook nog maar één kans is om dàt te realiseren, dan kan de geschiedschrijving en al de rest nog wel wat wachten.


Voor Paul De Ridder, nochtans zelf een historicus, ‘is het enige dat nu telt, niét het verleden, maar wel de toekomst: de teruggave van dit werelderfgoed aan de gemeenschap.’

 

(Siel Van der Donckt is journalist bij VRT Nieuws.)