Jonge ondernemers met lef en geduld in Ramallah

Israël wordt sinds enkele jaren wereldwijd erkend als het land van de start-ups. Het heeft als kleine, jonge natie meer start-up bedrijven dan welk land dan ook ter wereld. Maar ook Palestina, dat andere land (in wording) binnen dezelfde grenzen heeft een start-up scene. Ramallah, hoofdzetel van de Palestijnse Autoriteit, is het Tel Aviv van Palestina voor jonge ondernemers met veel lef en engelengeduld.

De Palestijnse start-up heeft het niet onder de markt met zijn grote, dominante buur Israël. Je zou denken dat het ontwikkelen van websites en apps, het werken online, minder barrières met zich meebrengt, maar da’s maar de halve waarheid. Israël controleert namelijk alles. Ook de verdeling van netwerklicenties.

Gaza en de Westelijke Jordaanoever moeten het nog altijd stellen zonder 3G, omdat de frequentie niet wordt vrijgegeven. Als de Palestijnen willen gebruikmaken van 3G, bijvoorbeeld om onderweg een mail te versturen, dan kan dat alleen als ze gebruikmaken van een Israëlische provider of met het beschikbare WiFi-netwerk.

Het tipje van de ijsberg

Als een Palestijnse ondernemer een mogelijke geïnteresseerde investeerder wil ontmoeten dan kan dat ook alleen maar in Palestina of voor de Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever, in Jordanië. Voor de investeerder niet onoverkomelijk, maar wel tijdrovend omwille van de Israëlische checkpoints.

Palestijnen kunnen Palestina enkel en alleen verlaten met de nadrukkelijke toestemming van de Israëlische autoriteiten. Die toestemming moeten ze op voorhand aanvragen en die kan ook ten allen tijde geweigerd of ingetrokken worden. Niet meteen een stimulerende factor om zaken te doen.

Wie start-up zegt, zegt ook risico’s nemen en daaraan gekoppeld mogelijk ook mislukken. Een gegeven dat op weinig begrip kan rekenen in de Arabische samenleving. Je faalt niet. En toch…is er in Ramallah, in Hebron en zelfs in Gaza een heuse start-up scene ontstaan. Vaak dankzij het initiatief van Palestijnen uit de diaspora, die na hun studies in het buitenland terugkeren met durf en know-how.

Een Palestijnse Nederlander of een Nederlandse Palestijn

Radi El Fassed is zo’n Palestijn uit de diaspora. Hij heeft een Palestijnse vader en een Nederlandse moeder. Na een onbezorgde jeugd, geslaagde studies en daaropvolgende carrière is hij sinds 7 jaar terug in Palestina, omdat het zijn wens was ooit eens in de Palestijnse gebieden te wonen.

Na een paar jaar in de telecomsector gewerkt te hebben, maakt hij nu al drie jaar deel uit van wat in het jargon een “accelerator” heet, een groep mensen die kleine bedrijfjes helpen op te starten en te groeien.

Ik ontmoet hem in Jeruzalem op een zogenaamd Angel Pitching event van Arabreneur, een pril Palestijns investeringsfonds. Hier komen jonge ondernemers hun start-ups voorstellen in de hoop financiële en logistieke steun te krijgen om hun product op de markt te brengen.

Het is een drukke bedoening. Hij verwacht 120 man, want het gaat goed met de Palestijnse start-ups. Er zit heel wat talent tussen de Palestijnse jongeren en als je focust op ‘online’ dan heb je geen grenzen.

“De werkloosheid in het Midden-Oosten is één van de hoogste ter wereld. Het starten van je eigen bedrijfje is één van de betere kansen om het economisch goed te krijgen en om je talenten te gebruiken”, aldus El Fassed.

"Qua regulatie moet er nog wel één en ander gebeuren in Palestina. Zo kan je bijvoorbeeld geen investeringsfonds starten. Die registrering gebeurt dus per definitie in het buitenland. En er is natuurlijk de bureaucratie die je niet mag onderschatten."

Beschermengel

Onder de start-ups die zich vandaag komen voorstellen, is er bijvoorbeeld FadFid, een platform waar je psychologische en psychiatrische hulp kan zoeken zonder dat de gemeenschap je daarop afrekent, maar er is ook ISurface, een bedrijf dat een apparaat heeft ontwikkeld dat van elke muur, tafel of welke ondergrond dan ook een smartboard kan maken. En er is er ook een heel eenvoudige game bij waarmee je Mekka kan nabouwen.

De bedrijfjes die zich hier voorstellen, hopen allemaal een investeerder voor hun zaak te winnen. Arabreneur mikt op investeringen tussen de 50 en 100.000 Amerikaanse dollar. Vorig jaar hebben voor het eerst tien jonge bedrijfjes van die ondersteuning gebruik kunnen maken.